De vlucht naar vrijheid?

Historische datum 31 oktober 1735 | Notaris Philippus Pot

Op 31 oktober 1735 legden kapitein Steven van Lint, zijn vrouw Maasje Everts en dochter Woutertje een verklaring af over de slaafgemaakte jongen Snak: over zijn afscheid in Amsterdam, zijn reis naar Curaçao en de goede behandeling van zijn nieuwe eigenaar, fiscaal Jan van Schagen. Waarom? Snak was niet veel later uit Curaçao gevlucht en bevond zich weer in Amsterdam.

Twee jaar eerder had Nicolaas Pot kapitein Steven van Lint, die op zijn vertrek stond naar Curaçao met het schip de Maria Jacoba, verzocht om 'zijn knegt of slaaf', de zwarte jongen Snak, mee te nemen naar Curaçao. Aldaar moest Van Lint hem overbrengen naar Jacob de Petersen, latere directeur-generaal van de Noord- en Zuidkust van Afrika.

Volgens Van Lint had Snak de avond voor vertrek van Pot afscheid genomen, 'zeer wel te vreeden en zelfs verbleijd & vroolijk' en was hij met Van Lint meegegaan zonder door hem 'gehouden te werden en dus liber & vrij'. Samen liepen ze van de Leidsedwarsstraat, waar Pot woonde, naar het huis van Van Lint in de Oranjestraat. Daar verbleef nog een zwarte jongen, wie hij was is onbekend. Woutertje was met beide jongens nog hoeden wezen kopen, voor Snak één zonder en voor de andere jongen één met zilveren kriel.

Eenmaal in Curaçao werd Snak naar De Petersen gebracht, die hem vervolgens verkocht aan fiscaal Jan van Schagen. De Van Lints verklaarden dat zij meerdere malen bij Van Schagen waren geweest in Curaçao en dat zij nooit hadden vernomen of gezien hadden dat Van Schagen zijn slaafgemaakten, onder wie dus ook Snak, 'hardelijk of onbehoorlijk heeft gehandeld; maar integendeel met zoo veel gemakkelijkheijd en bescheijdenheijd als zelfs hier te landen een knegt van zijn Heer zoude kunnen wenschen of begeeren'.

Snak was echter niet van plan om in Curaçao te blijven. In Amsterdam had hij een andere wereld gezien, een vrije wereld waar slavernij niet bestond. Hij had daar zwarte mensen gezien, die sinds de zeventiende eeuw al deel uitmaakten van een vrije gemeenschap in de stad. Niet lang na zijn aankomst in Curaçao begon hij met het plannen van zijn vlucht naar Amsterdam.

Dat deed hij niet alleen. Met nog twee anderen, Bastiaan en Claes, verstopte hij zich begin mei 1735 aan boord van hetzelfde schip waarmee Snak naar Curaçao was gebracht, de Maria Jacoba. Bastiaan en Claes waren eigendom van Paulina Heijer, weduwe van Jan Ellis. Beiden waren net zoals Snak huishoudslaven, en Claes was daarnaast ook schoenmaker.

Op 3 mei vertrok de Maria Jacoba onder bewind van kapitein Van Lint richting de Republiek. Diezelfde dag nog ging het mis. 's Avonds werd Bastiaan ontdekt, en de volgende morgen ook Snak en Claes. Bastiaan had zich verstopt in een kist in de kajuit, Snak en Claes 'in het kooij t geene sij aanboordt hadden voor de paarden die sij van Curacao' naar Amsterdam hadden gebracht. De scheepslieden, inclusief kapitein Van Lint, verklaarden niet geweten te hebben dat de drie zich aan boord hadden verstopt.

Hoe het is afgelopen met Bastiaan en Snak in Amsterdam is niet bekend. Hebben zij in Amsterdam toch nog hun vrijheid gevonden? Of zijn ze terug naar Curaçao gestuurd?

Over Claes is meer bekend. Een paar maanden nadat hij was aangekomen in Amsterdam werd hij gearresteerd en in de gijzelkamer in het stadhuis opgesloten. Het kwam tot een interessante rechtszaak. Zijn eigenaresse, Paulina Heijer, had een zaak aangespannen: hij was eigendom van haar en moest terug naar Curaçao worden gestuurd. Claes beargumenteerde dat hij vrij was, hij was immers op vrije grond. De schout gaf Claes gelijk, en Heijer's verzoek werd afgewezen.

Helaas hield het daar niet op. Heijer ging in hoger beroep bij de Hoge Raad van Holland en Zeeland. De Hoge Raad stelde dat slavernij verboden was in de Republiek, maar dat het voor eigenaren niet verboden was om hun slaafgemaakten te vervolgen. En alhoewel Curaçao behoorde tot het gezag van de Republiek, was het recht van de Republiek niet op Curaçao van toepassing.

De Hoge Raad stelde bovendien het volgende: 'de colonien in de West Indien kunnen zonder slaeven niet gecultiveerd worden, daarom moet men dan ook geen voet aan de slaeven geeven om te ontvlughten, een ontvlughte slaef is de fur, en de res furtiva, welke de meester magh vervolgens overal waar gevonden werdt'.

Claes was de fur (dief) en de res furtiva (gestolen object). De koloniën konden volgens de Hoge Raad niet functioneren zonder slaafgemaakten. En dus werd er besloten dat Claes met het eerst vertrekkende schip naar Curaçao moest vertrekken, en teruggebracht moest worden naar Paulina Heijer.

Claes was niet de enige die zijn vrijheid aanvocht. In de tweede helft van de achttiende eeuw verkregen enkele slaafgemaakten hun vrijheid nadat zij enige tijd in de Republiek waren geweest, wat tot onrust leidde onder slavenhouders in de koloniën. In 1776 werd er daarom door de Staten Generaal een plakkaat uitgevaardigd waarin bepaald werd dat slaafgemaakten in de Republiek binnen zes maanden na aankomst moesten worden teruggestuurd naar de kolonie van herkomst. Eigenaren konden een verlenging aanvragen van nog eens zes maanden. Pas na dat jaar was een slaafgemaakte persoon pas echt vrij.

Geraadpleegde literatuur:

Knappers, L., 'Ruimte en vrijheid: wiens ruimte biedt vrijheid?', https://www.archined.nl/2019/09/ruimte-en-vrijheid-wiens-ruimte-biedt-vrijheid/ (geraadpleegd 8 april 2020).

Kralingen, H. van, 'Some remarks on slavery and legal history', https://leidenlawblog.nl/articles/some-remarks-on-slavery-and-legal-history (geraadpleegd 8 april 2020).

Ponte, M., ' 'Al de swarten die hier ter stede comen'. Een Afro-Atlantische gemeenschap in zeventiende-eeuws Amsterdam', TSEG/Low Countries Journal of Social and Economic History 15:4 (2019) 33–62.

Peres dos Santos, M., 'Transcript of the ruling of the case against Claes by The High Court in The Hague on the 23 of June of 1736', https://geographiesoffreedom.wordpress.com/2019/02/05/transcript-of-the-ruling-of-the-case-against-claes-by-the-high-court-in-the-hague-on-the-23-of-june-of-1736/ (geraadpleegd 8 april 2020).

Schreuder, E., Twee Moren aan het hof van Oranje (Amsterdam 2017).

Tags

18e eeuwAmsterdamSlavernijCuraçao
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen