​Geboeid door het slavernijverleden


Er is de laatste jaren in de wetenschap en in de media steeds meer belangstelling voor het slavernijverleden van Nederland en Amsterdam. Zeker in de periode rond 1 juli, de dag dat in Nederland, Suriname en de Caribische Nederlanden de afschaffing van de slavernij in 1863 wordt herdacht en gevierd, wordt hier veel over geschreven en uitgezonden op televisie. Door het project Alle Amsterdamse Akten worden steeds meer Amsterdamse bronnen over dit verleden beschikbaar voor het grote publiek, zowel over de financiële handel en wandel, als persoonlijke verhalen van betrokkenen.

Persoonlijke verhalen

Op 1 juli 2019 werd de documentaire Geboeid terug naar de Plantage uitgezonden op NPO2 . In deze documentaire gaat Dwight van van de Vijver op zoek naar zijn geschiedenis. Van van de Vijver is geboren in Utrecht, een deel van zijn voorouders leefde in slavernij op plantage 't Vertrouwen aan de rivier de Commewijne in Suriname. Deze suikerplantage werd in 1745 opgezet door Jean Paul Taunaij. Na de dood van Taunaij vertrekt zijn weduwe, Susanne L'Espinasse met haar gezin naar Amsterdam. De familie Taunaij bleef tot na de afschaffing van de slavernij eigenaar van de plantage. In het notarieel archief zijn dan ook veel documenten met betrekking tot deze familie en plantage 't Vertrouwen bewaard gebleven. Een aantal van deze akten kreeg Van van de Vijver te zien tijdens een bezoek aan het Stadsarchief Amsterdam.

Wie plantage-eigenaar was in Suriname was meestal ook 'menseneigenaar', eigenaar van de mensen die in slavernij op de plantage leefden en werkten. In 1777 ging Jan Frederik Taunaij, zoon van Jean Paul Taunaij en Susanne l'Espinasse, een stapje verder, samen met Reijnier Isaac du Plessis richtte hij een bedrijf op tot het beheren van plantages en uitreden en verzekeren van schepen 'navigerende naar gemelde colonien [Suriname en andere Nederlandse kolonies] of tot den slavenhandel op de kust van Africa'. Deze slavenhandel werd georganiseerd vanuit Amsterdam.

Veel plantage-eigenaren die zich in de Republiek vestigden namen één of meer tot slaaf gemaakte bedienden mee, zo ook de familie Taunaij. Zij nemen Susanna Dumion als bediende mee uit Suriname. Dumion wordt door Susanne L'Espinasse in Amsterdam opgemaakte testament 'slavin of dienstmaagd' genoemd, bij overlijden van L'Espinasse zou Dumion de vrijheid en een toelage van 4 gulden per week worden gekend. Op 28 mei 1784 liet Dumion zelf een testament op maken. Uiteindelijk zou Susanna Dumion op 12 november 1818 op 105-jarige leeftijd overlijden in Haarlem, volgens de overlijdensakte liet zij geen vaste goederen na.

Bekijk de documentaire op NPOStart.

Meer lezen:

Bekijk het AAA-dossier over slavernij en slavenhandel. Over Susanna Dumion schreef Jean Jacques Vrij het artikel 'Susanna Dumion en twee van haar lotgenoten. Drie Afro-Westindische vrouwen in achttiende-eeuws Amsterdam', verschenen in Wi Rutu (2016).

Tags

SlavernijslavenhandelSuriname18e eeuw
Deel artikel

     
Geplaatst op

4 juli 2019
Auteur

Redactie
Tags

SlavernijslavenhandelSuriname18e eeuw
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen