'Een Cardinaal van Rembrant'

Notaris Dirk van der Groe

Dankzij de nieuwe zoekomgeving op de automatische transcripties van het Stadsarchief Amsterdam kunnen de notariële archieven nu ook op andere zaken dan persoonsnamen en geografische locaties worden doorzocht. De grootste notaris met 114.065 scans is Dirk van der Groe (actief tussen 1670-1720). Tussen deze scans werd een opmerkelijke vermelding van een schilderij gevonden: ' Een Cardinaal van Rembrant'. Deze objectvermelding roept nogal wat vragen op, want voor zover bekend is er geen schilderij van Rembrandt waarop een kardinaal is afgebeeld. Klopt deze toeschrijving in de inventaris wel? En hoe zou Rembrandt een kardinaal kunnen hebben afgebeeld? En hoe heeft dit schilderij eruit gezien en zou het nog bestaan?

De inventaris
De eigenlijke inventaris is in 1698 door de eigenaar Jacob Lesjeer (ca. 1644-1711) zelf opgesteld en is een bijlage van een kwitantie uit 1711 voor zijn drie kinderen Jacob, Thomas en Sara Jacoba. In deze kwitantie wordt bepaald dat zij aanspraak maken op de in de inventaris beschreven goederen die hun vader in het eerste huwelijk samen met hun moeder, Sara van de Cruijs, bezat. Na het overlijden van Sara in 1692 was Jacob Lesjeer in 1694 hertrouwd met de weduwe Margrita van Leewaarden en dus was het van belang om deze erfdelen goed te beschrijven.

De inventaris uit 1698 omvat zo'n 13 bladzijden waarin boeken, kleding en huisraad worden genoemd, maar Lesjeer begint zijn boedelbeschrijving met zijn 46 schilderijen. De schilderijen worden per kamer beschreven. In de voorkamer van het pand aan de Herengracht bevonden zich bijvoorbeeld een vijftal schilderijen: 'Schipio Africano van kniffert', 'Een Troonijtje', 'Een Cardinaal van Rembrant', 'Een Vissers Carretije van Philip Wouwerman' en 'Een bedelaartje van Ostade'. Behalve de onbekende Rembrandt en de tronie zonder toeschrijving zijn er inderdaad voor de overige drie schilders potentiële schilderijen die in aanmerking komen om de betreffende uit deze boedel te zijn. En dat geldt voor meer van de schilderijen. Lesjeer was groot liefhebber van Gerard de Lairesse en bezat maar liefst negen werken hem, waaronder vier die samen het Oordeel van Paris vormden, twee Mariaboodschappen en één schilderij van Johannes de Doper. Ook van de overige schilderijen (drie landschappen van Jacob van Ruisdael, drie marines van Ludolf Bakhuizen, drie werken waaronder een vismarkt en twee kerkinterieurs van Emanuel de Witte) komen we toeschrijvingen tegen in genres die we van deze schilders kennen maar die lastiger toe te schrijven zijn aan een specifiek werk. De beschrijvingen in het algemeen lijken betrouwbaar, zeker omdat van vrijwel alle potentiële kandidaten de herkomstgeschiedenis zoals het RKD deze heeft kunnen achterhalen, veelal ongewis is van vóór de achttiende eeuw. Daar komt bij dat toeschrijvingen van schilderijen in inventarissen die voor een notaris zijn opgesteld in principe vrij betrouwbaar zijn gebleken, zeker als schilderijen en inventaris uit min of meer dezelfde tijd komen. Hoewel Bredius een ander werk uit deze boedel, van Jacob Esselens, wel beschrijft in zijn Künstler Inventare, rept hij daarin met geen woord over dit vermeende werk van Rembrandt.

Jacob Lesjeer
Over Jacob Lesjeer is weinig bekend. Volgens zijn ondertrouwinschrijving is hij geboren rond 1644 in Bremen en trouwde hij 1670 met Sara van de Cruijs (ca. 1647-1692) van wie we evenmin veel weten. Jacob was plaatsnijder oftewel graveur en zal in die hoedanigheid een interesse hebben gehad in de beeldende kunst. Bij de registratie van zijn tweede ondertrouw in 1694 is het beroep van Jacob dat van 'fabrikeur'. Wat hij liet fabriceren is niet geheel duidelijk, maar de meeste andere fabrikeurs die we in de notariële akten tegenkomen zijn actief in de textielindustrie, waaronder het vervaardigen van kostbare stoffen als zijde. Het stelde Lesjeer in ieder geval in staat naar de Herengracht te verhuizen en om een aardig schilderijenbezit op te bouwen.

Een kardinaal van Rembrandt
Vooropgesteld dat de beschreven werken uit de inventaris daadwerkelijk bestaan hebben en ervan uitgaande dat Jacob Lesjeer vermogend genoeg was om zich een Rembrandt te kunnen veroorloven, rijst de vraag: hoe zou Rembrandt een kardinaal kunnen hebben schilderden? De Republiek kende sinds de zestiende eeuw geen kardinalen meer, dus een Noord-Nederlandse eminentie kan het niet zijn geweest. Aangezien Rembrandt (1606-1669) behoorlijk honkvast was, is het uitgesloten dat hij in het buitenland een kardinaal kan hebben vastgelegd op het doek.

De meest plausibele verklaring is dat Rembrandt niet een echte kardinaal heeft afgebeeld, maar iemand die als zodanig verkleed was. Zo schilderde hij zijn zoon Titus in 1660 als een monnik, dit schilderij bevindt zich nu in de collectie van het Rijksmuseum. Wellicht dat Rembrandt in 1640 een soortgelijke werkwijze hanteerde bij het nooit nader geïdentificeerde schilderij van een priester.

Zou het zo kunnen zijn dat hij zijn model in de schouwburg heeft gevonden? Eind 1654 werd in de Stadsschouwburg het toneelstuk 'Den Grooten Kardinaal' opgevoerd, een uit het Frans vertaald stuk over de beroemde kardinaal Richelieu. Op basis van de schouwburgrekeningen uit deze tijd is bekend dat er veel geld aan kostuums werd uitgegeven. En ook is bekend dat Rembrandt omstreeks 1638 al eens de toneelspeler Willem Bartolsz. Ruyter (1584-1639) afbeeldde terwijl deze studeerde op zijn rol als bisschop Gozewijn in de Gijsbrecht van Aemstel.

Dat Rembrandt graag eens een kardinaal geschilderd zou hebben, lijkt niet onwaarschijnlijk. Al in de zestiende eeuw was dit een geliefd thema van grote meesters als Titiaan, El Greco, Tintoretto en Carravaggio en in de zeventiende eeuw gaven Velazquez, Van Dyck en Rubens gevolg aan het genre van kardinaalsportretten. Het is bekend dat Rembrandt bewonderaar was van verschillende van deze schilders en in die hoedanigheid zal hij ongetwijfeld ook op de hoogte zijn geweest van hun kardinaalsportretten. Daarnaast bood het schilderen van een dergelijk stuk hem ook een mooie technische uitdaging, namelijk het toepassen van een grove schilderwijze voor een stofuitdrukking in fel rood. Uit hetzelfde jaar als de opvoering van 'Den Grooten Kardinaal' dateert het portret van Jan Six, waarbij met name de rode mantel van het doek spat. Als het kostuum uit de schouwburg gedragen werd door Rembrandt model, dan leek het mogelijk wat op dit schilderij uit 1654.

Dat het kardinaalsportret bestaan heeft staat buiten kijf, maar sluitend bewijs dat Rembrandt de schilder was, is er nog niet. Er is geen schilderij meer bekend met een dergelijk thema en dat zou dus betekenen dat het ofwel in de loop van de geschiedenis verloren is gegaan of dat het zich al lang in privécollecties bevindt. Dat laatste lijkt minder waarschijnlijk, maar is niet uitgesloten. Daarnaast is het natuurlijk bekend dat het werk van sommige van Rembrandt's beste leerlingen als Govert Flinck en Ferdinand Bol voor werk van Rembrandt werd aangezien, maar ook van deze beroemde tijdgenoten is geen kardinaal gevonden.

Voor de afgebeelde kardinaal zal hoogstwaarschijnlijk iemand geposeerd hebben en het portret kan onmogelijk door Jacob Lesjeer van Rembrandt gekocht zij. Rembrandt overleed in 1669 en we mogen ervan uitgaan dat Lesjeer bij zijn ondertrouw in 1670 als plaatsnijder nog te onvermogend was om een werk van Rembrandt aan te schaffen. Het betreffende schilderij zal Lesjeer dus via één of meerdere andere bezitters hebben bereikt. Naspeuring naar andere boedels van de drie kinderen van Jacob Lesjeer heeft vooralsnog geen verdere inzichten opgeleverd over waar het schilderij na 1711 is gebleven. Via de door het Getty Research Institute ontsloten veilingcatalogi is wel een portret van een kardinaal van Rembrandt bekend dat in 1793 wordt verkocht door John/Jean Bertels uit Londen. Zou dit schilderij hetzelfde schilderij uit de boedel van Lesjeer zijn? Wellicht dat in de toekomst bijvoorbeeld via andere notariële akten van Amsterdamse notarissen nog achterhaald kan worden hoe het schilderij in het bezit van Jacob Lesjeer kwam en waar het vervolgens is gebleven.

Heeft u nog aanknopingspunten? Mail ze naar alleakten@amsterdam.nl

Zelf een mooie boedel vinden? Doe dan mee met AAA en/of CLCL!

Met dank aan (kunst)historica Maaike Dirkx op Twitter @Rembrandtsroom.

Tags

17e eeuwRembrandtSchilderkunst
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen