Hoogachtend geinsinueerd

Historische datum 10 februari 1740 | Notaris Philippus Pot

In de afgelopen eeuwen waren huwelijken niet altijd gebouwd op ware liefde. Ouders regelden een goede partij om mee te trouwen en de liefde zou dan hopelijk later nog wel komen. Vaak werd dit gedaan om bezit veilig te stellen of juist uit te breiden. Dat hier nog wel eens tegenin gegaan werd bewijst het verhaal van Cornelia van der Plaat, die haar vader moest insinueren om de hand van haar geliefde.

Op 10 februari 1740 komt de 22-jarige Cornelia van der Plaat bij notaris Philippus Pot om een insinuatie op te laten stellen. Hierin insinueert zij haar vader Hendrik van der Plaat om toestemming te geven voor haar huwelijk met Pieter van der Vies. Wat de precieze reden is dat zij dat moet vragen komt niet naar voren maar dat zij twijfelt of hij haar de toestemming geeft wordt wel duidelijk. Er wordt namelijk gezegd: '[…] hebbende vernomen dat het uw geinsinueerde haare vader tot nogh toe niet heeft gelieft'. Toch blijft Cornelia heel beleefd naar haar vader als zij zegt: 'soo doet sij insinuante met betuijginge van hoogagtinge en diep respect voor u haaren vader'. Helaas kan deze insinuatie haar vader niet overtuigen om toestemming te geven want zijn antwoord luidt: 'ik zal het nooit toestaan'.

Misschien zal zij een beetje beteuterd de deur van de notaris zijn uitgelopen maar het heeft haar zeker niet uit het veld geslagen. De ondertrouwakte tussen Cornelia en Pieter is namelijk al enkele weken later getekend, op 4 maart. Opmerkelijk aan deze akte is dat Cornelia's vader niet aanwezig was en dat het koppel op 20 maart 1740 is getrouwd in Buiksloot in plaats van in Amsterdam. Dit is bijzonder omdat het in die tijd niet gemakkelijk was om als Amsterdammer buiten Amsterdam te trouwen. Steden hieven een belasting op het begraven en trouwen waarna Amsterdam had besloten dat als je wel wilde trouwen buiten de stad er een boete betaald moest worden. De opbrengsten van deze boetes gingen dan naar het Aalmoezeniersweeshuis als ondersteuning voor de wezen.

'Waar op de Geinsinueerde Antwoorde ik zal het nooit toestaan'

Cornelia en Pieter hadden geen keus en mochten door het uitblijven van vaders toestemming niet in Amsterdam trouwen. Die boete hebben ze voor lief genomen want er is in de Journalen van het Aalmoezeniersweeshuis te vinden dat zij een boete van 6 gulden moesten betalen vanwege 'buyten trouw'. Na hun huwelijk keerden ze terug naar Amsterdam want hun eerste kind wordt het jaar daarop gedoopt in de Oude Kerk in Amsterdam.

Na het eerste kind volgen er nog acht. De zesde doop hiervan zou bijzonder kunnen zijn want één van de getuigen is ene Hendrik van der Plaat. Zou dit dan toch de vader van Cornelia zijn die van gedachten veranderd was?

Tags

18e eeuwInsinuatieTrouw
Deel artikel

     
Geplaatst op

6 december 2018
Auteur

Redactie
Bron

   Insinuatie
Tags

18e eeuwInsinuatieTrouw
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen