Consternatie in de kostschool

Historische datum 23 maart 1746 | Notaris Thierry Daniel de Marolles

Cornelis van Santen hield Jan Fokke stevig beet, terwijl Anna Blauwduif schreeuwde: 'Vermoord den Hond, hij heeft U Broeder helpen vermoorden'. Een ontmoeting tussen Amsterdamse familieleden en bekenden in de Franse kostschool van kostschoolhouder Hieronimus Franciscus de Hautepenne de la Tour in Abcoude leidde tot een flinke vechtpartij.

Op 23 maart 1746 verschenen Catharina Wassenburg (38 jaar) en Elizabeth Schulders (28 jaar) bij notaris Thierry Daniel de Marolles (1712-1771). Zij verklaarden dat er zich op 29 juli 1745 een incident had voorgedaan in de Franse kostschool van Hieronimus de la Tour. Deze kostschool was sinds 1741 gevestigd in Abcoude. De la Tour was een immigrant uit Leuven, die zich na een reis met de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) als assistent van een opperkoopman eerst in Gorinchem en vervolgens in Abcoude vestigde als Franse kostschoolhouder.

Op een 'Franse school' werd Frans gesproken en werden de hoofdvakken onderwezen. Afhankelijk van wat de schoolhouder kon, werden extra vakken aangeboden. In een advertentie van de Amsterdamse Courant uit 1741 is te lezen dat De la Tour op zijn school de vakken 'Leezen, Schryven, Cyferen, allerley Boekhouden, Fransche, Duytsche en Latynsche Talen, Psalm zingen, [en] de gronde van de hervormde Godsdienst' aanbood. Voor andere 'Konsten', zoals dansen en tekenen, kon hij 'Meesters' uit Amsterdam laten komen, die in een halve dag heen en weer konden reizen, net als de ouders.

Het bestaan van De la Tour als kostschoolhouder was er niet een zonder schandalen. In 1744 verscheen Hieronimus de la Tour bij notaris Philippus Pot (1701-1778) in Amsterdam. Daar verklaarde hij dat hij zijn dienstmeid Anna Rijkland zou vergeven voor de laster die ze over hem had verspreid. Zij verklaarde op haar beurt dat ze had beweerd dat De la Tour haar meerdere malen op verschillende plaatsen had 'aangesogt, vervolgt en met gewelt aangerand', maar dat zij zich niet tot 'oneer hadde willen laten vervoeren, en zijn geile wille doen'. Ondanks dat ze dit aan meerdere mensen had verteld, verklaarde ze nu dat het toch niet waar was.

Een kleine drie jaar later had De la Tour weer een vrouw op de stoep staan die hem flink de waarheid vertelde. Anna Blauwduijf was samen met haar man Cornelis van Santen naar de Franse kostschool gekomen om haar zoon Nicolaas van Santen op te halen. Blijkbaar was Blauwduijf niet tevreden met de manier waarop De la Tour zijn kostschool bestierde. Ze beschuldigde hem van dronkenschap en claimde dat hij de hele dag in bed lag te slapen en niet op zijn school aanwezig was. Volgens haar zou De la Tour een 'verlopen munnik' zijn die 'uit zijn klooster was gelopen' omdat hij het niet met de andere monniken kon vinden. Ze nam haar man en zoon mee en verliet kostschool, om bij vervolgens naar de buurman van De la Tour te gaan.

De rust keerde terug, maar dat duurde niet lang. Kort na dit voorval kwam er namelijk bezoek langs bij Hieronimus de la Tour en zijn vrouw Anna Roos. Het bezoek bestond uit Anna Somer en Jan Fokke. Anna Somer was de weduwe van Anthony van Santen, die de broer was van Cornelis van Santen. Anna Blauwduijf en Cornelis van Santen kenden Anna Somer goed. Zowel in 1726 als in 1732 waren zij getuigen bij de doop van kinderen van Van Santen en Somer. De vriendschap was sindsdien blijkbaar bekoeld. Anna Blauwduijf, die het bezoek waarschijnlijk vanuit het huis van de buurman had zien aankomen, verscheen al snel weer bij het huis van De la Tour. Daar begon ze Anna Somer uit te schelden voor hoer en hoerekind, waarbij ze naar haar uithaalde. Wat volgde was een enorme vechtpartij, waar zelfs Hieronimus de la Tour en zijn vrouw Anna Roos niet ongeschonden uit kwamen. Cornelis van Santen probeerde Jan Fokke meerdere malen te vermoorden, door hem de keel dicht te knijpen tot hij 'swart' werd en naar hem uit te halen met een 'rotting, welke zeer dik was' (een stok). Anna Blauwduijf moedigde haar man aan, door te roepen: 'Vermoord den Hond, hij heeft U Broeder helpen vermoorden'.

Uiteindelijk lukt het Hieronimus de la Tour en zijn vrouw Anna Roos om de vechtersbazen te overmeesteren en de deur uit te werken. In de akte benadrukten de getuigen en De la Tour dat Anna Blauwduijf en Cornelis van Santen 'alles in uiterste consternatie hadden gestelt' en dat de kinderen van de kostschool, de vrouw van De la Tour, zijn kinderen en de dienstbodes allen zeer geschrokken waren door het incident.

De getuigen benadrukten in de akte dat De la Tour een brave man was die geen kwaad woord had geuit en de vechtpartij uit alle macht probeerde te beëindigen, waarbij hij zelf ook gewond raakte. Toch werden er in zijn carrière meerdere malen ernstige beschuldigingen aan zijn adres geuit door verschillende vrouwen. Of er een kern van waarheid in de beschuldigingen zat wordt niet duidelijk. De la Tour bleef echter niet lang kostschoolhouder. Rond 1754 verhuisde hij met zijn gezin naar Amsterdam, waar hij boekhouder werd en op de Nieuwezijds Voorburgwal woonde.

Tags

18e eeuwAbcoudeAmsterdamAttestatieKostschoolMishandelingVechtpartijVOCZeden
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen