Atypische diplomaten: de familie Renard

Notaris Thierry Daniel de Marolles

Den Haag was niet de onbetwiste diplomatieke hoofdstad van de Republiek: ook in Amsterdam krioelde het van de diplomatieke gezanten. Echter hielden deze zich soms maar sporadisch bezig met diplomatie. De diplomatieke familie Renard bestond uit visliefhebbers, potentiële schoonmaaksters, en raamspringers, die hun sporen hebben achtergelaten in het notarieel archief.

Het stereotype beeld van een (vroegmoderne) diplomaat is een voorname man die, na een duf overleg achter gesloten deuren, zijn handtekening zet onder een verdrag. Echter wordt er binnen de diplomatieke geschiedenis hard gewerkt om dit beeld te verlevendigen. Vroegmoderne diplomaten waren immers ook mensen. In de diplomatieke hoofdstad van de Republiek, Den Haag, was niet alleen uitbundig ceremonieel te vinden, maar ook straatgevechten, koets-gerelateerde verkeersinfarcten en dronken schandaaltjes tussen verschillende groepjes gezanten. In Amsterdam was dit niet anders. Hoewel de stad niet bekend staat als traditioneel diplomatiek centrum, hadden vrijwel alle buitenlandse entiteiten er een gezant gestationeerd. Het resultaat? Een levendige en goed geïntegreerde diplomatieke gemeenschap, die we veel terugvinden in het notarieel archief en andere bronnen in het Stadsarchief.

Een Amsterdams diplomatiek 'geslacht' dat goed vertegenwoordigd is in die bronnen, is de excentrieke familie Renard. Vader Louis (1716-1746), zoon Daniel (1746-1766) en kleinzoon Louis Pierre (1769-1791) vervulden het grootste deel van de 18 e eeuw de rol van agent van de koning van Groot-Brittannië. 'Erfopvolging' voor diplomatieke functies kwam vaker voor bij lagere diplomatieke rangen: uit de akten bekende families als Deutz, Pels en Balguerie leverden ook meerdere generaties gezanten in Amsterdam.

Louis Renard (geboren ca. 1678) kwam oorspronkelijk uit Charlemont, op de Frans-Belgische grens. In 1703 werd hij poorter van Amsterdam en begon een boekwinkel en uitgeverij. In 1716 vinden we hem voor het eerst als agent van de Britse koning. Louis begaf zich in hoge sociale kringen, en maakte zichzelf zichtbaar in Amsterdam. Hij greep alle mogelijkheden aan om een feestelijke diplomatieke soirée te organiseren. De Oprechte Haerlemsche courant van 10 juni 1717 bevat bijvoorbeeld een berichtje over zijn feest (met concert, banket, vuurwerkshow en nachtelijk bal) ter ere van de verjaardag van George I. Diplomatie was echter zijn bijbaantje. Zijn echte passie was de boekdrukkerij, met een wel heel specifieke niche: vissen en krabben. Zijn magnum opus, een bewerking van Poissons, ecrevisses et crabes de diverses couleurs et figures extraordinaires, que l'on trouve autour des Isles Moluques, et sur les côtes des Terres Australes, publiceerde hij in 1718/1719, en was het eerste boek over vis in kleur gedrukt in de Republiek. De wetenschappelijke waarde was twijfelachtig, maar Louis kon in ieder geval zijn artistieke lusten erin kwijt: de afbeelding van de zeemeermin is berucht.

Louis gebruikte zijn status als agent van de Britse koning om zijn uitgaves te promoten. Zo benoemde hij het uitgebreid in het voorwoord van zijn boek, en vermeldde als het even kon ook op het titelblad. Maar hij zocht ook andere royalty op. Zo vermeldt hij tevens in het voorwoord dat tsaar Peter de Grote hem thuis had bezocht tijdens diens bezoek aan Amsterdam in 1717, en dat Louis meteen zijn collectie vissenliteratuur aan de vorst had laten zien. Er zijn zelfs afbeeldingen van Louis' uitjes met vorsten: zo nam hij prins Eugenius van Savoye mee naar een exclusief bordeel op de Keizersgracht. Op een prent van Cornelis Troost zien we Renard (met de pijp), en de prins, die de dames inspecteert. Achteraf gezien had Louis zijn uitje misschien beter moeten aanpassen aan zijn compagnon: Eugenius was voor 18 e-eeuwse standaards openlijk homoseksueel.

Helaas was Louis niet zo voornaam als hij het graag deed voorkomen. Uit de akten komt ineens een ander beeld naar voren. Na zijn dood compareren zijn kinderen verschillende keren voor Philip Zweerts en Thierry Daniel de Marolles om te getuigen over zijn nalatenschap, en vragen uiteindelijk om beraad – een veeg teken dat er niet veel te halen valt. Een andere bron die dit bevestigt is het dagboek/stadskroniek van Jacob Bicker Raye (schrijvend van 1732 tot 1772), die op 21 februari 1746 noteert over Louis' overlijden: "Hij was swaar met de podegra [jicht] geincomodeert (…), hij laat verschijde kinderen na, en seer medioker capitaal".

Het 'medioker capitaal' bleek fataal voor een van zijn dochters. Op 6 oktober 1750, vier jaar na Louis' overlijden, noteert Bicker Raye dat 'Juffrou Renart' van haar vrienden had gehoord dat het niet lang meer zou duren voordat ze schoonmaakster zou moeten worden, want haar erfenis was zeer mager geweest. De diplomatendochter vond dit toekomstperspectief zo eerloos en beneden haar stand dat ze aan boord van een schip op de Haarlemmermeer aan de kapitein vroeg waar het water het diepst was, hem netjes betaalde voor de reis en zich vervolgens in het water wierp en verdronk. Na het tragische incident werd er bij juffrouw Renard thuis een briefje gevonden waarin stond "dat sij nu bevrijt soude sijn van uijt schoon maken te moete gaan".

Louis' zoon Daniel wachtte een ander, maar niet minder tragisch lot. In 1746 begon hij, na de dood van zijn vader, als diens frisse opvolger als agent van Groot-Brittannië in Amsterdam. Hij trouwde met Johanna van Segvelt, een keurige ambtenarendochter, laat volgens traditie vuurwerk afsteken op de verjaardag van de Britse vorst, en deed zijn best om de chaotische nalatenschap van zijn vader af te handelen bij de notarissen Zweerts en de Marolles. Maar twee jaar na zijn aanstelling slaat het noodlot toe. Op 29 maart schrijft Bicker Raye dat Daniel "sigselfs in een ijle koorts uijt een venster van de derde verdieping [heeft] geworpen". Hoewel hij zwaargewond was, overleefde hij het incident. De krankzinnigheid is echter nooit meer weggegaan, en loopt de rest van zijn leven als een rode draad door de akten. Hoewel de oorspronkelijke machtiging nog niet bovengekomen is, wordt Johanna van Segvelt in iedere akte sinds het incident benoemd als hebbende volmacht over haar man Daniel. Johanna was dus een zeldzaam voorbeeld van een de facto vrouwelijke vroegmoderne diplomaat. In een donatie uit 1765, opgemaakt door Thierry Daniel de Marolles, vertelt Johanna dat Daniel opgesloten is: "confiné depuis quelques années pour cause de derangement d'esprit". Hij sterft niet lang daarna, volgens de Oprechte Haarlemsche courant van 19 april 1766 "na een langduurige ziekte in den ouderdom van ruim 54 jaaren".

De derde generatie Renard, (klein)zoon Louis Pierre, komt tot nu toe ongeschonden uit het bronnencorpus. Bicker Raye is dan inmiddels overleden, en niet meer in staat om over de familie te roddelen. Uit de akten komt Louis Pierre naar voren als een keurige en stabiele man, met een diplomatieke functie die hij na goede waarneming door zijn moeder van haar overneemt. Hij getuigt plichtsmatig bij Thierry Daniel de Marolles over de omstandigheden van het overlijden van zijn vader Daniel, en kent pensioenen toe aan familieleden die nog immer dankzij zijn grootvader Louis' nalatenschap financieel kwakkelden.

Met Louis Pierre had de diplomatieke familie Renard rust gevonden. Maar er waren genoeg excentrieke diplomatieke tijdgenoten die Amsterdam onveilig maakten; hun verhalen zijn te lezen in mijn masterscriptie Amsterdiplomacy. Amsterdam as a diplomatic city, 1648-1795, grotendeels gebaseerd op de notariële akten van Amsterdam.

Tags

18e eeuwAmsterdamDiplomatenDiplomatie Familie
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen