IJzingwekkende verhalen

Notaris Jan Verleij

De scheepsverklaringen van notaris Jan Verleij laten zich vaak lezen als jongensboeken. Vooral de akten over de walvisvaart spreken met hun letterlijk vaak ijzingwekkende verhalen tot de verbeelding. Eerder werd al aandacht besteed aan conflicten tussen walvisvaarders onderling, maar de allergrootste tegenstander in de noordelijke IJszee was de natuur zelf.

Schade ten gevolge van de extreme ijsgang rondom de Noordpool was een van de belangrijkste reden om een scheepsverklaring af te leggen. Zo vertelden commandeur Fredrik Lupen Acherman samen met zijn stuurman en schieman van Groenlandvaarder De Tijd op 20 augustus 1755 hoe zij gedurende het vangstseizoen zich telkens weer moesten verplaatsen vanwege 'vlarden ijs':

'Terwijl sij daer in met alle vlijt bezig waren, quam hun de gemelde vlard ijs in de zij van hun schip, en wierd het selve daer door sodanig gekrongen en gekneld dat het t'eenemaal was geruïneert en sij aanstonds een menigte van water in 't schip kregen.'

Even leek De Tijd nog te ontkomen, maar toen sloeg alsnog het noodlot toe:

'maer wierd toen hun schip voor de twede maal sodanig door 't ijs gekrongen dat hun roer en agtersteven geheel aan stucken brak, waerdoor het water in meenigte in hun schip liep en daer in geweldig aanwaste en vermeerderde.'

De Groenlandvaarder bleek niet meer te redden, waarop de bemanningsleden samen met zoveel mogelijk spullen een veilig heenkomen zochten op andere Groenlandvaarders die in de buurt waren. Met de aanblik van het half afgezonken schip vertrokken zij weer huiswaarts.

'moesten aanstonds weder vlugten voor een andere vlarde ijs'

De bemanning van de Groendlandvaarder De Lindenrust van commandeur Adriaan Dirks trof op 23 juni 1762 eenzelfde lot. De manschappen keerden na een dag vergeefs jagen met hun sloepen terug bij hun schip toen plots de schotsen in de baai waar ze lagen, in beweging kwamen:

'Des avonds draaijden de velden tegens elkanderen aan, soo dat de punt die agter hun schip was aan stucken brak en draaijden aan stuurboord sodanig tegens hun schip aan dat 't selve eenslags bij de ses voet agter uijt sijn last gekroden off opgeligt en overzij gesmeten wierd, en dat de kokspoort bij na aan 't water was, soo dat sij niet anders dagten off hun schip sou daer verongelucken […] maer 't veld aan sij van hun schip quam te breeken aan stucken ijs van 8 a 9 voet dik waer door hun schip weder begon te rijsen.'

De bakboordzijde van het schip was 'ingeknepen' en het schip was structureel lek, maar bleef zeewaardig. Minder goed liep het een dag later in diezelfde baai af met de Groenlandia van commandeur Hans Dirksz. Dit schip:

'kneep of raakte aan stucken en verongeluckte waar van sijlieden [de bemanning van de Lindenrust] niets konden bergen als met hun eijgen genoeg te doen hebbende, dog 't volk kregen sij den 25 e juni aan boord en verdeelden daer van op de vier andere scheepen.'

'... gebeurd dat een Beer over 't ijs na hun schip toe quam'

Tot besluit nog een laatste scheepsverklaring van 12 oktober 1756 die werd afgelegd door de bemanning van de Jacob & Alida. Het schip zat op 10 juni 1756 vastgevroren toen er over het ijs een ijsbeer naar het schip toe kwam. De commandeur van het schip, Adriaan Meijts, deelde daarop snaphanen uit aan de bemanning om de beer te schieten. Voor matroos Jan Wessels was het waarschijnlijk de eerste keer dat hij een vuurwapen in zijn hand had, want terwijl de beer het schip naderde stond Wessels zonder een schot te lossen op het dek. Commandeur Meijts oefende daarop druk uit op de besluiteloze matroos: 'Toe Jan, toe!' Hoe het daarna verliep met Jan Wessels lezen we in de scheepsverklaring:

'Quam de loop van sijn affirmants [Jan Wessels] snaphaan bij 't laatgat te barsten, waer door sijn linkerhand omtrent ter helffte is gespleten en affgeschoten soo dat er de helfte aan 't vel bij neer hing 't welk vervolgens daer is affghenomen en sijnde thans sijn hand nog niet geheel genezen en sijn duijm en de twee voorste vingers die maer alleen heeft overgehouden genoegzaam stijff sulks hij hij van sijn gemelde linkerhand wijnig off gene gebruijk hebben kan.'

Tags

18e eeuwAmsterdamJan VerleijScheepsverklaringWalvisvaart
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen