De lachende scheepskok

Historische datum 11 april 1748 | Notaris Jan Verleij

Op het schip 'de Post van Bordeaux' hadden ze een ongelukkige hand in het kiezen van hun scheepskoks. Deze bleken met hun kookkunsten de sfeer aan boord flink te kunnen verpesten. De bemanning vertelt in geuren en kleuren aan notaris Verleij.

Het schip was in augustus 1746 nog maar net vertrokken uit Texel of de problemen begonnen al.

De scheepskok Jan Hendrik Scholt bleek het niet zo nauw te nemen met de voedselvoorraad. Hij ging 'seer onbehouwen, morsig en verwaerlosend' met het eten om en schotelde de scheepsbemanning soms zelfs bedorven maaltijden voor. De schipper kreeg er genoeg van en kwam namens de bemanning verhaal halen, maar de kok was niet onder de indruk: 'als hij schipper een andere kok konde krijgen, moest hij die maer aanneemen'.

'schaffende het volk somtijds halff bedorven spijs'

Waar vind je op zee zo snel een andere kok? De scheepskok from hell kreeg uiteindelijk wel een opvolger: Cornelis Gerdis. Maar of dat nu een verbetering was... De bemanning van hetzelfde schip treffen we tot onze verbazing een paar bladzijden later weer bij diezelfde notaris aan, mét verhalen over de nieuwe aanwinst.

Toen het schip in Charente, Frankrijk, aangemeerd lag, werd de nieuwe kok aangewezen om dewacht te houden. Cornelis weigerde dat en ging van boord, het schip geheel onbewaakt achterlatend. Ook na dit incident verdwijnt hij regelmatig zonder permissie. Soms werd hij aangetroffen in de herberg aan de kade, een andere keer vertrok hij zonder iets te zeggen naar de dokter en één keer bleef hij zelfs bijna een hele maand weg.

Cornelis maakte zich dus niet populair bij de bemanning, maar dat kon hem ogenschijnlijk weinig schelen. Wie kon hem wat maken onderweg?

Voor de kapitein was de maat echt vol toen hij 100 pond brood en 41 pond smeer had laten bederven. En nog steeds was het niet gedaan met Cornelis' fratsen. Hij gebruikte smeer in plaats van boter door de witte bonen en hij schotelde de bemanning witte erwten voor die hij twee dagen in zijn kooi had gehad en waar hij zelfs op had geslapen.

'in een herberg tot sijn plijsier voor de fiool te hebben gedanst'

De stuurman en enkele matrozen hadden het ergste voor het laatst bewaard. Aan de wal en aan boord ging de keukenmeester zich met veel rumoer te buiten aan drank, wat geen goed voorbeeld was voor de rest van de bemanning. Maar het dieptepunt was dit: de kok was zo brutaal dat hij simpelweg weigerde om te koken. Nadat hij 's avonds na een feest in de herberg was teruggekomen, zo vertelt de stuurman, was hij 'onwillig geweest om 't eeten klaer te maken'.

De bemanning verklaart dat er hierna pas écht moeilijkheden waren ontstaan onder het scheepsvolk. Over wat er toen met de kok is gebeurd laten zij helaas niets los.

Tags

Jan Verleij18e eeuwAttestatieScheepvaartKokDronkenschap
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen