Die andere Gerrit Bicker

Notaris Hendrik Schaef

Een zoektocht naar VOC-oprichter Gerrit Bicker resulteerde in de reconstructie van de levenswandel van een tot op heden nog onbekende naamgenoot die distillateur en gasterijhouder was.

Gerrit Bicker (of in zijn eigen handschrift: Bijcker) werd omstreeks 1611 geboren in Altluneberg, een dorpje in de buurt van het huidige Bremerhaven. In 1636 komen we Bicker voor het eerst tegen in Amsterdam, als hij in augustus van datzelfde jaar in ondertrouw gaat met de Utrechtse Aeltie Lamberts. Beide echtelieden woonden al op of nabij de Haarlemmerdijk, waar ze ook na die tijd woonachtig zouden blijven. Ten tijde van zijn ondertrouw is Gerrit nog 'soldaat te water'. Het is niet duidelijk of dit in dienst van de admiraliteit of één van de twee grote handelscompagnieën was, maar zijn militaire achtergrond zou hem in de toekomst nog van pas komen.

Op basis van de transportakten van notaris Hendrick Schaef (1599-1665) valt de carrière van Gerrit Bicker verder te reconstrueren. Transportakten werden door opvarenden gebruikt om gemaakte kosten in havensteden af te dekken door het vorderingsrecht op hun gage- en buitgelden naar hun schuldeisers te transporteren. Omdat het leven op zee gevaarlijk was, ontstond in de zeventiende eeuw een levendige handel in dit type waardepapier. Transportakten bevatten vaak informatie over de herkomst van de opvarende, zijn rang en werkgever, de omvang van de gemaakte schuld en natuurlijk de naam van de schuldeiser die de akte kon incasseren als de opvarende eenmaal op zee was. Voor de tot op heden onbekende Gerrit Bicker werden in totaal alleen al bij notaris Schaef 32 akten teruggevonden voor de periode 1642-1652. In 14 gevallen is Bicker de schuldeiser, in de overige gevallen is hij 'slechts'getuige. Dat Bicker zo vaak als getuige optrad is vrij logisch, hij woonde immers niet ver van notaris Schaef, die kantoor hield op de hoek van de Herenmarkt, tegenover het West-Indisch Huis.

In 1642 komen we het eerste transport tegen waarin Gerrit nog als verkoper van brandewijn en tabak optreedt. In dat jaar biedt hij onderdak aan de Duitse WIC-soldaat Christoffel Solthouw, wiens verblijf hem 60 guldens oplevert. Ter vergelijking: het inkomen van een geschoold ambachtsman in deze tijd lag rond een gulden per dag, hetgeen aangeeft dat deze nevenwerkzaamheid erg lucratief was. De transportakten maken duidelijk dat Gerrit Bicker zich in de daaropvolgende jaren meer en meer ontwikkelde tot een volwaardig gasterijhouder. Na 1642 staat hij niet langer meer te boek als tabakverkoper, maar wel als destillateur, brandewijnverkoper en gasterijhouder (geen onbekende combinatie in zeventiende-eeuws Amsterdam). Opvallend is ook de ontwikkeling van de gasten van Bicker. Aanvankelijk herbergt hij enkel Duitsers, maar gaandeweg heeft hij ook Zweden, Fransen, Engelsen, Denen en Nederlanders als clientèle. Daarnaast is er grofweg ook een ontwikkeling te zien in de rangen van Bickers klanten: aanvankelijk verleent hij logies aan soldaten, maar gaandeweg vinden ook onderofficieren hun weg naar Bickers gastverblijf aan de Haarlemmerstraat. In 1649 verleent Bicker enkel nog kost en inwoning aan adelborsten, waaronder de VOC-commandeur over de soldaten Harmanus Pietersz. Het is dan ook niet gek dat de inkomsten van Bicker geleidelijk stegen (van 60 gulden in 1642, naar 152 gulden in 1643, 500 gulden in 1646 en 536 gulden in piekjaar 1649). Omdat er aanvankelijk ook jaren waren waarin geen transporten werden gevonden van Bicker, bestaat het vermoeden dat het destilleren en verkopen van brandewijn nog altijd een belangrijke bron van inkomsten vormden. Vanaf 1648 was Bicker helemaal van zijn drankenhandel af: vanaf dit jaar staat hij enkel nog als (droge) gasterijhouder vermeld.

Op 2 juni 1650 hertrouwde de weduwnaar Bicker met 11 jaar jongere Duitse Aeltie Lubberts. Het echtpaar woonde nu op de Herenmarkt. Daar, tegenover het voormalige West-Indisch Huis, moet de hang naar avontuur toch weer de kop hebben opgestoken bij de voormalig soldaat te water. In de laatste transportakte waarin we Bicker tegenkomen staat namelijk dat hij zélf als commandeur over de soldaten naar Nieuw-Nederland vertrok. De overtocht heeft hij in ieder geval overleefd, want in de zomer van 1653 transporteert hij nog een stuk land ter grootte van 25 morgen gelegen te Midwout op Long Island. Wat er daarna met Gerrit Bicker gebeurd, is onbekend.

Gerrit Bicker is een voorbeeld van hoe een laagopgeleide immigrant in Amsterdam zijn kansen grijpt en langzaam stijgt op de sociale ladder door omgang met anderstaligen en hogere klassen. Zijn kennis van het Duits en zijn achtergrond als militair zullen hem hierbij ongetwijfeld hebben geholpen. Dankzij de akten van notaris Schaef zijn we nu in staat levens van mensen zoals hem beter te reconstrueren.

Tags

Hendrik SchaefNieuw AmsterdamWest-Indische Compagie (WIC)
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen