Met bibberende handen

Historische datum 25 december 1767

Kerstdag 1767, vier uur in de middag. Notaris Wessel van Kleef spoedt zich van zijn huis op de Keizersgracht naar het Oudemannen- en vrouwengasthuis (nu: de Oudemanhuispoort) om voor een ziek jongman een testament op te stellen.

Notaris Wessel van Kleef spoedt zich van zijn huis op de Keizersgracht naar het Oudemannen- en vrouwengasthuis (nu: de Oudemanhuispoort) om iemand van dienst te zijn die in de akte omschreven wordt alseen meerderjarig jongman. De jongeman – blijkbaar woonden er niet alleen bejaarden in dit gasthuis – heet Johannes Koster en is ziek van lichaam, maar zijn verstand, geheugen en uytspraak wel hebbende en gebruykende. Er was duidelijk haast bij als hij op kerstdag nog even snel een testament op wilde laten stellen.

Johannes ziet dus de dood in de ogen en heeft niet veel, maar is ook niet straatarm: de volledige som die hij na denkt te laten komt uit op 375 gulden. Notaris van Kleef heeft overigens een rijke cliëntele en ziet normaal gesproken veel grotere bedragen van handen wisselen. Het geld van de ongetrouwde Johannes gaat naar zijn familieleden in Friesland, zo wordt in het testament bepaald: zijn drie zussen Atje in Hindelopen, Pieternella en Dorothea, die in het Gasthuis in Leeuwarden woont, en naar zijn neefjes en nichtje. Niet iedereen woonde zo ver weg. Als zijn universeel erfgenaam wijst hij Elisabeth Princelaar aan, de dienstbode van de overleden Burgemeester Jonas Witsen (vermoedelijk de Witsen van Keizersgracht 672: nu het museum Van Loon). Waarschijnlijk was Elisabeth aangetrouwde familie en was zij net als Johannes vanuit het hoge noorden naar de stad getrokken op zoek naar werk.

Omdat wij verder niets over de arme Johannes kunnen vinden is de kans groot dat hij op bezoek was in Amsterdam of een tijdelijke bewoner. Het lijkt erop dat hij gaat sterven, ver weg van zijn familie. Aandoenlijk is de handtekening van Johannes: die is onzeker en bibberig en hij heeft er vermoedelijk al zijn krachten voor nodig gehad.

Misschien heeft dit kerstverhaal een goed einde. In de begraafregisters vinden we geen Johannes Koster terug die op kerstdag of kort daarna gestorven is. Zou hij dan toch op eigen kracht het gasthuis uitgelopen zijn?

Tags

18e eeuwTestamentKerst
Deel artikel

     
Geplaatst op

21 december 2016
Auteur

Redactie
Bron

   Testament
Tags

18e eeuwTestamentKerst
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen