Een Noors pension in de Ridderstraat

Historische datum 20 augustus 1764 | Notaris Salomon Dorper

In 1748 trouwde de Noorse Rachel Theunis (c. 1722-1793) in Amsterdam met de circa veertig jaar oudere Noor Govert Cornelisse Veltbus (c. 1683-1751). Beiden waren afkomstig uit Kristiansand en woonden in Amsterdam in de Ridderstraat. Dit was niet het enige huwelijk van Theunis, nadat ze weduwe werd van Veltbus trouwde ze nog drie keer. Samen met haar echtgenoten had ze een pension in de Ridderstraat: 'Het Gekroonde Hof van Denemarken'.

Hoewel Rachel Theunis in totaal vier keer trouwde, bleef ze kinderloos. Als mensen in de vroegmoderne tijd geen kinderen kregen, betekent dit meestal dat ze minder vaak terug te vinden zijn in de bronnen, ze hoefden immers zelf geen kinderen te laten dopen en waren ook geen getuigen bij de ondertrouw van hun kinderen of de doop van eventuele kleinkinderen. Doordat Rachel Theunis en haar echtgenoten het pension 'Het Gekroonde Hof van Denemarken' uitbaatten, zijn ze toch regelmatig terug te vinden in het notariële archief. Vooral de echtgenoten gingen vaak naar een notaris om zaken voor het pension te regelen. Toch moet Theunis een hele belangrijke factor in het pension zijn geweest, aangezien zij al haar echtgenoten overleefde. Wat kunnen we over haar en haar echtgenoten te weten komen door de informatie uit verschillende notariële akten te combineren?

Locatie

Het pension van Theunis bevond zich in de Ridderstraat in Amsterdam. De Ridderstraat wordt vaak samen met de Jonkerstraat genoemd. Beiden waren te vinden in de Lastage (tegenwoordig de Nieuwmarktbuurt), wat in de vroegmoderne tijd een achterbuurt in Amsterdam was. De twee straten liepen parallel aan elkaar en vormden een verbinding tussen de Geldersekade en de Oude Schans. De woningen hadden lage huren en er woonden veel mensen in de huizen, kamers en kelders. Er waren relatief goedkope pensions waar onder andere veel zeelieden verbleven. Bovendien woonden er in de Jonker- en Ridderstraat veel immigranten die veelal tot een lagere sociale stand behoorden. Deze immigranten waren afkomstig uit allerlei landen, maar de meesten kwamen uit Duitsland of Scandinavië, zo ook Rachel Theunis en haar echtgenoten. Na haar huwelijk met Veltbus trouwde Theunis achtereenvolgens met Barent Jansz Roos (c. 1720-1760) die net als zijzelf uit Kristiansand afkomstig was, Christiaan Evertz (c. 1731-1762) uit Kollerup in Denemarken en Machiel Mulder (c. 1727-<1793) uit Szczecin in Polen.

Veel immigranten werkten in de maritieme sector. Zij verbleven tijdens hun (soms korte) verblijf in de stad onder andere in de pensions in de Jonker- en Ridderstraat, voordat ze weer aan een nieuwe zeereis begonnen. Van Cornelis Veltbus is niet bekend welk beroep hij uitoefende, maar de andere drie echtgenoten van Theunis waren, voor ze met haar trouwden, allemaal zeemannen. Barent Jansz Roos en Machiel Mulder werkten als bootsman op een koopvaardijschip. Beiden lijken hun carrière als zeeman te hebben opgegeven nadat ze trouwden met Theunis. Ze bleven met haar in de Ridderstraat om in het pension te werken. Christiaan Eversz begon slechts drie maanden na zijn huwelijk met Theunis aan een reis met de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) als bosschieter. Hij machtigde Theunis om de zaken waar te nemen voor het pension tijdens zijn afwezigheid. In de jaren dat hij weg was, verscheen Theunis bij de notaris. Eversz overleefde zijn VOC-reis helaas niet en liet zijn vrouw ongeveer vijftig gulden na. Ook na zijn dood bleef Theunis de zaken in het pension waarnemen, zo verscheen ze in 1764 bijvoorbeeld bij notaris Salomon Dorper om het geld te innen dat de overleden matroos Roelof Teunisse haar nog schuldig was geweest voor zijn logement. Dit was overigens vaak de reden dat Theunis en haar echtgenoten naar een notaris gingen.

Slaapbazen en volkhoudsters (pensionhouders) hebben in de maritieme literatuur niet altijd een goede reputatie. Er zijn veel verhalen over uitbuiting, afpersing van zeelieden en erbarmelijke omstandigheden in de pensions. Toch blijkt uit de notariële akten van Theunis en haar echtgenoten dat zij ook op andere vlakken in het leven van hun gasten een belangrijke rol konden spelen. Zo werd Barent Jansz Roos in 1760 gemachtigd door de kok Jacob Beekman uit Trondheim in Noorwegen om zijn gage en maandgelden te ontvangen en zijn 'slaapkleede in Rotterdam 't geen hij daar aan kleederen gelden als andersints mogt gelaten hebben' te ontvangen. Bovendien benoemde hij Roos tot de executeur van zijn nalatenschap, Roos moest ervoor zorgen dat het lichaam van Beekman begraven zou worden, zijn schulden zouden worden afbetaald en de rest van zijn bezit moest gedoneerd worden aan de diaconie van de Lutherse gemeente 'ten behoeve hunner armen'.

Een ander voorbeeld waarbij Machiel Mulder, de vierde echtgenoot van Theunis, als slaapbaas een belangrijke rol speelde in het leven van één van de gasten, is het verhaal van Laurens Roelofsen Thonder. In 1771 liet de uit Trondheim afkomstige Thonder, die ziek was en in 'Het Gekroonde Hof van Denemarken' verbleef, een testament opstellen. Hij stelde zijn vader, die nog in Noorwegen woonde, aan als zijn enige erfgenaam. In het geval dat zijn vader eerder zou overlijden, zou Johanna Catharina Kissing zijn erfgenaam zijn. Blijkbaar stierf Thonder niet aan zijn ziekte, want in 1772 ging hij in Amsterdam in ondertrouw met Kissing. De getuige van Thonder bij zijn ondertrouw was Machiel Mulder, zijn slaapbaas.

Het waren niet alleen de zeelieden zelf die voor persoonlijke zaken de hulp van een slaapbaas inschakelden. Uit de akten blijkt dat het ook voorkwam dat familieleden van zeelieden die in een ander land woonden de echtgenoten van Rachel Theunis machtigden om de laatste financiële zaken af te ronden nadat een zeeman was overleden. Machiel Mulder werd bijvoorbeeld in 1773 gemachtigd door Gergers Johnson en Gonil Aanonsdogter uit Kristiansand, de ouders van de overleden matroos Ole Gregersen (die zich in de Republiek Roelof Goverts had genoemd) om de laatste zaken betreffende zijn gage af te ronden.

Wat aan bovenstaande voorbeelden opvalt is dat Rachel Theunis en haar echtgenoten veel in aanraking kwamen met andere Scandinavische immigranten. Theunis kwam zelf uit Noorwegen en drie van haar echtgenoten kwamen ook uit Scandinavië. In andere notariële akten die betrekking hebben op haar en het pension komen ook veelvuldig immigranten voor. Bovendien gebeurde het dat Noorse of Deense familieleden van zeemannen contact hadden met Rachel Theunis en haar echtgenoten om zaken af te handelen in de Republiek. De naam van het pension, 'Het Gekroonde Hof van Denemarken', wijst ook op een band met Scandinavië. Het lijkt erop dat Theunis en haar echtgenoten in Amsterdam een rol speelden in een Scandinavisch netwerk. Scandinavische nieuwkomers in Amsterdam wisten de goedkope pensions in de Jonker- en Ridderstraat te vinden en zochten elkaar op in pensions met Scandinavische uitbaters.

De notariële akten laten zien dat Rachel Theunis en haar echtgenoten betrokken waren bij allerlei facetten uit het leven van hun gasten. Hoewel de meeste notariële akten de namen van haar echtgenoten noemen, moet Rachel Theunis de constante factor in het pension geweest zijn. Zij leefde langer dan al haar echtgenoten, nam de zaken waar bij de notaris bij het ontbreken van een echtgenoot en woonde ten minste van 1748 tot haar overlijden in 1793 in de Ridderstraat, 'tussen de Oude Schans en Eerste dwarsstraat'.

Tags

18e eeuwAmsterdamMigratieRidderstraatTestamentVOCVrouwenZeeliedenHuwelijk
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen