Beschuldigingen van bonefluijterij

Historische datum 2 juli 1767 | Notaris Egidius Cremer

In vroegmodern Amsterdam was homoseksualiteit strafbaar, bij tijd en wijle werden homo's, toen sodomieters genoemd, actief vervolgd. In de jaren 1764-1765 was er een strenge serie vervolgingen. In deze jaren werden er acht executies, vijf gevangenisstraffen, drie verbanningen en maar liefst 64 bij verstek veroordelingen voltrokken in de stad. Het is dan ook vooral in een strafrechtelijke context dat we in de notariële archieven verklaringen tegenkomen over homoseksualiteit.

Verfoeilijke crime

De angst voor vervolging zat er in de jaren 1760 goed in, zo blijkt uit een verklaring bij notaris Egidius Cremer. Op 2 juli 1767 leggen Emmerentia en Petronella van Leeuwen op verzoek van Jan IJsbrand Snel en een verklaring af over notariszoon Jan Roermond die vier jaar eerder allerlei beschuldigingen zou hebben geuit. Jan Roermond gebruikte daarbij het bij ons nog niet bekende scheldwoord 'bonenfluijter'.

Tijdens een gesprek over de arrestatie van een aantal mannen wegens de verfoeilijke crime van Sodomie, vertelde Roermond dat hij tijdens een plezierreisje naar Leiden bij een zekere heer in bed was beland, waar de man hem aan zijn mannelijkheid zou hebben laten te trekken. De volgende ochtend werd met geen woord gerept over het voorval in bed, maar wel kreeg Jan van de niet met name genoemde heer een gulden en twee sesthalven* toegestopt.

De getuigen verklaarden zeer aangedaan te zijn over dit verhaal. De inmiddels overleden Arie van Leeuwen, zou gezegd hebben 'Foeij, wat zegt gij daar van die braavenheer, dat geloof ik nooijt. Gij diende wel wat voorzigtiger te zijn, weet gij wel, wat gij daar zegt, Man, man, die dingen hebben zoo een groote naasleep'. Waarop Jan Roermond nog antwoordde , 'het is de waarheid, het is aan mijn gebeurd. Gij kunt het verder voort verhalen. Daar aan toe voegende dat hij een Boonefluijter is, menende hij Jan Roermond mede een Sodemiter.'

Het blijft niet bij dit ene incident, een andere niet nader genoemde man zou Roermond in ruil voor geld betast hebben. Weer een andere - blijkbaar gefortuneerde - heer zou zich 'nooit door meijden liet bedienen, ook mochten deze niet in zijn kamer komen, maar expres mooije knegts huurde, die alle vreemdelingen waaren. Om hem te bedienen en dat hij daar meede sodomiterij pleegde. En dat men het duidelijk aan hem kon zien, en aan de stem hooren konde dat hij een sodomieter is.'

Straatgeweld

Tot slot komt ook straatgeweld tegen homo's aan de orde. Jan Roermond vertelt dat 'hij en een andere persoon 's avonds langs Heeren weegen Sodomieters die zij zien niet ongemolesteerd konden laten gaan. En hun nariepen daar heb je weer een Bonefluijter!'.

Wat de precieze aanleiding voor de uitgebreide verklaring is, wordt niet helemaal duidelijk. Wel vertelde Emerentia van Leeuwen, dat in de afgelopen maand maart Jan Roermond tegen haar gezegd heeft dat hij haar man, Jan IJsbrand Snel, zou willen dagvaarden omdat deze hem zou hebben uitgemaakt voor 'sodomieter'. In de archieven van Schout en Schepenen is geen vervolg van deze zaak gevonden. Het lijkt er dus op dat geen van de partijen het tot een rechtszaak heeft laten komen.



* Een zilveren schelling met een waarde van vijf en een halve stuiver

Tags

18e eeuwAttestatieGeweld
Deel artikel

     
Geplaatst op

13 september 2017
Auteur

Redactie
Bron

   Verklaring, 2 juli 1767
Tags

18e eeuwAttestatieGeweld
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen