De furie van het Begijnhof

Historische datum 25 mei - 8 juni 1730 | Notaris Philip Zweerts

Gedurende de hele eerste helft van de achttiende eeuw klonk er gekijf op het Begijnhof, zo blijkt uit getuigenverklaringen van omwonenden. Vijf dagen lang ontving notaris Philip Zweerts een gezelschap van veertien bewoonsters, oud-bewoonsters en werklieden in hun strijd tegen begijntje Margriet van Raaij. Het moet er net de Rijdende Rechter zijn geweest.
  • Partij 1

    Begijnen en geestelijke dochters van het Begijnhof; de vroegere naaister en dienstmeid van Van Raij; de voormalige onderbuurvrouw van de dienstmeid; oud-bewoonsters; de portier; twee meester-hoveniers van de tuin van Van Raij. Op verzoek van de Pastoor en de Meesteressen van het Begijnhof.

  • Partij 2

    Margriet van Raij en haar dienstbode Marij de Haas.

In de rij bij de notaris

Apollonia Outhuijzen, een jong begijntje van 32 jaar, begint het verhaal bij notaris Zweerts. Zij werd op een ochtend door de dienstbode van Margriet van Raaij, Marij de Haas, het huisje ingelokt waar Margriet van Raij op de bovenkamer woonde. In het trappenhuis werd ze met een schoen op haar hoofd geslagen en op een bank gegooid. Toeschietende begijntjes hoorden hoe de dienstmeid de rust op het Begijnhof verstoorde met 'veele vuijle scheldwoorden', waarvan zij de inhoud niet exact willen herhalen maar wel kunnen vertellen dat die 'zeer onordentelijk' waren. Margriet van Raij kwam naar beneden, en samen 'als een paar razende vrouluijden of furien' gingen ze tekeer in het trappenhuis, om uiteindelijk met slaande deuren in het bovenhuis te verdwijnen.

De vroegere dienstmeid verklaart dat Van Raij een pasquil had geschreven 'met zeer infame expressien' op Pastoor Dierout, die haar 'geblasphemeert' zou hebben tot op de preekstoel aan toe, en verder op de Moeders of 'Meestressen' van het Begijnhof.

'Slaat gij een begijntje?'

Nachtelijke streken

En hier bleef het niet bij. Margriet van Raij en haar dienstmeid worden onder meer van de volgende activiteiten beschuldigd, die ze het liefst uitvoerden tussen elf en twaalf als het Begijnhof in diepe rust lag:

  • Het weghalen van de matten en het schuiven met zware tafels en stoelen op de kale houten vloer in de nacht
  • Het leeggieten van emmers water over de vloer naar de onderburen
  • Het besmeuren van de ramen van de onderburen uit 'een pot vol vuiligheden'
  • Mishandeling van medebewoners. Een oude buurvrouw, de Weduwe Bruls, was vijftien jaar eerder al verhuisd vanwege de aanhoudende terreur van Margriet van Raij.
  • Geruzie over openstaande deuren. Als de onderburen een bezoeker krijgen die even aan de deurklink voelt, horen ze direct geschreeuw vanaf de bovenkamer. Als de poort van het Begijnhof open is hebben de begijntjes de gewoonte om de deuren van het huisje 'op het slot te laten staan'. Al kijvende gooien Margriet en haar dienstbode die deur steeds dicht, 'zeggende dat de konkels wel konden kloppen dier daar in wilden wezen'. Als één van de bewoners de deur weer open wil hebben raast Marij de Haas 'ik haal u daar mee de kloppetip van je kop'.
  • Geruzie over de gemeenschappelijke sleutel van de regenwaterbak. Dit was de toegang tot de drinkwatervoorziening voor alle bewoners. De sleutel hing aan een spijker in het voorhuis, zodat iedereen erbij kon. Margriet van Raaij stopt de sleutel in eigen zak zodat de andere bewoners maar moeten zien hoe ze aan vers water komen.

Ook buiten het Begijnhof zorgt Margriet van Raij voor overlast. Twee hoveniers vertellen voor de notaris dat zij door Van Raij werden ingehuurd voor het verzorgen van haar tuin aan het Rustenburgerpad. De één verklaart hoe zij al jaren last heeft van een 'onlijdelijk quaadaardig humeur' en samen met haar dienstmeid erop los raast en scheldt. Deze hovenier neemt ontslag; de tweede wordt van diefstal beschuldigd en krijgt nooit betaald.

Eén van de vele voorbeelden van het onbuigzame karakter van Margriet van Raaij: Bij een bezoek aan de heer Cavalier (die één van de aangestelde arbiters in de zaak tegen haar bleek te zijn) mocht de meid niet binnenkomen en die was daarover zeer ontsteld. Ze verweet Margriet van Raij dat zij 'een leitie' (een slappeling) was. Het antwoord van haar bazin: 'wees gerust ik zal mij nu nochte noit onderwerpen'.

Het dossier

Deze paar akten in het archief van notaris Philip Zweerts blijken slechts het topje van de ijsberg. In het archief van het Begijnhof ligt nog altijd een dik dossier over de langslepende kwestie Margriet van Raij.

Het dossier bevat aanklachten en kopie-attestaties afgelegd voor notarissen Leonard Noblet en Abraham Tzeeuwen. De volle omvang van het verhaal wordt hieruit duidelijk. Van Raij blijkt al sinds 1700 - dus al dertig jaar lang op het moment dat getuigen klagen bij notaris Zweerts - op het Begijnhof te wonen. Ze is ooit kosteres geweest, maar van die taak ontslagen wegens wangedrag. De grootste ellende blijkt ontstaan te zijn toen een nieuwe 'moeder' voor het Begijnhof gekozen werd en de eer aan haar voorbijging. Haar medebewoonsters en vooral pastoor Franciscus Dierout moeten het ontgelden.

Uit het dossier blijkt de enorme brutaliteit van Margriet van Raaij. Ze schroomt niet om meerdere keren de pastoor te insinueren, ondanks haar huurschulden en aanhoudende overlast. Ze is immers slachtoffer van een complot tussen de regenten en bewoonsters, vol 'quaade behandelingen, vijandelijkheeden en verdrietelijkheeden'. Er worden diverse pogingen gedaan om haar weg te krijgen maar dat blijkt niet gemakkelijk. Margriet antwoordt op één van de insinuaties dat ze best bereid is haar achterstallige huurpenningen te betalen, maar dat zij 'niet en sal gedogen dat de twee kamers [...] aan anderen zullen werden verhuurt of te besien'. Sterker nog: Ze eist tegen Dierout een enorm bedrag van 11.800 gulden aan schadevergoeding, waarvan 900 gulden voor haar dientmaagd 'wegens siekte door die saaken veroorsaakt' en een bedrag wegens onthouding van geestelijke goederen. Ze vertrekt, maar eist een jaar later haar stoel in de kerk weer op en deelt opdrachten uit aan timmerlieden alsof ze de baas is.

'Sulken tomelosen en arroganten Begijn'

Een zaak voor de Burgemeesters

Opvallend is dat de pastoor Dierout geen enkele zeggenschap lijkt te hebben over de begijnen en dat men zoveel in het werk stelt om de vrede te bewaren. De getuigenverklaringen die af werden gelegd voor notaris Zweerts zijn uiteindelijk zelfs gebruikt in een arbitragezaak voor de Burgemeesters. Alle partijen worden hier nog eens gehoord. De uitspraak van de 'goede mannen' volgt op 5 oktober 1730. Hierin wordt de zaak geschikt en de kemphanen worden tot de orde geroepen: De Raij moet zich voortaan als een 'ordentelijk baggijntie' gedragen, en de Pastoor Dierout moet haar op zijn beurt 'op een vriendelijke wijse ontvangen'.

En daar moeten ze het mee doen.

De arbiters, pastoor, regentessen en bewoonsters smeken de Burgemeesters om de rust terug te brengen op het Begijnhof.

Het is hierna een tijdje stil, maar Margriet van Raij laat na vijf jaar weer van zich horen. Op 4 januari 1736 komt weer een afvaardiging van de regentessen zich beklagen bij het Stadsbestuur. Nee, ze gaan geen bedrag uitkeren aan Van Raij want in hun ogen is ze geen 'beggijntje' meer. Een aalmoes kan ze krijgen, mits ze haar katten, honden en hennen (!) weer meeneemt. Margriet van Raij blijft zitten waar ze zit want ze komt in 1740 weer in opspraak, als ze weigert iemand te laten bezichtigen zodat er geen onderhoud uitgevoerd kan worden aan het bouwvallige pand aan de Begijnensloot. Ze krijgt een voorwaardelijke boete opgelegd als ze zich nog één keer roert.

Margriet woonde naast het waterpoortje bij de Begijnensloot (nu: de Gedempte Begijnensloot) op de bovenverdieping. Vermoedelijk was dit het huidige nr. 5 of 6, het pand met de witte ondergevel of het kleine pand links daarvan met de halsgevel. Het smalle stuk daartussen was vroeger de watergang.

Tot het bittere eind

Het was uiteindelijk de dood die het begijntje de mond snoerde. Op 26 november 1744 werd Margareta van Ra(e)ij bijgeschreven in het begraafregister van de Nieuwe Kerk en Engelse kerk. En werd het, na meer dan vierenveertig jaar terreur, eindelijk rustig op het Begijnhof.

Locatie
Tags

Attestatie18e eeuwBurengerucht
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen