Op zoek naar de bemanning van de Rooswijk

Historische datum 31 december 1739

Op 31 december 1739 laat Daniël Georg Groothuijsen in Amsterdam bij Notaris Hendrik van Aken een akte opmaken. Daniël 'staat op vertrek' om als onderchirurgijn op het schip Rooswijk naar Oostindië te varen en verklaart 240 gulden schuldig te zijn aan de Herman Berens en Zoon wegens 'tot zijn uijtrustingh genooten ende ontfangene penningen'. Hij belooft dit bedrag met rente terug te betalen bij aankomst in Batavia aan de heer Barend Dingemans Boom, lid van het Eerwaarde College van Heeren Schepenen aldaar.Helaas heeft Daniël die schuld niet kunnen aflossen, want ruim een week later verging de Rooswijk met man en muis. Ook de scheepspapieren gingen verloren. Wie waren er nog meer aan boord? Bij ons onderzoek in de Notariele archieven hebben we twaalf bemanningsleden gevonden.

Een gastbijdrage van genealogen Els Vermij en Willem-Jan van Grondelle

Tijdens een hevige storm verging de Rookswijk op de Goodwin Sands voor de kust van Engeland. De hele bemanning verdronk en met de lading gingen ook de scheepspapieren verloren. In 2003 werd de plaats van het wrak gevonden. Dit jaar is de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) samen met Historic England een omvangrijk archeologisch bergingsproject gestart, project #Rooswijk1740. Duikers hebben afgelopen zomer prachtige vondsten boven water gebracht: allerlei gebruiksvoorwerpen, kanonskogels, zilveren munten en nog veel meer. De archeologen gaan hiermee de bouwwijze van zo'n schip en het leven van de mensen aan boord reconstrueren. Intrigerende vragen zijn dan natuurlijk: wie waren er aan boord, hoe heetten ze, wat was hun rang en waar kwamen ze vandaan?

Als enthousiaste genealogen hebben wij hier met behulp van oud-notariële archieven een bijdrage aan kunnen leveren. Bij eerder onderzoek in de Notariële Archieven van Rotterdam naar een ver familielid hadden wij al de naam van de opperstuurman Barend Lont gevonden. Toen we begin dit jaar hoorden dat de Rooswijk zou worden opgegraven, realiseerden we ons dat we via notariële archieven meer namen zouden kunnen vinden. VOC-opvarenden die een gevaarlijke reis naar Indië gingen ondernemen wilden vaak eerst hun zaken goed regelen. Ze maakten bij de notaris een testament of ze machtigden hun vrouw, een familielid of een goede bekende om bij hun afwezigheid hun zaken waar te nemen. En als ze voor vertrek een geldlening waren aangegaan - wat nog al eens voorkwam - werd ook die verplichting bij de notaris in een akte vastgelegd. In dergelijke aktes werd altijd in het begin de naam van het VOC-schip vermeld waarmee de comparant 'op vertrek stond' om naar Indië te varen, in dit geval de Rooswijk. Daar moesten we dus naar zoeken.

Als een opvarende naar een notaris ging, was dat in het algemeen kort voor vertrek van zijn schip. Om bemanningsleden van de Rooswijk te vinden, hebben we daarom alle notarisakten doorgenomen uit de periode van ruim drie maanden voorafgaand aan vertrek, d.w.z. van 1 oktober 1739 t/m 8 januari 1740. Er waren in die periode 51 notarissen actief in Amsterdam. Dat waren dus heel wat akten. Omdat nu nog nog maar een klein gedeelte van de akten geïndexeerd is, betekende dat bladeren en bladeren. Gelukkig is een deel al wel gescand; die akten konden thuis op Internet worden bekeken. Een groot deel is echter nog niet gescand, dus dat betekende heel wat (prettige) bezoekjes aan de studiezaal van het Stadsarchief Amsterdam.

En zo vonden we onder andere de akte van Daniël Georg Groothuijsen, afkomstig uit Otterendorf in Duitsland, en nog een aantal andere. Het bekijken van alle akten uit die periode van ruim drie maanden heeft twaalf nieuwe namen van bemanningsleden van de Rooswijk opgeleverd. Hieruit blijkt weer eens hoe waardevol het Oud-Notarieel Archief kan zijn bij historisch onderzoek. Ook via Alle Amsterdamse Akten kwam een naam van een bemanningslid naar boven, en andere bronnen leverden ook drie namen op. Daarmee zijn nu zestien namen bekend.

We hebben inmiddels met genealogisch onderzoek ook de afkomst en voorgeschiedenis van een aantal bemanningsleden kunnen reconstrueren. Deze gegevens zijn van belang om in de komende jaren het project #Rooswijk1740 een gezicht te kunnen geven. De prachtige archeologische vondsten werden immers ooit echt gebruikt door mensen met een naam en een geschiedenis. Daar is veel over te vertellen.

Meer over Barend Lont in:Johannes van Grondelle, een Rotterdamse pruikenmaker en koopman in de achttiende eeuw, Willem-Jan van Grondelle en Els Vermij, Rotterdams Jaarboekje 2016, pp 144-168.

Tags

18e eeuwVOCRooswijkarcheologie
Deel artikel

     
Geplaatst op

24 november 2017
Auteur

Els Vermij en Willem-Jan van Grondelle
Bron

   Obligatie, 31 december 1739
Tags

18e eeuwVOCRooswijkarcheologie
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen