Paradijsvogels

Historische datum 22 februari 1764 | Notaris Hendrik Daniel  van Hoorn

Er bestaan prenten van het achttiende-eeuwse straatleven van Amsterdam, waarop ook bedelaars en straatartiesten figureren. Deze paradijsvogels blijken soms echt te hebben bestaan.

Malle Kees

Eén van de hoogtepunten uit de notariële archieven vormen de pro deo attestaties (getuigenverklaringen) op verzoek van de Hoofdofficier. Was er rumoer op straat, dan werden omstanders naar de notaris gestuurd om te vertellen wat ze gezien hadden. De attestaties bevatten daarom de prachtigste verhalen over het straatleven van oud Amsterdam, rechtstreeks opgetekend vanuit de monden van ooggetuigen en buurtgenoten.

We treffen temidden van dit straatrumoer vaak beschrijvingen van Amsterdammers die niet onder hun echte naam maar onder een alias bekend stonden. Een kleine bloemlezing: Mooie Marij, Smerige Claes, de Rijke Bedelaarster uit de Paardenstraat, Hein de Zwerver die zich vooral in de Nieuwmarktbuurt ophield, en sjacheraar Jan de Kindermaker - hoeveel kinderen zou hij gehad hebben om deze bijnaam te verdienen? Zo ook... Malle Kees.

We kennen Malle Kees uit een serie etsen van bedelaars en andere straattypen omstreeks 1770. Hierop wordt hij uitgebeeld als iemand die als een dolle langs de straten rent, 'noch Pegasus, noch mens en paard'. In een verklaring bij notaris Hendrik Daniel van Hoorn rond dezelfde periode vonden we laatst ook de opmerkelijke figuur van Malle Kees alias Kees met de bellen.

'van aanzien zeer wel kennen zeeker perzoon in de wandeling genaamt Malle Kees of Kees met de bellen'

Een belastende verklaring wordt afgelegd door twee dienaren van Justitie plus Marta Goorbon en Stijntje Cornelis, beide 'arme lieden' zonder vaste woon- of verblijfplaats. Malle Kees zou twee jaar in het werkhuis hebben gezeten, maar loopt volgens hen alweer een tijd 'sinneloos' over straat. Ze treden niet in details maar weten wel te vertellen dat hij, al zwervend door de stad, 'veele buijtensporigheeden heeft gedaan waardoor aan ijder sijne dwaasheijd seer sigtbaar is gebleeken'.

De getuigen verklaren hoe zij zich om zes uur in de avond in een secreet, een openbaar toilet, bevonden onder de Varkenssluis - in later tijden beter bekend als de Pillenbrug. Treurig is dat de vrouwen aangeven dat ze daar de nacht wilden doorbrengen, aangezien ze geen 'slaapstede' hadden. Ze installeren zich onder de brug met een lamp. Malle Kees doet zijn entree en vraagt wie wat jenever voor hem wil halen. Hij stopt één van hen vier duiten in de hand en ze vertrekt.

Dan wordt het allemaal ernstiger dan de bijnaam doet vermoeden. Malle Kees blaast het brandlicht uit en overweldigt de vrouw die achterbleef. Ze voelt in het duister hoe ze een snee in haar gezicht en in haar hals krijgt. Als haar vriendin op de terugweg is van de jenever hoort ze het geschreeuw. Maar Malle Kees ontkomt via de trappen, en verdwijnt in het donker van de Oudezijds.

Met dank aan VeleHanden-deelnemer Ellen Ruijter.

Zwarte Klaas en Prulla

We hopen ook nog meer gegevens te vinden over 'Zwarte Klaas', die we hier linksonder in de hoek zien afgebeeld voor de Amsterdamse Schouwburg (klik hier voor de volledige afbeelding en om in te zoomen), en over de straatartieste Prulla die ook op de prent staat.

Literatuur

Zie voor meer over Zwarte Klaas: Sytze van der Veen, 'Zwarte Klaas'. In: Boekenwereld, jg 33 no. 1 (2017), p. 46-49.

Tags

18e eeuwAttestatieStraatleven
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen