Alsof het gedrukt staat

Historische datum 14 november 1748 | Notaris Salomon de Fremeri

Tegen het vallen van de avond staat bij het woonhuis van boekdrukker Willem Bergman een oude man op de stoep. De man heeft wat losse papieren in zijn hand die hij graag gedrukt wil hebben. Bergman belooft er eens naar te kijken, waarna de geheimzinnige man 'heene ging, onder belofte van eens weder te zullen koomen'. Hij had beter een andere keus kunnen maken, want deze drukker bleek niet van de inhoud gediend.

Uit de getuigenverklaring voor notaris De Fremeri weten we dat drukker Willem Bergman en zijn knecht, gevestigd in de Palmdwarsstraat, zo schrokken van wat ze lazen dat ze rechtstreeks naar de Hoofdofficier liepen. Die stuurde hen naar de notaris om alles op schrift te zetten, en ging zelf direct tot actie over. Als de man terugkeert bij de drukker om de drukproef te bekijken loopt hij in de val. Bij de Lindengracht wordt hij opgepakt door twee dienaars van Justitie. Op het moment dat Bergman en de twee mannen hun verhaal bij de notaris doen, zit de man in de boeien geslagen te wachten op zijn verhoor. Dan pas leren we zijn naam: Jan Vos, een kleermaker uit Nijmegen. Wat stond er toch voor verschrikkelijks in de papieren?

'alzoo het geschreevene duister was'

Op het moment dat Jan Vos werd opgepakt aan de Lindengracht waren de papieren niet meer in zijn bezit. Deze werden door drukker Bergman weer gevonden op straat en aan de notaris overhandigd. De papieren worden vervolgens door de Hoofdofficier vergeleken met andere schrijfsels van Jan Vos en hij stelt vast dat het handschrift van één en dezelfde man moet zijn. Vos ontkent aanvankelijk elke betrokkenheid maar breekt uiteindelijk na verhoren, die te lezen zijn in de confessieboeken. Zijn pamflet blijkt De Wandelaar en de Patriot te heten. De tekst zelf is helaas niet bewaard gebleven, al noteert de notaris nog dat hij zelf de papieren aan elkaar heeft genaaid en verzegeld en wordt het pakketje de gevangene voorgehouden tijdens het verhoor.

Detail uit het eerste verhoor. Jan Vos ontkent alles.

Detail uit het vierde verhoor met de bekentenis.

Volgens de verhoorder heeft Jan Vos met het drukwerk getracht valse denkbeelden te verspreiden, om de gemeente (de gemeenschap) weder tegen haar nieuwe overighijdt op te hitsen en wil hij het huidige stadsbestuur door laten gaan voor vijanden van de Prins. Vos liet zijn Wandelaar zeggen: Waarom laat het gemeen toe dat de regeerders den soeverein speelen, de oude regten en wetten (daar de voorouders so om gestreeden hebben) door de overighijd zig laten uijt de hand neemen, en kwade keuren en wetten opdringen. Daarbij wordt Vos ook nog eens beschuldigd van godslastering. Vos probeert zich te redden door te zeggen dat de Wandelaar uit de Wandelaar en de Patriot nu eenmaal echt bestaat en hij niet meer dan de boodschapper is. Zijn doel was niets anders dan 'de gemeente in vreede te brengen'. Hoewel er maar weinig van de inhoud van de Wandelaar en de Patriot echt duidelijk wordt, doen de aangehaalde citaten anders vermoeden.

'De heeren van de regeering sijn valsarissen'

Op 18 december 1748 wordt Jan Vos voor zijn opruiende papieren – en door de tip van Willem Bergman – veroordeeld tot twintig jaar tuchthuis op een secreete plaats. Ook wordt hij levenslang verbannen uit Holland en Westfriesland. Een zware straf voor een tekst die niet verspreid werd.

Dat hele jaar 1748 was politiek onrustig geweest, met het pachtersoproer en de Doelistenbeweging die voor veel onrust zorgde met hun openlijke kritiek op de gevestigde orde, al hadden zij juist hun hoop gevestigd op de prins van Oranje waar Vos een stap verder ging. Prins Willem IV was uit Den Haag naar Amsterdam gekomen maar vertrok in september zonder echt orde op zaken te stellen. De ontevredenheid groeide en het stadsbestuur was gebaat bij rust in de tent. Het was daarom vermoedelijk de aantijging dat het Amsterdamse stadsbestuur anti-Oranje zou zijn, die Vos de das omdeed.

Opvallend is dat Willem Bergman, die zo snel was met de autoriteiten inschakelen, als drukker zelf ook wat politiek gevoelige drukwerkjes op zijn naam heeft staan. In 1749 verscheen 't Amsterdams buurpraatje, gehouden van een meenigte welmeenende patriotten, in de Kolveniers-doelen, met zijn naam in het colofon. Hierin werden de acties van de Doelisten herdacht. Waarom zocht Jan Vos nu juist in de Oranjeminnende Jordaan een drukker uit voor zijn kritische geschriften? Of was het waar wat hij zei in zijn eerste verhoor, dat hij erin was geluisd door de drukker Bergman? Die zou om geheimhouding hebben gevraagd omdat zijn vrouw en drukkersknecht er niets van mochten weten.

Tags

18e eeuwAttestatieBoekdrukkersCensuurSalomon de Fremeri
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen