Historische datum 15 februari 1734 | Notaris Mattijs Maten de Jonge

Kort nadat het schip de Juffrouw Bregitta in aangekomen in de haven van Bordeaux krijgen de kok en twee matrozen de opdracht om een onder de ballast verstopte 'schuijfdoos van circa 1 ½ voet lang, en 1 voet breet, waar in waaren eenige stukjes chits' op te graven. Dan komt er een Fransman aan boord die de stukjes chits onder zijn kleren verstopt en even later met de schipper van boord vertrekt.

Chits (of sits) was een kleurrijk beschilderde katoensoort uit India. De geheimzinnigheid over een paar lapjes katoen lijkt overdreven te zijn, maar niets is minder waar. De smokkelaars riskeerden de doodstraf. Chits was, tot grote ergernis van lokale stoffenindustrie, in de vroege achttiende eeuw razend populair geworden in Europa. In Frankrijk ging men onderdruk van zijde- en wolindustrie zover om het gebruik en de verkoop van Indiaas katoen te verbieden. Vanaf 1686 riskeerden smokkelaars gevangenisstraf, en vanaf 1726 kon men zelfs de doodstraf krijgen.

Of de Fransman is opgepakt en waarom de verklaring bij de notaris over deze katoensmokkel is opgemaakt wordt uit de akte niet duidelijk. Het schip de Juffrouw Bregitta is enkele dagen later met een lading zijn niet land daarna met een partij wijn naar Amsterdam vertrokken. Zo blijkt uit een scheepsverklaring die twee dagen eerder werd opgemaakt, waarin met geen woord gerept wordt over de smokkelwaar.

Tags

smokkelScheepvaartBordeaux18e eeuwAttestatie
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen