Wie is de vader?


Door de eeuwen heen werden in Amsterdam veel kinderen geboren uit onwettige relaties. Denk aan dienstboden die zwanger werden van hun broodheer (of: diens zoon), prostituees die een kind kregen van een klant, verkrachtingen, verveelde gehuwde vrouwen met een zeevarende man, verkrachtingen...

De mogelijke omstandigheden waarbij onwettige kinderen werden verwekt zijn eindeloos. Soms betrof het kinderen uit een buitenechtelijke relatie na overspel, soms ook waren beide ouders ongehuwd.

In de doopboeken en de geboorteregisters van de Burgerlijke Stand komt dit duidelijk naar voren als er in de inschrijving geen vader wordt vermeld. De rooms-katholieke doopboeken geven, als de vader wel bekend maar niet was gehuwd met de moeder van het kind, expliciet aan dat dit zo was door de vermelding illegitimus. Maar hoe zat dat bij de protestanten en de joden?

Uit de doopboeken van de Nederduits Gereformeerde kerken (sinds 1815 de Hervormde Kerk) blijkt in de gevallen waarbij zowel de vader als de moeder werden vermeld helemaal niets van het eventueel onwettige vaderschap. Integendeel, die inschrijvingen zien er allemaal even 'netjes' uit. Die onwettige kinderen zijn alleen eventueel te herkennen als uit aanvullende informatie, en veelal uitputtend archiefonderzoek, blijkt dat de ouders van het kind niet getrouwd waren - als bijvoorbeeld blijkt dat de moeder van het kind na de geboorte als ongehuwde vrouw met een andere man dan de vader trouwt.

'dat de requirante in baarensnoodt zijnde ten aanhooren van haar getuijgen gesegt heeft...'

Het notarieel archief kan hierin wel eens uitkomst bieden. In de protocollen van de Amsterdamse notarissen bevinden zich namelijk talloze attestaties, waarbij getuigen verklaren dat zij weten hoe en van wie een zekere vrouw zwanger is geraakt of onlangs moeder is geworden. Die getuigen zijn vaak aanwezig geweest bij de geboorte; het gaat dan om vroedvrouwen, bakers, buren of goede vriendinnen. Opvallend is hier de rol van de vroedvrouwen. Die hadden namelijk de plicht om een ongehuwde vrouw in barensnood de naam van de verwekker te vragen. Als de aanstaande moeder dat weigerde te verklappen werd zelfs gedreigd met het stopzetten van de hulp bij de bevalling.

De attestaties die handelen over het vaderschap zijn leuk voor ons, maar uiteraard niet bedoeld om een sappige buurtroddel vast te leggen voor het nageslacht. Het was uiteindelijk een geldkwestie. Met een notariële verklaring in de hand kon de moeder van het kind druk zetten op de vader om een 'vrijwillige' bijdrage te doen in de kraamkosten en de opvoeding, tot het kind de leeftijd van 18 jaar zou hebben bereikt. Wilde de verwekker niet meewerken, dan kon de moeder nog dreigen met het starten van een juridische procedure. De schepenen zouden dan, afhankelijk van de financiële positie van de vader, bedragen voor de kraamkosten en onderhoudsplicht vaststellen - met als consequentie dat eventuele misstappen daarbij op straat zouden komen te liggen.

Soms ging het in de eerste plaats om de eer van de vrouw. Bijvoorbeeld bij een vrouw die haar echtgenoot tijdelijk verlaten had en werd verkracht door een buurman. Om een zwangerschap te kunnen verklaren aan haar man werd ook wel eens de gang naar de notaris gemaakt.

De attestaties over het vaderschap leveren een schat aan nieuwe informatie op over de bijzondere omstandigheden waardoor vrouwen zwanger werden en over gebruiken tijdens en kort na de geboorte. Maar bovenal is de verwachting dat enkele stambomen aangepast zullen moeten worden. Gewoon omdat uit een notariële attestatie duidelijk wordt dat het toch allemaal net anders ligt dan uit de keurige doopinschrijving blijkt.

Deel artikel

     
Geplaatst op

8 september 2016
Auteur

Redactie
Bron

   Attestatie 1740 (Archiefbank)
   Attestatie 1804 (Archiefbank)
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen