De onbekende ontdekkers van de Australische westkust

Historische datum 13-11-1615 | Notaris Palm Mathijsz

In 1616 werd de westkust van Australië ontdekt door Dirk Hartog. De Amsterdamse schipper van De Eendracht raakte na het ronden van Kaap de Goede Hoop de overige vijf schepen van de VOC-vloot uit het oog en begaf zich daardoor per ongeluk op onbekend terrein. Tot voor kort waren de namen van de gewone bemanningsleden aan boord van De Eendracht onbekend. Inmiddels komen de namen van de eerste Europeanen die de westkust van Australië mede ontdekten, boven water.

De naam Hartog leeft nog altijd voort in het collectief geheugen dankzij de vernoeming van één van de West-Australische eilanden die hij in kaart bracht: Dirk Hartog Island. Ook de opperkoopman (Gillis Mibais van Luik), onderkoopman (Jan Stins) en opperstuurman (Pieter Doekes van het Bildt) zijn naast Hartog bekend dankzij een tinnen bord dat zij achterlieten op de Westkust van Australië en dat thans tot één van de topstukken van het Rijksmuseum behoort.

De vloot waar De Eendracht deel van uitmaakte, was de kerstvloot die in de winter van 1615/1616 uitvoer naar de Oost. Zoals gebruikelijk gingen veel bemanningsleden in dienst van de kamer Amsterdam kort voor hun vertrek nog langs bij hun notaris om hun laatste zaken te regelen. In veel gevallen betrof het bijvoorbeeld het opmaken van een testament, voor het geval ze de tocht naar Oost-Indië niet zouden overleven.

Zo komen we ook drie opvarenden van De Eendracht tegen die eind 1615 hun testament lieten maken bij notaris Palm Mathijsz. De eerste twee testamenten werden op 13 november 1615 opgesteld door twee bootsgezellen uit Nieuwpoort: Lieven Antheunisz en Pieter Huijbrechsz. Ze benoemen elkaar tot erfgenaam en nemen als voorwaarde op dat respectievelijk hun broer en vader in Vlaanderen ieder nog een legaat van 50 gulden ontvangt. Daarnaast legateren ze beiden 100 gulden aan de vlotschuitvoerder Denijs Maertens. Wellicht was dit laatste legaat als dank voor geboden diensten in Amsterdam, bijvoorbeeld voor onderdak of het vooruitbetalen van uitrusting. Dankzij de grote overlap in gegevens kan wel worden geconcludeerd dat Lieven en Pieter elkaar als streekgenoten in grote mate hebben vertrouwd.

Het derde testament is dat van ondertimmerman Cornelis Cornelisz, die net als de opperstuurman van De Eendracht uit het Bildt in Friesland kwam. Hoewel zijn gage hoger moet hebben gelegen dan dat van een van de beide bootsgezellen, legde hij vast alleen zijn nicht Sijtgen Jans het bedrag van 25 gulden na te laten.

Tags

17e eeuwGouden EeuwScheepvaartTestamentVOCAustralië
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen