Wat kost dat?

Historische datum 05 mei 1638

Twee boeren uit Nieuw Amsterdam verschijnen voor de notaris om een verklaring af te leggen over prijzen van vee. Ook voor economen en economische historici zitten de notariële archieven vol mooie verhalen.

Op 5 mei 1638 komen Jan Damen en Jaques Bentin, die zich tien jaar met 'landtbouwereijen' hebben beziggehouden in Nieuw Amsterdam, bij de notaris om op verzoek van Wouter van Twiller een verklaring af te leggen.

De twee verklaren dat de prijzen voor landbouwdieren de laatste vier jaar nauwelijks zijn gewijzigd. Ze sommen een lijstje op van verschillende soorten paarden, koeien en ossen van verschillende leeftijden met de bijbehorende prijs. Een 'merripaert' (merrie) tussen de drie en zeven jaar oud is het duurst, namelijk 250 gulden, terwijl een merrie van één jaar slechts honderd gulden kost. Het goedkoopst is de eenjarige bull (stier), waarvoor de koper maar 36 gulden hoefde neer te tellen.

'alles prijs courant zooals dezelfde beestialen dagelijcks werden verkocht.'

Zowel de stabiliteit van de prijzen, de verhouding van de prijzen onderling, als ook de vergelijking met Nederlands vee is interessant voor economen. Hoe groot waren de verschillen en hoe erg varieerden die prijzen over de jaren?

Tags

Hendrik Schaef17e eeuwNieuw AmsterdamNew YorkLandbouwEconomieAttestatie
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen