Met man en muis verongelukt

Notaris Cornelis van Homrigh

Dinsdag werd bekend dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed deze zomer gaat beginnen met de gedeeltelijke berging van het VOC-schip Rooswijk. Reikhalzend kijken maritiem archeologen uit naar te verwachten (zilver)vondsten. Schatgravers zonder duikpermissie die meer over de Rooswijk te weten willen komen, kunnen hun hart alvast ophalen in de Amsterdamse notariële akten.

Op 8 januari 1740 vertrok het VOC-schip Rooswijk vanaf de rede van Texel naar Batavia. Een dag later verging het schip met man en muis én met een bijzonder waardevolle lading zilver voor de Engelse kust op Goodwin Sands. Het verlies betekende een flinke tegenslag voor de VOC. Lange tijd bleef de exacte locatie van de Rooswijk onbekend, maar in 2004 werd het schip na tweeënhalve eeuw teruggevonden. De jaren daarop werden al vele archeologische schatten opgedoken.

In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw kwamen velen duizenden personeelsleden van de VOC en hun familieleden langs bij een Amsterdamse notaris. De verwachting is dan ook dat er in de komende jaren nog heel wat akten boven water zullen komen over de op 9 januari 1740 bij Goodwin Sands omgekomen zeelui.

De eerste verklaring kwamen we tegen bij Notaris Van Homrigh. Op 9 oktober 1750 verklaart Thesche Huijdekoper over haar broer Thomas:

"welke Thomas Huijdekoper in dienst van de Oostindische Compagnie ter Kamer alhier zijnde aangenomen om als jong Matroos naar Batavia te vertrekken, en ten dien einde met het Schip Rooswijk den 8en Januarij 1740 uit Texel in zee gelopen zijnde, zo is de zelve bodem, volgens berigten van 's Compagnies correspondenten in Engeland op den 9 e van denzelven maand Januarij 1740 op Goidwindsant met man en muis verongelukt".



Tags

18e eeuwVOCScheepvaart
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen