Vondsten #6


Zomaar wat van de nieuwe, herontdekte, spannende, verontrustende, ontroerende en grappige vondsten uit het archief van de Amsterdamse Notarissen van de laatste tijd. Met dit keer: een notaris die een fortuin per slee vervoert, een borrel tegen de schrik bij bijtende honden, en schilderijen in boedels van kunstschilders.

Knoeipot

Bij het voorbereiden van de akten van notaris Hendrik Schaef viel ons dit ongelukje al op, dat Schaef toch wel een vloek moet hebben ontlokt.

Nu hebben we ook een dader: Petra S spotte onderaan de bladzijde de bekentenis desen Inct door mij Pieter Molenaer door ongeluc hier over gestort. (1640)

Met 3 ton over straat


Ellen Ruijter verbaasde zich over het feit dat notaris Jan Ardinois op een zomerdag op stap ging met een toeslede (een sleepkoets) plus een kruiwagen volgeladen met zakken geld ter waarde van 29.690 guldens en zes stuivers (toch een slordige 333.000 euro naar de huidige waarde). Dit allemaal voor een insinuatie door teerkopers aan het adres van Jan Lups, die blijkbaar in gebreke was gebleven bij het leveren van een partij Moscovisch teer.

Op de stoep bij de koopman leest de notaris de klacht voor en wijst op het fortuin op de slee; waarop Lups onbewogen antwoordt 'ik hoor en zie en verzoek copije'. (1727).

Negabat pater

Uit de categorie Wie is de vader: BMH wees op dit kleine familiedrama, dat zich afspeelde in een hoekhuis van de Baangracht en Leidsegracht. Vroedvrouw Annetie Gerrits is opgeroepen voor een bevalling van een tweeling. De vader, blauwverver, haast zich naar huis en krijgt het overlevende jongetje aangeboden. Maar... ze zijn in mei getrouwd en het is nu pas september! Schreiend verlaat hij de kamer. (1726)

Pas op voor de hond

JW Kooistra vermaakte zich met de verklaring van Jan Horst, die op weg naar zijn werk, ter hoogte van de katoendrukkerij de Blauwe Engel op de Laagte Kadijk, twee ongemuijlbanden bulhonden op zijn pad vond.

en op de grond smeet bijtende hem get. in de dije en in de arm terwijl den ander hem insgelijks in het been beet, zoo dat hij get. zeer om hulp riep.

Zijn geschreeuw wordt gehoord door een omwonende en een warmoesier (een groenteteler) buiten de Weteringpoort. Ook vanuit de katoendrukkerij komt iemand aansnellen. Als eerste krijgt Jan Horst een dertiendhalf, een zilveren munt, om een borrel te kopen 'wegens zijn ontsteltenis' (het is rond vijf uur in de ochtend). Pas daarna worden zijn wonden bekeken. De katoendrukkersknecht krijgt opdracht om wat haar van de honden 'af te rossen' en dit op de bloedende wonden te leggen. Jan Horst vervolgt zijn weg om zich te laten verbinden door de chirurgijn op de Kerkstraat. (1742)

Boedels, boedels

Omdat ze zo prachtig zijn, maar ook ten behoeve van het Golden Agents-project zijn we druk in de weer met de zeventiende-eeuwse boedelinventarissen van notarissen Westfrisius, Jacob de Winter en David Doornick. Maar verspreid tussen de andere akten komen er ook heel wat bovendrijven. Het gaat hierbij niet alleen om de bezittingen van de allerrijksten binnen de stad, maar ook wel eens om zeelieden, kruideniers en dood aangetroffen reizigers.

Zomaar een greep:

  • Boedel van de weduwe van Guilliam van Nieulandt, bij leven kunstschilder. Met natuurlijk wat schilderijen en 'konterfeitsels' van zijn hand. (1656) Ook die van de weduwe van Philips Koninck bevat werken van haar man (waaronder een portret van Joost van den Vondel) en van Lastman. (1703)

Een doeckschilderije daerin de overledene ende haer man zal. geconterfeijt staen

  • Boedelinventaris van Cornelis Kars(s)eboom die moet hebben genoten van een prachtige entourage aan de Keizersgracht. Huizen, pakhuizen en hofsteden; lange lijsten openstaande rekeningen, vooral bij wijn- en oesterkopers. (1745)

Bij de Uitgaven voor de begrafenis: een vergoeding voor vijftien gebroken ruiten. Wat zou er gebeurd zijn?

  • De indrukwekkende boedelinventaris van burgemeester Jan Trip vol landerijen en waardepapieren, maar ook 'medicinale kostelijkheeden'(1733)