Locaties notariskantoren in 1742

Historische datum 1742

Waar vond je een notaris als je hem nodig had? Aan de hand van belastinggegevens uit de 'Personeele Quotisatie' van 1742 zijn de locaties omgerekend naar de huidige adressen.
Locatie

'Van de beurssteeg tot de hermietensteeg'. Met deze informatie moest een Amsterdammer uit de achttiende eeuw het notariskantoor van Salomon Dorper zien te vinden. In de aktes komen we dit soort adresbeschrijvingen vaak tegen. Huisnummers bestonden nog niet. Hoe kunnen we achterhalen waar de notarissen precies werkten?

Een belangrijke sleutel bij het vinden van de adressen zijn de belastingkohieren van 1742. Vanwege een nieuwe inkomensbelasting werden van alle Amsterdammers met een jaarinkomen van 600 gulden of meer de beroepen en straatnamen genoteerd. Maar liefst 57 notarissen haalden wij uit deze bron.

Met de informatie uit dit bestand kan de zoektocht naar de huizen beginnen. In deze tijd gebruikte de stad verpondingsnummers voor de belasting op huizen. In 1796 kreeg Amsterdam haar eerste huisnummers. In 1852 werd deze nummering volledig omgegooid: de huisnummers werden voortaan per buurt toegekend. Dit was geen succes. In 1875 vond de tweede en tevens laatste omnummering plaats. Deze huisnummers gebruiken we nog steeds.

Het vinden van het juiste adres is dus een heel gepuzzel. Omnummerregisters maken het mogelijk om een oud huis- of verpondingsnummer om te rekenen naar het nu. Ook kaarten en prenten kunnen hierbij uitkomst bieden. De atlas van Jan Christiaan Loman jr. uit 1876 bijvoorbeeld is een belangrijk hulpmiddel bij historisch huizenonderzoek.

De meeste notarissen hebben wij een modern adres kunnen geven. Het zal geen verrassing zijn dat de meeste notarissen gevestigd waren rondom drukke ontmoetingsplaatsen als de Dam en de Beurs. Salomon Dorper woonde in het beursgebouw, later Rokin 1. Het pand bestaat niet meer. Op de tekening van H.P. Schouten is het beurspoortje afgebeeld zoals het eruit zag in de achttiende eeuw. Dankzij het uithangbordje weten we precies waar het kantoor zich bevond.

Veel huizen hebben de tijd doorstaan. Abraham van Limburg, Matthijs Maten de Jonge en Philip Zweerts bijvoorbeeld werkten vanuit de mooiste grachtenpanden. Sommige huizen zijn verbouwd of afgebroken. Jan Verleij zal zijn huis niet meer herkennen. J. Waarts werkte vanuit een voormalige brouwerij, tegenwoordig hotel De Port van Cleve.

De drie meestverdienende notarissen, Philippus Roos, Jan Willem Smit en Matthijs Maten de jonge, gaven een jaarinkomen van meer dan 5000 gulden op bij de belastinginner. Zij hadden dan ook neveninkomsten als koopman of advocaat. Koopman/notaris Philippus Roos op het huidige Herengracht 125 spande de kroon en had volgens de belastinggegevens de beschikking over drie dienstboden, paarden, een overdekt rijtuig én een buitenplaats. Maar het kon ook anders: De arme Adriaan Karreman uit de Nieuwebrugsteeg, in 1742 aan het einde van zijn carrière, werd bij nader inzien niet taxabel geacht.

Personele Quotisatie

De Personele Quotisatie was een hoofdelijke belasting die werd opgelegd naar aanleiding van de Oostenrijkse Successieoorlog die in december 1740 uitbrak – dat moest ten slotte ergens uit gefinancierd worden. De basis was een schatting van het inkomen op 600 gulden of meer per jaar. De belastingkohieren bevatten daarom ca. 25% van de Amsterdammers. Notarissen vielen in deze categorie.

Bronnen:

  • Kohier van de personeele quotisatie. Nationaal Archief 3.01.28 (Rekenkamer ter Auditie), inventarisnummers 34-38.
  • W.F. Oldevelt, Het kohier van de personele quotisatie te Amsterdam over 1742 (Amsterdam 1945).
Tags

18e eeuwBelastingenAdressen
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen