​Strijd om een walvis

Historische datum 16 mei 1744 | Notaris Jan Verleij

In de 18e eeuw waren veel Noord-Hollanders actief in de Walvisvaart rond Groenland. Bij notaris Jan Verleij, die veel zeelui onder zijn klanten had, komen we dan ook diverse akten tegen over de walvisvaart. Zo lezen we in een scheepsverklaring uit 1745 over de concurrentie van Hollanders met de lokale bevolking, door de bemanning neerbuigend 'wilden' genoemd.

Het is 16 mei 1744 als de bemanning van het schip De Rode Kolk in de Straat Davis tussen Groenland en Canada een walvis in het vizier krijgt. Als ze dichterbij komen, ontdekken zij dat ze niet de enigen zijn. Integendeel, boven op de walvis zit "een klijne blaas (…) van de wilden" met een harpoen in de vis gestoken. Dit weerhoudt de harpoeniers van De Rode Kolk er niet van om ook op de vis te schieten.

"Dat een van hun getuigens harponiers daerop ook een harpoen in deselve vis schoot, die vervolgens nog verschijde malen door hun getuijgens volk wierd gestoken en gequest, totdat hij eijndelijk onder water dood bleeff", verklaart de bemanning.

De Groenlanders accepteren niet zomaar dat de Hollanders er met de walvis vandoor gaan, en zij eisen de helft van het dier. Waarop zij een een stuk staart van de vis en een 'cargazoen goederen van veelderlij soort' aangeboden krijgen. Een deel van de Groenlanders vindt dat aanbod onvoldoende.

Eén van hen besluit dan op De Rode Kolk te klimmen om een extra stuk van de walvis te snijden. Het dreigt volledig uit de hand te lopen als bemanningslid Dirk Boone een snaphaan pakt en op de Groenlanders begint te schieten. Uiteindelijk loopt het met een sisser af. Dirk Boone krijgt een vermaning van de commandeur, en besluit de Groenlanders zoveel 'staart en krengs' van de walvis te geven als zij in hun schuit kwijt kunnen.

Tags

18e eeuwScheepsverklaringScheepvaartwalvisvaart
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen