Moord en doodslag in de Notariële Archieven


Op vrijdag 25 oktober is het de Europese Dag voor Justitie. Wist u dat in het verleden de notaris ook in strafzaken een rol had in het opnemen van getuigenverklaringen? Tegenwoordig kennen we de notaris vooral als een ambtsdrager op het terrein van de burgerlijke jurisdictie, ook wel volontaire of oneigenlijke rechtspraak genoemd. Hij stelt akten op die juridische bewijskracht hebben in burgerlijke zaken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan testamenten en koopcontracten. Maar in het verleden had de notaris ook een rol in de contentieuze jurisdictie, of eigenlijke rechtspraak.

Vanaf het einde van de zeventiende eeuw kreeg de hoofdofficier, van oudsher schout genoemd, een vaste klerk tot zijn beschikking. In 1719 kreeg deze klerk de titel 'secretaris van de hoofdofficier'. De secretaris werd ook tot notaris aangesteld. Als secretaris van de hoofdofficier nam deze notaris dan verklaringen af die gebruikt werden in strafzaken. Dan kan het gaan om vechtpartijen, diefstal en zelfs om moord of doodslag. In Amsterdam zien we, met name in de achttiende eeuw, notarissen die, vooral aan het begin van hun carrière, akten optekenen ten behoeve van de hoofdofficier. Hier een tweetal lugubere voorbeelden.

Op een woensdagavond in 1786 wordt in een huis aan de Nieuwe Prinsengracht een vrouw gevonden, bungelend aan een touw bij de bedstee. Ze roepen de chirurgijn erbij, maar aderlaten en azijn in de mond mogen niet meer baten. De vrouw is dood. In opdracht van de hoofdofficier ondervraagt notaris Hendrik Daniel van Hoorn de buren en de neef van de vrouw die bij haar in huis woonde. Het levert tegenstrijdige verhalen op. De neef gaat er vandoor, maar duikt weer op. Er komt een groter onderzoek met verhoren, nu door de schepenen. Uitgebreid verslag daarvan in de confessieboeken. In eerste instantie krijgt de neef een straf opgelegd van 10 jaar dwangarbeid in het Rasphuis, maar dat wordt herzien in 25 jaar verbanning uit de landen van Holland en Westfriesland.

Een tweede voorbeeld betreft een verklaring van een 'medisch doctor'.Op 12 april 1774 werd hij verzocht met spoed te komen naar de woning van het gezin Colasso op de Nieuwe Herengracht. De heer des huizes en zijn twee inwonende zussen waren doodziek: maag en darmklachten. Hij adviseerde een glas olie te drinken en daarna slappe thee of lauw water om het overgeven te stimuleren. Later werden ook de echtgenote en de dienstbode ziek. Een tweede dokter werd om raad gevraagd, maar het mocht niet baten. De vijf patiënten stierven binnen een dag. De dokter maakte bij de hoofdofficier melding van de zaak en een onderzoek volgde. Beide doctoren legden verklaringen af bij notaris Hendrik Daniel van Hoorn. Zo ook twaalf getuigen die allen betrokken waren bij het gezin. Over de zoon van het gezin, de enige overlevende, vertelden de getuigen niet veel goeds. Het gezin bleek die middag spinazie te hebben gegeten en de zoon had direct na het eten van de spinazie de vinger in de keel gestoken en alles uitgespuugd. De hoofdofficier liet het restje spinazie onderzoeken en ook sectie plegen op de lichamen van de vijf slachtoffers. Uit de spinazie en uit de magen werden 'harde witte gruisjes' verwijderd. Dat bleek arsenicum te zijn. Er was dus sprake van moord. De zoon van het gezin was inmiddels met de noorderzon vertrokken en is – voor zover bekend uit de archieven – nooit teruggekeerd in Amsterdam

Hendrik Daniel van Hoorn was bijna 30 jaar lang notaris in Amsterdam en van hem zijn meer dan 3.000 akten bewaard gebleven. Die zijn vrijwel allemaal opgemaakt op verzoek van de hoofdofficier 'en ten behoeve van die het verder zoude mogen aangaan'. Alle akten van deze notaris zijn voor iedereen gratis te vinden en te downloaden op de website http://akten.amsterdam/

Over het Spinazie-incident schreef Harmen Snel in Misjpoge het artikel 'Spinazie á la crème! Het noodlot van het gezin Colasso l'Ainé.', het artikel is de downloaden via de website van Misjpoge, met de zoekterm 'spinazie'.


Partner:


https://www.knb.nl/



Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen