Het Wisselprotest

Notaris Cornelis van Homrigh

Helder: Testamenten zijn er om iemands laatste wil vast te leggen, attestaties bevatten een verklaring over gebeurtenissen en bij transporten gaan waardevolle eigendommen van hand tot hand. Maar wat is een wisselprotest en waarvoor diende deze vaak, soms heel vaak terugkerende akte?

Uw geld voor een wisselbrief

In de zeventiende en achttiende eeuw ontstond in de Republiek der Nederlanden een economisch systeem waarbij muntgeld en edelmetaal werden vervangen door briefgeld. In Amsterdam, het centrum van de financiële wereld in die tijd, deden veel soorten betaalmiddelen de ronde. Eén van die betaalmiddelen was de wisselbrief, of kortweg wissel. De wisselbrief werd opgesteld door een crediteur om geld te kunnen eisen van een debiteur in ruil voor geleverde goederen of diensten. Dit ging niet rechtstreeks maar via één of meerdere tussenpersonen. Als één van die tussenpersonen de wissel wilde omzetten in klinkende munt moest hij eerst aankloppen bij de persoon aan wie de wissel gericht was; de debiteur. Die moest dan het vermelde bedrag uitkeren aan de persoon die hem de wissel kwam overhandigen. Hij kon er ook voor kiezen om de wissel niet te accepteren, waarna een nieuw proces in werking werd gesteld: het wisselprotest.

De wisselprotesten werden vastgelegd door een notaris en bevatten ook altijd een kopie van de originele wisselbrief. Grote handelaren of handelsfirma's deden dit soms op dagelijkse basis.

'dat den wissel niet soude worden betaalt om reeden den trekker bekend'

De stapels bij notaris Cornelis van Homrigh

Wisselprotesten saai? De inhoud van de wisselprotesten en -brieven geven ons de plaats van herkomst en alle plaatsen die de brief heeft aangedaan, voordat deze in Amsterdam aankomt. De cijfers over aantallen wisselbrieven in de notariële archieven zeggen ons iets over de economische omstandigheden in Amsterdam in een bepaalde periode.

De wisselprotesten die we zoveel aantreffen bij het indexeren komen overeen met perioden van economische voorspoed en malaise. Op het moment dat het economisch minder ging, was een betrokkene sneller geneigd om een wissel te weigeren. Hij wilde geen risico lopen of hij had simpelweg het geld niet om de wissel te accepteren. Op deze manier kwamen in tijden van economische tegenslag meer cliënten bij de notaris terecht.

In 1772 brak in Amsterdam een grote financiële crisis uit die doet denken aan de crisis van 2008. Een plotselinge deuk in het vertrouwen zorgde ervoor dat er paniek uitbrak en op grote schaal werden wisselbrieven geweigerd. Dit is bij Van Homrigh goed terug te zien. In 1772 schiet het aantal wisselprotesten omhoog ten opzichte van voorgaande jaren. In de jaren vóór 1770 hoefde Van Homrigh nooit meer dan twintig keer per maand te protesteren. In het rampjaar 1772 moest hij bijna zestig keer per maand de deur uit om bij de betrokkene aan te kloppen voor betaling. Zoals bij het indexeren is gebleken, viel dit aantal nog in het niet bij de wisselprotesten van 1763.

Een ander opvallend jaar in de protocollen van Van Homrigh is 1782. Terwijl de beurs langzaam opkrabbelt na 1772 en het aantal wisselprotesten langzaam afneemt, zit er in dat jaar een plotselinge afname in het aantal protesten per maand. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de Vierde Engelse Oorlog die in 1780 uitbrak. Dit gevecht tussen de handelsgrootmachten Londen en Amsterdam resulteerde in een tijdelijke blokkade van de haven van Amsterdam, waardoor kooplieden Londen als hun uitvalsbasis kozen. Hierdoor nam het aantal wisselbrieven binnen Amsterdam af en daarmee ook het aantal wisselprotesten.

Het wisselproces

Kennis van het wisselproces is niet nodig om de wisselprotesten te kunnen indexeren. De wisselbrief bevat enkele termen die het proces zelf gecompliceerd maken. Voor de liefhebber volgt hier een uitleg van het ingewikkelde systeem achter de wisselbrief en de termen in het wisselprotest.

De betrokkene – degene die de uiteindelijke wisselbrief moet uitbetalen – staat in het krijt bij de trekker, omdat die laatste hem geld geleend of een dienst bewezen heeft. De trekker (crediteur en schrijver van de wissel) kan zijn geld innen bij de betrokkene (debiteur). Dit gebeurt via de nemer – in veel gevallen een handelaar – die op weg gaat naar de betrokkene om zijn geld te innen en zijn handelswaar af te leveren. De betrokkene vereffent zijn schuld door de nemer te betalen. Om ervoor te zorgen dat de nemer zijn geld krijgt van de betrokkene, stelt de trekker een wisselbrief op waarin hij schrijft hoeveel geld de nemer krijgt van de betrokkene. De wisselbrief heeft op deze manier dus de waarde gekregen van het bedrag dat de trekker eist van de betrokkene, waardoor de wisselbrief een vroege vorm van papiergeld is.

De nemer heeft dus een brief in zijn handen met een bepaalde waarde. Hij heeft nu twee mogelijkheden: hij kan het bedrag nu innen, maar ook de wisselbrief gebruiken om weer een andere betaling mee te doen. In dat geval geeft hij de wisselbrief door aan een nieuwe eigenaar die hiermee naar de betrokkene kan gaan om het bedrag te innen. De nieuwe eigenaar wordt in het proces de (eerste) geëndosseerde genoemd en is nu ook de houder. De geëndosseerde kan nu hetzelfde doen als de nemer: naar de betrokkene gaan of met de wisselbrief betalen aan een tweede geëndosseerde. Hierdoor kan de wisselbrief verschillende eigenaren krijgen voordat deze wordt geïnd bij de betrokkene.

Mocht de betrokkene de wisselbrief bij ontvangst om de een of andere reden niet accepteren, dan kon de houder van de wissel naar de notaris stappen om een wisselprotest vast te leggen. De notaris stapte dan naar de betrokkene om uitbetaling te eisen voor zijn cliënt en legde dit vast in een officiële akte. Vaak werd de wissel dan alsnog 'onder protest' geaccepteerd, maar het kwam ook voor dat de betrokkene bleef weigeren te betalen.

Tags

18e eeuwWisselprotest
Deel artikel

     
Geplaatst op

7 februari 2017
Auteur

Redactie
Tags

18e eeuwWisselprotest
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen