Notoire onruststoker: notaris Kramp

Notaris Lucas Willem Kramp

In de categorie 'notarissen met een vlekje': Lucas Willem Kramp. Valsheid in geschrifte, verdachtmakingen, verbanning en uiteindelijk helemaal van de radar verdwijnen: een mysterieuze notaris, deze.

Op 28 maart 1778 wordt Simon de Groot aangesteld als notaris. Hij neemt de plaats in van notaris Lucas Willem Kramp die wegens 'verzuim ende wangedrag' uit zijn ambt was gezet. Twee maanden na zijn oneervol ontslag wordt Kramp verbannen uit Holland en West-Friesland. Hij werd verbannen voor het twee keer passeren van het testament van Trijntje Uurling. Wat er precies mis was met de testamenten is niet helemaal duidelijk. Eén van de testamenten is bij Alle Amsterdamse Akten aangetroffen, het tweede werd gepasseerd op 14-02-1777 maar is waarschijnlijk vernietigd gezien deze akte niet te vinden is in het archief. Het laatste protocol dat Kramp achterliet bleek een chaos.

Kramp was weinig gecharmeerd van de regenten, stond bekend als orangist en hij zou vanuit zijn functie anderen hebben betaald voor het geven van attestaties (getuigenverklaringen). Zo zou hij Johannes Hikke beloofd hebben dat 'Hare Koninklijke Hoogheid hem gelukkig zou maken' en kreeg Harmen Zweets een plaats als bode aangeboden, omdat 'Haar Koninklijke Hoogheid wel begreep dat sij haar kost winning daar door souden verliesen, maar dat Hoogst deselve met het slaan op haar Borst had verseekerd, dat sij voor haar soude Sorge dragen.' Of de gebeurtenissen uit de attestaties geheel verzonnen zijn of dat de betaling slechts als motivatie diende is niet bekend.

Als commis - toezichthouder - van 's lands werf en magazijn kwam Kramp al eerder in opspraak. Op 25 augustus 1761 geeft hij een request aan de heren commissarissen van 's lands magazijn en timmerwerf waarin hij zijn klachten uit over de equipagemeester Willem Sautijn en meester scheepstimmerman John May. De klachten worden serieus genomen en er start een onderzoek. De exacte klachten zijn onbekend, omdat het originele request niet bewaard is gebleven. In aanvulling op de notulen van de admiraliteit bestaat er wel een later request van Kramp waarin hij de gebeurtenissen vanuit zijn standpunt toelicht. Hij schrijft dat het bestuur aan een 'volslagen gek' is overgelaten die zich 'heeft gesorteert onder de vijanden van uw doorluchtig huis' en 'leeft als een tiran' die alles in 's lands dienst 'in de war willende brengen'. Al snel concluderen de aangestelde onderzoekers dat er geen bewijs is voor de aanklachten van 'malversatie en myneedigheid'. De aanklacht dat de timmerwerf niet goed wordt bestuurd zou enkel mettertijd blijken en de aanklacht dat Sautijn zijn vaartuig zonder betaling had gerepareerd was onjuist. De andere klachten worden verworpen wegens gebrek aan bewijs.

Kramps opruiende woorden zorgden voor een hoop opschudding op de werf. Om de orde te herstellen zou Kramp op zijn minst moeten worden geschorst. De commissarissen willen het niet zo ver laten komen en doen een voorstel. Kramp moet beloven zich nooit meer zo te uiten tegenover Sautijn, May en de commissarissen, en hij moet de volgende acte van excus voorlezen op de beurs van de werf:

Ik ondergez. Commis van 's Lands Werf betuige, dat het my leet is tegen den Equipagiemeester deses Collegie, Mr. W. Sautyn, als mede tegen den Opperbaas Timmerman, John May, diverse zware en verregaande beschuldigingen van malversatie, meyneedigheid en eygenwillige directie, gepaart met overtreding van Resolutien en regelementen van den Raad, in vago en zonder valabel bewys met onbetamelyk expressien aan Haar Ed: Mog: Heeren Commissarissen van 's Lands Magazyn en Timmerwerf te hebben opgegeven.

Dat ik deswegens aan den Heere Equipagiemeester en aan Mr. May alzins excus vrage en belove hen nooyt meer iets diergelyks te zullen aandoen.

Kramp geeft aan best zijn excuus te willen maken aan de commissarissen, maar vertikt het om afstand te doen van zijn aanklachten richting de equipagemeester en timmerman. De commissarissen geven Kramp een paar dagen bedenktijd, die Kramp aangrijpt om weer een belastende brief te schrijven - dit keer over de commissarissen. De zaak wordt doorgespeeld naar de Raad. Die besluit Kramp, op basis van de 'onbehoorlijkheden en geheel ongegronde exceptien' en zijn laatste brief, te 'suspenderen […] met schorting op zijn gagie, tot dat door de raed anders zal zyn geordonneert of verder en finalyk worden gedisponeert.'


Na deze rel heeft Kramp nog veelvuldig van zich laten horen. Kramp blijft bij zijn beschuldiging van wanbestuur door Willem Sautijn - zelf ook niet vrij van onbesproken gedrag overigens - en May en richt zijn pijlen ook op ene Cannegieter en Rickers. Het bovenstaande plaatje komt uit Krampiana, een wonderlijke verzameling satirische geschriften voor én tegen hem met als auteursnaam 'Amusus Cordatus' (ca 1766). De afbeelding toont Kramp als zwaan met als honden o.m. Sautijn en May.

'Opsporing verzocht: notaris Lucas Willem Kramp'

Na Kramps verbanning vernemen we opeens niets meer van hem. Waar Kramp heen is gevlucht na zijn verbanning in 1778 en wat hij daar uitvoerde blijft daarom een mysterie. We weten dat zijn vrouw op 19 april 1787 binnen Amsterdam werd begraven als weduwe van Lucas Willem Kramp, dus vóór die tijd is hij overleden. Maar ze werd begraven in een nieuw graf, en niet bij haar man.

Met dank aan Velehanden deelnemer Mariët Poel.

Bronnen:

  • Notulen van de Admiraliteit van Amsterdam, Nationaal Archief Den Haag 3.01.09 inv.nr. 1287.
  • Het eerste vervalste testament SAA 5075 inv.nr. 364, 4-02-1776. Het tweede testament werd gepasseerd op 14-02-1777 maar is waarschijnlijk vernietigd gezien deze akte niet te vinden is in het archief.
  • Schorsing en verbanning van Lucas Willem Kramp SAA 5061 inv. 264, 24-03-1778 en 5061 inv. 189, 24-03-1778.
  • Ton Jongenelen, 'Vuile boeken maken vuile handen: De vervolging van persdelicten omstreeks 1760'. In: Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis jaargang 2 (1995)
Tags

18e eeuwOnrustOranjeCriminaliteit
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen