Stinkende vis

Historische datum 18 augustus 1750 | Notaris Cornelis Staal

Nadat de Keurmeester van haring en zoute vis weigerde om een vaatje zuur ruikende zoute vis goed te keuren, wordt een vishandelaar zo kwaad dat hij de keurmeester een flinke klap 'op de tronie' geeft.

Op 18 augustus 1750 werd Hermanus van Rees, keurmeester van de haring en zoute vis, gevraagd om in een pakhuis aan de Brouwersgracht een vaatje zoute vis te keuren. De vis blijkt zuur te ruiken en Van Rees weigert dan ook de vis goed te keuren voor verkoop.

'wat let mij dat ik u niet op de grond smak & tot kaff trap'

De visverkoper, Anthony Wagenaer, is daar op zijn zachtst gezegd, niet blij mee en reageert in eerste instantie gevat: 'Uw voeten ruiken zuur en stinken'. Maar daar blijft het niet bij, nadat de keurmeester nogmaals aangeeft dat deze vis toch echt niet binnen Amsterdam verkocht mag worden, verliest Wagenaar zijn zelfbeheersing. Hij geft de keurmeester "een klap voor de de tronie [...] dat hem de mond bloede [...], vattende hem vervolgens bij den arm met bijvoeging van 'wat let mij dat ik u niet op de grond smak & tot kaff trap'".

Onder de woorden "oudeschelm, scheer je het pakhuijs uit off ik zal er u uit schoppen", gaat de keurmeester er gauw vandoor en meldt zich bij de de Hoofdofficier om zijn verhaal te doen.

Tags

18e eeuwAttestatieGeweldMishandeling
Deel artikel

     
Geplaatst op

13 september 2016
Auteur

Redactie
Bron

   Archiefbank
Tags

18e eeuwAttestatieGeweldMishandeling
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen