Rustig wonen in de Jordaan

Historische datum 13 januari 1652 | Notaris Laurens Lamberti

Op een koude winterdag in 1652 vervoegde Laurens Lamberti zich thuis bij Jan Arentsz en zijn vrouw Aeltje Koelen, die hun testament wilden laten opmaken. Hun huis was voor Jordanese begrippen op een rustige locatie gelegen: op het kerkhof van de Noorderkerk.

Jan Arentsz was gravenmaker van beroep en daarmee verzekerd van werk in het overbevolkte Amsterdam, waar besmettelijke ziekten met regelmaat om zich heen grepen. Een directe aanleiding voor het afsluiten van het testament was er niet; de notaris noteerde dat Jan en Aeltje op dat moment nog 'kloeck en gesont' waren. Zij bepaalden dat zij een graf zouden krijgen binnen in de Noorderkerk, dat twintig jaar onaangeroerd moest blijven tot hun lichamen 'tot stoff ende aerde' waren vergaan.

Wat zagen Jan en Aeltje vanuit de ramen? De Noorderkerk was tussen 1620 en 1623 als een van de eerste protestantse kerken na de Reformatie in Amsterdam gebouwd, kort na de start van de aanleg van de Jordaan. Stadsarchitect Hendrick de Keyser ontwierp de kerk.

Op een getekende zeventiende-eeuwse kaart door Lucas Jansz Sinck zijn de Noorderkerk ('Nieuwe Capel'), de Noordermarkt ('Prinse marckt') en 14 kavels tussen de Anjeliersgracht (Westerstraat) en de Lindenstraat (Lindeboomstraat) te zien. Het kerkhof lag tussen de kerk en de Prinsengracht, de overige ruimte rond de kerk was marktterrein.

Met een beetje fantasie - als Jan Arentsz in 1625 al gravenmaker zou zijn geweest - zien we hem zelfs uitgebeeld op een gedetailleerde kaart van door Balthasar Florisz. van Berckenrode, aan het werk op het kerkhof.

Wat moeten we ons precies voorstellen bij wonen op het kerkhof? Op de kaart van Floris staat links onderaan, aan de muur om het kerkhof in de hoek, een piepklein huisje. Was dat de plek waar de gravenmaker woonde, zodat hij direct toezicht kon houden op de doden? Maar latere prenten tonen aanbouwen aan de kerk. In de uitsparingen van het Andreaskruis van de Noorderkerk zijn functionele ruimten en dienstwoningen gebouwd, onder andere de kerkmeesterkamer en de kosterij.

Op een plattegrond van de kerk getekend door Pieter van den Berge (1659-1737) wordt één van de dienstwoningen als 'Gravemakers Woningh' aangeduid. Jan en Aeltje woonden dus inderdaad in de grote dienstwoning. Kennelijk stond de gravenmaker in aanzien. De woning staat er nog, en van het kerkhof is de plaats van de oude muur nog met een hardstenen band in het plaveisel aangegeven.

In 1688 verhuisde het kerkhof vanwege ruimtegebrek en stankoverlast naar het bolwerk Haarlem, nu het Eerste Marnixplantsoen aan de Singelgracht. Het kerkhofterrein werd zo een gezelliger Noordermarkt.

Locatie
Tags

17e eeuwTestamentDood
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen