Vondsten #7


Grote en kleine verhalen vlogen in het rond deze zomer. Met dit keer: een notaris die zijn naam voor eeuwig in marmer wil zien, een waarschuwing voor de swavelstocxman, en een leeuw op de Zeedijk - met dank aan Michiel de Ruijter. Een levende?

Onsterfelijk?

Vanitas door Pieter Symonsz Potter, 1646. Collectie Rijksmuseum

Betsie van Zanten vond het testament van Jacob Pondt, een notaris die nog niet bij Alle Amsterdamse Akten aan de beurt is geweest. Deze notaris en zijn vrouw Johanna Utenboogaart bestemden maar liefst 50.000 gulden voor het stichten van een hofje voor arme vrouwen van de Ware gereformeerde Nederduitsche gemeente. Hij liet meteen maar vastleggen wat er in marmer gehouwen op de gevel moest staan: 'Dit hoffje is gekoomen van Jacob Pondt notaris'. Voor altijd en eeuwig, of dan toch ten minste voor de duur van tweehonderd jaar vanaf zijn sterfdag. Hij stierf al drie jaar later. Zou het hofje met de steen er ooit gekomen zijn? Het is bij VeleHanden nog niet getraceerd. Arme notaris Pondt. (1664)

Een leeuw op de Zeedijk

Pieter Jans Vos en zijn vrouw hebben iets bijzonders in huis, in de Witte Fortuijn op de Zeedijk: 'Seecker jonge leeuw mette vice admiraal de ruijter uijt Barbarijen overgebracht'. De langstlevende van de twee testateurs mag hem houden. (1657)

Het zegel afgerukt

Mariët Poel beleefde een vervolgverhaal dat allemaal begon met een attestatie over twee notarissen die elkaar tijdens een boedelinventarisatie op de Prinsengracht in de haren vlogen. De verse weduwe van Jacob Haegen wilde de inhoud van een kabinet namelijk koste wat kost buiten de inventarisatie houden. Ze stuurde daarom notaris Lansman op notaris Sonmans af, die net het bewuste kabinet had verzegeld. Het zegel wordt kapot gerukt en Sonmans krijgt een duw van zijn collega zodat hij het werk in het Comptoir niet af kan maken. Aan het anders veel nettere handschrift is de verontwaardiging van de arme notaris af te lezen... (1708)

Van heksen en duivels

Natuurlijk is er weer prachtig gescholden in attestaties. Marrij Jans kreeg dit naar haar hoofd: 'jou varcken ouwe tovenaerster ick sal u de neus vande kop bijten'. Het leidde tot een waar burengerucht (1627). In een ordinaire familieruzie over geld wordt Jacob Jacobsz Schaeck verraden, die zou hebben gezegd dat zijne excellentie de prins [Maurits] 'een schelm een landverrader ende swavelstocxman' is. (1621)

Oh la la

En dan moeten we net als Desi toch even grinniken om deze insinuatie wegens een stel ondeugende olijven in de kelder (1738).

Deel artikel

     
Geplaatst op

3 september 2018
Auteur

Redactie
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen