De eerste kolonist

Historische datum 20 augustus 1613

Als het schip de Jonge Tobias na een verblijf van een aantal weken de 'riviere van Nova Virginia' (de Hudsonbaai) verlaat om terug te keren naar Amsterdam, blijkt dat één van de bemanningsleden, 'een gebooren malaet van St Domingo', zonder toestemming van schipper Thijs Mossel van Monnickendam is achtergebleven. Dat verklaren drie bemanningsleden van het schip op 20 augustus 1613 bij notaris Jan Franssen Bruijningh.

Het gaat om de 'mulat' Jan Rodrigues. Rodrigues had zijn desertie van het schip duidelijk gepland, want - zo blijkt uit de akte- hij had zijn maandgelden laten uitbetalen in tachtig bijlen, een aantal messen, een musket en sabel. Een jaar later woont hij nog steeds in de Hudsonbaai en biedt Rodrigues, tot ongenoegen van Mossel en zijn bemanning, een ander Nederlands schip diensten aan als tolk en tussenpersoon in de handel met de lokale bevolking.

De verklaringen over Rodrigues zijn bijzonder, niet alleen omdat hij de eerste niet-Inheemse persoon is die zich voor langere tijd vestigde in het gebied dat nu New York is, maar ook vanwege zijn multi-etnische achtergrond. Zo lezen we op de Engelstalige Wikipedia: "As he was born in Santo Domingo (now in the Dominican Republic) to a Portuguese sailor and an African woman, he is also considered the first immigrant, the first person of African heritage, the first person of European heritage, the first merchant, the first Latino, and the first Dominican to settle in Manhattan." Behalve de twee verklaringen in het Notarieel Archief zijn er nog geen bronnen bekend over Jan Rodrigues verblijf in de Hudsonbaai.


Tags

Nieuw AmsterdamNew York17e eeuwAttestatie
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen