Mijn huis moet blijven zoals het is

Historische datum 2 januari 1681

Op 2 januari 1681 stapte Cornelis de Vlaming van Oudshoorn naar notaris Jan Coemans. Via zijn nieuwe testament wilde hij regelen dat het huis waar hij nu in woonde in de huidige staat bewaard zou blijven. En dan gaat het niet over grote bouwkundige aanpassingen die hij wilde voorkomen, maar over de inrichting. Dan gaat het over de tapijten en de gordijnen, over de schilderijen en de haardijzers. Hij wil dat na zijn dood alles exact blijft zoals het is.

Hij woonde dan ook in één van de mooiste panden van de stad, in 'De Vergulde Dolphijn', Singel 140-142. Het pand was gesplitst in twee woningen. Het tweede huis in hetzelfde pand heette 'De kleine Dolphijn'. Het perceel liep van het Singel door naar de Herengracht, waar je via 'De witte Dolphijn' naar binnen kon. Cornelis de Vlaming van Oudshoorn kocht het complex in 1679 van de weduwe van Frans Banning Cocq (van de Nachtwacht!). Voor die tijd woonde hij overigens ook niet slecht, in één van de Cromhouthuizen aan de Herengracht. Maar dat was niet zijn eigendom. Dat huurde hij van Jacob Cromhout.

Cornelis de Vlaming van Oudshoorn behoorde dan ook tot de elite van Amsterdam. Van 1657 tot 1688 was hij lid van de Vroedschap en in die tijd was hij maar liefst tien keer gekozen tot burgemeester. Voordien was hij onder meer schepen en schout geweest. Ook buiten Amsterdam was hij invloedrijk. Hij was één van de vier Amsterdamse burgemeesters die in het rampjaar 1672 de politiek bepaalden die er toe leidde dat de Staten niet gingen onderhandelen met de afgezanten van Lodewijk XIV maar dat Stadhouder Willem III de strijd kon voortzetten waarna ten slotte het Franse leger ons land weer verliet. Behalve regent in Amsterdam, was Cornelis de Vlaming ook Ambachtsheer van Oudshoorn en de Gnephoek. Vooral voor Oudshoorn heeft hij veel betekend. Daarvan getuigt ook nu nog de prachtige kerk, gebouwd door Daniël Stalpaert en voorzien van 17 beeldschone, gebrandschilderde ramen.


'alle de meubele geen uijtgesondert'

Helaas had Cornelis de Vlaming van Oudshoorn geen mannelijke erfgenaam toen hij in 1681 op 68-jarige leeftijd zijn testament liet opmaken. Zijn enige zoon was al voor hem overleden; zijn nalatenschap zou gaan naar zijn vrouw en hun vijf dochters. En kennelijk vond hij het van belang te bepalen dat zijn huis zou blijven voortbestaan zoals het was, met bijvoorbeeld 'in de groote zael alle de stoelen jegenwoordich bekleet ofte als noch te bekleeden met wat voor stoffen het soude mogen wesen, den Marbere tafel, de groene ledekant met zijn behangsel, de tapitserije ende gordijnen voor de glaese, het turcks cleet voor mijn reekenningh uijt turckeije door den Advocaat van Dam ontboden,….'. De opsomming van alles wat hetzelfde moet blijven in De Vergulde Dolphijn eindigt met 'wijders is sijn heer testateurs wil ende begeerte dat alle de haert eijsers soo in de zijde kamer, groote zael, de zael aende tuyn in de keucke en tuijnhuise sullen blijven.'

Locatie
Tags

17e eeuwJan CoemansTestamentDolfijnCromhouthuizenKunst
Deel artikel

     
Geplaatst op

17 augustus 2016
Auteur

Redactie
Bron

   Akte
Tags

17e eeuwJan CoemansTestamentDolfijnCromhouthuizenKunst
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen