Een Afro-Amsterdamse weduwe keert terug naar haar moeder in Elmina

Historische datum 9 juni 1712 | Notaris Stephanus Pelgrom

In het voorjaar van 1712 wilde de Amsterdamse Helena van der Burg afreizen naar haar geboorteplaats Elmina (in het huidige Ghana), waar haar man kort tevoren in dienst van de WIC was overleden. De bewindhebbers van de WIC stonden Helena echter niet toe aan boord te gaan van het eerste vertrekkende schip naar Afrika omdat ze haar overtocht niet zelf kon betalen. Toen Helena aangaf dat haar moeder 'Acreson Qua' die in Elmina woonde bij aankomst haar reisgeld zou voldoen, ging de zuinige directie alsnog akkoord, mits iemand zich borg zou stellen.

Op 9 juni 1712 was er een borg gevonden die voor notaris Pelgrom verklaarde dat mocht 'Acreson Qua' na aankomst van haar dochter 'in gebreecke' blijven het verschuldigde bedrag aldaar in de compagnieskas te deponeren, hij dat in Amsterdam alsnog zou doen. De notaris heeft haar moeders naam, of samentrekking van namen, fonetisch neergepend uit wat mogelijk Fante is, de Akan taal die aan de kust gesproken werd. Op welke namen is Acreson te herleiden en staat Qua voor de dagnaam Ekua: op woensdag geboren?

Was Helena net als haar moeder Elminese van geboorte, en zo ja hoe was ze dan in Amsterdam verzeild geraakt? Een akte uit hetzelfde protocol, van ruim 27 jaar eerder, biedt inzicht. Op 5 maart 1685, inventariseerde notaris Pelgrom in het West Indisch Pakhuis de nagelaten goederen van oppercommies Martin van der Burgh, die op de thuisreis uit Guinea aan boord van de Vrijheid gesneuveld was 'in een actie tegens seeckere zeerover.' Dat gebeurde op verzoek van de voogden van Van der Burgh's 'vijf natuijrlijcke naergelatene kinderen ende geïnstitueerde erfgenamen met namen Jan, Willem, Helena, Abraham & Jacob. Zij waren, in het crue taalgebruik van die tijd, 'bij seeckere negerinne in Guinea voorszeght geprocureert.' Helena, toen een meisje van een jaar of zeven, en haar vier broertjes, die hun vader zo plotseling, op zo'n traumatische wijze hadden verloren, verbleven in Amsterdam ver weg van hun nu schijnbaar naamloze moeder.

Afgezien van een bonte verzameling spullen, zoals 'een weijnig civet' (kostbare geurstof uit klieren van civetkatten), twee 'Guineese houwers,' vijf 'kindere hembden' en een 'silvere proefschaeltie met een silvere lepel', hadden de kinderen zo'n 9.000 gulden te verdelen aan Afrikaans stofgoud, hun vaders tegoed hebbende salaris en effecten. Voor vertrek had Van der Burgh een partij handelsgoederen achtergelaten in Elmina, ten behoeve van zijn twee kinderen die daar waren gebleven. Hoe moeilijk moet het voor Akan moeder Acreson Qua zijn geweest afstand te doen van vijf van haar zeven kinderen?

Hoeveel van haar vaders erfdeel er ook voor Helena resteerde, haar christelijke opvoeding en scholing zullen ervan bekostigd zijn. Eerst woonde zij bij een voogd samen met haar broers, van wie zowel Jan als Willem in WIC dienst naar hun geboorteland terugkeerden. Op 23 januari 1700, trouwde de tweeëntwintigjarige Helena van Delmina, uit de Sint Annenstraat, met haar tien jaar oudere buurtgenoot 'meestergoudsmit' Mattheus Deldeijn uit de Sint Jansstraat. Het ging de jonggehuwden, die een woning in de Weesperstraat betrokken, niet voor de wind. Op 4 mei 1701 begroeven ze hun eerste en enig kind, een dochtertje van zes maanden. Was Mattheus onsuccesvol in zijn professie, had hij gefraudeerd of schulden gemaakt? In 1706, monsterde hij aan bij de WIC in de laagste rang, die van soldaat. Helena bleef alleen achter in Amsterdam want de bewindhebbers stonden het echtgenotes niet toe hun mannen naar Afrika te vergezellen. Ze zouden elkaar niet weerzien. Zes jaar later ontving ze zijn overlijdensbericht. Hij was weliswaar opgeklommen tot assistent maar liet haar slechts 126 gulden na.

Op 3 mei 1712, toog de berooide weduwe Deldeijn naar het West Indisch Huis. Haar oude moeder uit Elmina, Acreson Qua, had bericht gestuurd dat zij haar dochter persé voor haar dood wilde zien maar dreigde 'haar buyten haar testament te sluyten' als ze niet meteen kwam. Helena kon niet anders dan gehoor geven aan 'de begeerte van haare moeder,' want, zo gaf ze toe, 'buijten haar moeders onderstand' had ze in Amsterdam geen middelen van bestaan.

Natalie Everts, onderzoeker

Literatuur:

Natalie Everts, 'Brought up well according to European standards: Helena van der Burgh and Wilhelmina van Naarssen: two Christian women from Elmina', in I. van Kessel (ed.), Merchants, Missionaries and Migrants, 300 years of Dutch-Ghanaian Relations (Accra/Amsterdam: Sub-Saharan Publishers/KIT Publishers 2002) 100-109.

Tags

ElminaWest-Indische Compagie (WIC)18e eeuw17e eeuw
Deel artikel

     
Geplaatst op

30 november 2016
Auteur

Natalie Everts
Bron

   Borgtocht, 9 juni 1712
Tags

ElminaWest-Indische Compagie (WIC)18e eeuw17e eeuw
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen