Vondsten #3


Er zijn weer heel wat opvallende zaken opgedoken de afgelopen tijd. Kijk mee!

Schilderijen en drank

Betsie van Zanten vond bij notaris Westfrisius in een boedelinventaris van Jan Sijbrandsz een lange lijst landschappen, helaas zonder vermelding van de schilder. Ze was zo vriendelijk er een transcriptie van te maken. TranscriptieA25337000361.pdf (1624)

Anne Mieke Diepersloot stuitte op een ondervraging van tappers - die blijkbaar in geen geval Franse en Spaanse wijnen hadden mogen mengen van de impostmeester - waarin de namen van veertien tapperijen worden genoemd. (1615)

Vanuit de gevangenis

Willem Blok vond deze machtiging door Dirk Jansz, 'sittende gevangen' op de Jan Rodenpoortstoren (die stond op de huidige Torensluis/Multatulibrug over het Singel). Notaris Palm Mathijs kwam voor de gelegenheid langs in de gevangenis. De comparant was naar eigen zeggen aangenomen in het Spaanse leger om een gracht te graven (1614).

De toren in de zestiende eeuw volledige kaart

De toren in 1625; de toren werd in 1616 vergroot en in de 19e eeuw afgebroken. volledige kaart

Spelen voor volwassenen

Annet Verbout-Wamsteeker verbaasde zich over Nicolaus Stochius, doctor in de medicijnen, die bij zijn huwelijkse voorwaarden een speeltuin bij de Witte Poort in Leiden inbracht. Het ging hierbij vermoedelijk niet om een plein met wipkippen maar om een tuin met bijgebouwtje voor volwassenen, om van het buitenleven te genieten. (1653)

Vrouw aan boord

En dan de scheepsverklaring over het schip de Vrouwe Agnes van Vlissingen (1749). Hierin maakt een vrouw die door een ontrouwe kapitein aan boord was gehaald zich niet populair als ze al het water opmaakt om zich te wassen en dronken aan boord komt na een uitstapje. De matrozen lijden intussen dorst en moeten de erwten in zout water koken.

Detail uit de akte: wie protesteerde tegen de kapitein verdween met een ijzeren ketting in een gat 'daer sij son nog maan konden sien'.

Een verre dood

VOC-officier (Album Jan Brandes, collectie Rijksmuseum)

Aline vond de boedelbeschrijving van Hendrik van Oosterwout (vermoedelijk dezelfde persoon als deze opvarende), die in 1775 als opperstuurman in dienst van de VOC met het schip de Holland naar Batavia was vertrokken. Op 27 juli 1778 overleed hij aan boord van 's Compagnies bodem Veldhoen, toen hij onderweg was naar Nagapatnam (India). Bij zijn dood had hij op zak:

  • een boetseersel of afbeeldsel (van zichzelf)
  • een fiool
  • een ring met een katoog
  • een groen sajet beursje met goud knipbeugeltje
  • twee stukjes zilver poppegoed
  • een vergulde en een zilver vreemd muntstukje
  • de helft van een doorgesnede valsche gulden.

De waarde van dit alles: fl 80,50.

JWK vond deze scheepsverklaring waarin beschreven is hoe de ongelukkige opperstuurman Marten Doggert van het schip 'de Spion'in Suriname begraven werd. De onderstuurman, chirurgijn en ondertimmermannen verklaren hoe zij de bezittingen achter slot en grendel hebben geborgen en hem hebben doen begraven 'soo als 't aldaer op de scheepen gebruijkelijk is' voor hoge officieren: het lijk wordt door de stuurlieden van aanwezige schepen gedragen, de schipper zorgt voor spijs en drank voor alle aanwezigen, en gaat in één moeite door met een publieke veiling voor het scheepsvolk waarin de bezittingen verkocht worden aan de hoogste bieder. (1766)

Wildplassen in Antwerpen

MdW meldde op het forum een opmerkelijke verklaring waarin twee vrouwen op verzoek van de Antwerpse kooplieden Jacques en Gielis Pieters vertellen hoe zij daar aan het diner zaten in hun huis op de Meir. Eén van de gasten staat op om 'water te maken' in de gang naast het huis. Hierop breekt de hel los en wordt onder meer met rapieren (degens) door de tralies gestoken. 'Ghij sout beter opden blijden hoeck (= de rosse buurt) wonen ghij Calvinisten! [...]' Waarom dit voorval in Amsterdam moet worden opgetekend is niet duidelijk; misschien omdat de broers willen dat het niet verder wordt verteld. (1621)

Blind tekenen

Ook in de achttiende eeuw waren er nog genoeg mensen die niet hun naam konden schrijven maar moesten ondertekenen met een kruisje. In dit codicil wordt van Gregorius Schuts, inwonend bij de meester schoenmaker op de Haarlemmerdijk, vermeld dat hij vanwege blindheid niet kon schrijven. (1749)

Grapje van de klerk

Als laatste een nieuw kunststuk van een verveelde klerk dat Annet Verbout-Wamsteeker vond in zo maar een testament (1655).

'Een nieuwe notaris? .... Ik kan niet wachten!'

Zelf ontdekken? Kijk ophttp://alleamsterdamseakten.nl/doemee/en meld je aan op VeleHanden.

Deel artikel

     
Geplaatst op

6 april 2017
Auteur

Redactie
Gerelateerd

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen