Van consuls tot sloppenbewoners: nieuwe techniek brengt Amsterdamse bevolking in beeld


Het zoeken door teksten met Handwritten Text Recognition (HTR) brengt allerlei nieuwe mogelijkheden met zich mee voor het zoeken naar verhalen uit de Amsterdamse geschiedenis. Van de chique bewoners van het Trippenhuis tot de arme stedelingen in de sloppen van het stadseiland Marken. Van onbekende schilderijen door Rembrandt tot de namen van slaafgemaakten tijdens de grote opstand in Berbice (1763). Een paar voorbeelden van vondsten uit de nieuwe HTR-zoekomgeving we willen hier alvast delen.

Een consul in het Trippenhuis

Na de dood van burgemeester Louis Trip, werd op 4 oktober 1684 een inventaris opgemaakt van de schilderijen en meubelen in het Trippenhuis. Het pand werd gehuurd door Joan Nicolaes Abó, commissaris en consul van Denemarken. Hij mocht van de vele schilderijen genieten, maar moest ze na vertrek wel laten hangen. Diverse bekende schilderijen worden genoemd, waaronder De geschutgieterij van Hendrik Trip in Julita Bruk in Zweden van Allaert van Everdingen (1650-1675). Met de verhuizing van het Rijksmuseum uit het Trippenhuis is ook dit schilderij meegekomen:

Een Kardinaal van Rembrandt

Tussen de transcripties van de akten van notaris Dirk van der Groe treffen we een opmerkelijke vermelding van een schilderij: Een cardinaal van Rembrant. Een vermelding die nogal wat vragen oproept, want het was geheel onbekend. Klopt deze toeschrijving in de inventaris wel? En hoe zou Rembrandt een kardinaal kunnen hebben afgebeeld? En hoe heeft dit schilderij eruit gezien en zou het nog bestaan?


Bewoners en eigenaars van gangen en stegen op Marken

Door de ontsluiting van het notarieel archief komen niet alleen mensen in de bovenlaag van de Amsterdamse bevolking in beeld, ook de arme bewoners van de gangen en steegjes van de Amsterdamse volksbuurten worden zo in kaart gebracht. Zoals de bewoners van de gangen op het Amsterdamse eiland Marken (Valkenburg), waar enkele jaren geleden uitgebreid archeologisch onderzoek is uitgevoerd en een zeventiende-eeuwse sloppenwijk werd opgegraven. Met behulp van HTR kan er nu ook nieuw onderzoek worden gedaan naar de bewoners van deze en andere sloppen in volksbuurten.

Uit het testament van de Noorse schipper Hannibal Jessen (1752) blijkt bijvoorbeeld dat hij bij Christiaan Mulder in de Liefdegang logeert. Als getuigen zijn andere bewoners van het gangetje aanwezig: kruier en schoenlapper Frans Gocken Meijer en suikerbakkersknecht Johannes Omdorp. Maar ook de (mede)eigenaars van de woningen vinden we terug,uit de boedel van Cornelis de Jong en Trijntje Osseweijer uit 1766 blijkt dat zij 3/10 van twee huizen en acht huizen in bezit hebben op Marken in de Eendracht en Liefdegang. Bij een ruzietje over geld komen meer bewoners van naburige gangen in beeld: Magdalena Sestoriin in de Schuitenvoerdersgang, Anne Rikkin en Steintje Cornelis in de Schiemansgang, en diamantslijper Arie in de Hartoogengang.

De namen van mensen in slavernij

Opnieuw blijkt ook het belang van het notarieel bij het onderzoek naar het slavernijverleden. Onlangs verscheen voor het eerst een boek over de grote slavenopstand in de kolonie Berbice, een kolonie die eigendom was van een aantal Amsterdamse families. Het boek is gebaseerd op onderzoek in het Nationaal Archief, maar opnieuw blijkt ook hier dat er nog onbekende informatie te vinden is in de Notariele Archieven, waaronder de namen van mensen die in slavernij leefden. Enkele jaren na de revolte verklaarde Abraham Wijs over verschillende slaafgemaakten die hij 'gesalveert' had door ze naar de buurkolonie Essequebo te brengen. Bijzonder is dat de namen van en familierelaties van de slaafgemaakten worden benoemd: De slaafgemaakte van Afrikaanse afkomst genaamd Adonij met een baby; de inheemse slaafgemaakte Bethje – met haar vrije man, en slaafgemaakte kinderen Cupido en Mozes; En de inheemse Suzanna, met haar kinderen Cathalijntje en Fredrik.

Tags

CLCLTranskribusHTR
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen