Maak me geen Haarlemmerdijkies

Notaris Hermanus van Heel

'Ik waarschuw jullie: maak me geen haarlemmerdijkies…. Vooruit! Doorlopen!' In de 17e en de 18e eeuw had de Haarlemmerdijk een dermate beruchte status dat haar een uitdrukking is verleend: 'ruzie maken, standjes zoeken op straat'. De Haarlemmerdijk werd in 2012 verkozen tot de leukste winkelstraat van Nederland, maar kent een lange geschiedenis van ruzie, scheld- en vechtpartijen.

Met behulp van Handwritten Text Recognition (HTR) is het zeer gemakkelijk om op straatnaam een half miljoen Amsterdamse akten te doorzoeken. Een eerste zoektocht naar bijzondere gebeurtenissen op de Haarlemmerdijk door middel van de HTR-tool en de index van het Stadsarchief kan de turbulente historie van de Haarlemmerdijk bevestigen. Zelfs de vader van een welvarende Amsterdamse scheepsmakelaar hield er een typisch Haarlemmerdijks verleden op na.

Verslag bij de notaris

Op 2 oktober 1750 schuiven er vijf Amsterdammers aan tafel bij notaris Hermanus van Heel in zijn kantoor aan de Singel.[1] Alle vijf wonen ze op of in de buurt van de Haarlemmerdijk. Zeilmakers-knecht Barend Hulst, dienstmaagd Marretje Jans Peekelhaaring, Aagje Heeringa, Claas Valk en meester chirurgijn Johannes van Gesscher doen ten behoeve van Rebecca van Swieten verslag van wat zij hebben gezien rond de Haarlemmerdijk.

Rebecca van Swieten was de huisvrouw van IJsbrand Beth. In augustus 1721 traden zij samen in het huwelijk, beiden waren toen ongeveer 25 jaar oud. Uit het ondertrouwregister wordt duidelijk dat Rebecca de dochter is van Jacob van Swieten en IJsbrand de zoon van Tamme Beth. Op 11 maart 1746 laten IJsbrand en Rebecca bij de notaris opmaken dat zij een erve staande en de geleegen op de Korte Princegragt aan de Westzijde naast en benoorden het hoekhuijs van de Vinkestraat hebben gekocht.[2] Het is daarom aannemelijk dat op het moment dat de vijf getuigen in 1750 bij notaris Van Heel aanschoven, IJsbrand en Rebecca samenwoonden op de tegenwoordige Korte Prinsengracht 34.

De vijf getuigen verklaren samen dat IJsbrand Beth zich al een lange tijd schuldig maakt aan overmatig drankgebruik. Zijn drankgebruik loopt dermate de spuitgaten uit dat daar door geheel zijne saaken en affaires heeft verwaarloosd en zich aan de bespotting van alle sorten van menschen heeft blootgesteld. De kwaliteit van het leven van zijn huisvrouw Rebecca is hierdoor flink verminderd, aldus de getuigen.

Dronken in de kerk

Toen Barend Hulst drie a vier jaar voor de attestatie IJsbrand Beth moest ophalen uit een huis op de St. Annendwarsstraat, trof Barend Hulst hem slapend en dronken aan op een stoel in het ruim van de Oude Kerk. Nadat Barend hem wakker maakte, werd IJsbrand slingerend over de straten veilig thuisgebracht. Daarnaast verklaart Barend dat toen hij 24 september jongstleden om zes uur in de ochtend naar zijn werk wilde gaan, hij IJsbrand dronken uit een kroeg zag lopen op de hoek van de Haarlemmerdijk en de Binnen-Oranjestraat. Voor Barend moest de werkdag nog beginnen.

Fysiek geweld

Helaas voor huisvrouw Rebecca bleef het niet bij overmatig drankgebruik. Al eerder rond februari/maart 1750 kwam IJsbrand dronken thuis en sloeg hij Rebecca op zo'n manier 'dat deselve zijn huijsvrouw daardoor aan de arm seer is gequest geworden'. De agressie richtte zich helaas niet alleen tot zijn vrouw, ook zijn kinderen en dienstmaagd moesten eraan geloven als we de verklaringen van dienstmaagd Marretje Jans Peekelhaaring mogen geloven. Toen IJsbrand op een middag beschonken thuiskwam en zich brutaal uitte jegens zijn gezin, verklaart Marretje 'dat hij IJsbrand Beth onder vehemente uitdruckingen dan zijn vrouw dan weder sijne kinderen heftig heeft geslagen en mishandelt en zelvs niet ontsien haar getuijge aante tasten.'

Detail uit de attestatie met een beschrijving van het brutale taalgebruik en de fysieke agressie.

Behalve zijn omgeving werd IJsbrand zelf op den duur ook de dupe van zijn eigen drankgebruik. Marretje en Aagje verklaren beiden dat hij eens zo dronken was, dat hij door het vallen bont en blauw en met een gat boven zijn oog thuis was gekomen. Na een aantal dagen op bed te hebben gelegen verliet hij de kamer om wederom drank te halen en zich te beschenken. Toen hij thuis terugkwam kon hij bijna niet meer lopen en plofte hij op bed neer. Meester chirurgijn Johannes van Gesscher heeft op verzoek van Marretje en Aagje zijn benen geïnspecteerd en kwam tot de conclusie dat zijn benen geïnflammeerd (ontstoken) waren, 't geen hij getuige nergens anders aan kan toeschrijven als aan het veelvuldig onmatig gebruik van sterken drank.'

Verbeterhuis

Na bovenstaande attestatie uit 1750 is IJsbrand Beth van de radar, of tenminste uit de index van het Stadsarchief van Amsterdam, verdwenen. Buiten een vermelding in een oude obligatie en als overleden vader in 1773, komt IJsbrand niet meer voor. Via de nieuwe HTR duikt er gelukkig toch weer een spoor op. Ter voorbereiding van het overlijden van zijn vader, machtigt IJsbrand zijn huisvrouw en zonen Tamme IJsbrandsz en Jacob om in des comparants naam zijn comparants recht en interest in het stervhuijs en met relatie tot de nalatenschap van sijn Comparants vader Tamme Beth in alle opsichten waar te nemen.[3] Door deze machtiging is te achterhalen waar IJsbrand zich in januari 1753 bevond: het beterhuis van Amsterdam.

Detail uit de machtiging, nodig wegens 'gelogeert in het beterhuijs'.

Het (ver)beterhuis was naast het Spinhuis en het Rasphuis een instelling in Amsterdam waar mensen konden worden opgesloten. In het verbeterhuis kwamen allerlei soorten mensen; van vervelende dronkenlappen tot gevaarlijke criminelen. Een verblijf in het verbeterhuis was niet altijd het gevolg van een strafrechtelijke uitspraak. Tegen betaling was er ook de mogelijkheid om een familielid op te laten sluiten. Wanneer de gevangene zelf of de familie veel geld in bezit had, was het leven in het verbeterhuis een stuk draaglijker met beter eten en luxer beddengoed.

Wanneer IJsbrand Beth precies is overleden is tot dusver niet bekend. Wel is zeker dat hij in 1773 inmiddels overleden was en dat zijn huisvrouw Rebecca van Swieten op 5 november 1774 is begraven bij de Eilandskerk.[4]

De familie Beth in de Haarlemmerbuurt

Vader Tamme Beth beschikte rond 1730 over een aantal panden rondom de Haarlemmerdijk. Zo was hij (deels) eigenaar van onder andere een huis op de Grote Bickersstraat[5], de Vinkenstraat[6] en op de Haarlemmerdijk.[7] Saillant detail is dat hij op een gegeven moment ook deels de eigenaar is geweest van brouwerij Het Anker aan de Korte Prinsengracht.[8] Wie weet dat zoon IJsbrand hier vaker over de vloer kwam...

Voor wie af en toe een blik werpt op 18e eeuwse notariële akten zal de naam Beth wellicht een belletje doen rinkelen. De zoon van dronkenlap IJsbrand was namelijk scheepsmakelaar, boekhouder en reder Tamme IJsbrandsz Beth. Als scheepsmakelaar had hij veel last van de Britse kapers. Samen met schout bij-nacht Johan Zoutman zorgde hij voor de uitrusting van een vloot wat heeft geleid tot de Slag bij de Doggersbank in 1781 tussen de Republiek en Groot-Brittannië.

Op 29 oktober 1761 kocht Tamme IJsbrandsz Beth een erf op de Singel tussen de Brouwersgracht en de Roomolenstraat.[9] Volgens het digitaal grachtenboek van Amsterdam Monumentenstad gaf Tamme IJsbrandsz de opdracht voor de bouw van het grachtenpand dat er in 1763 is gekomen. Het gaat om het pand met het tegenwoordige adres Singel 36. Bij de bouw van de huizen gebruikte voorname bewoners van de grachtengordel de gevels om hun rijkdom en hun trots te kunnen tonen. Ook Tamme IJsbrandsz Beth deed dit. Na het lezen van dit artikel zou ik iedereen willen aanraden langs Singel 36 te lopen om van de prachtige gevel te kunnen genieten.

Vanaf een grote afstand is de rijkelijk gevulde attiek boven de trigliefenlijst te zien. In gulden letters is de naam van het huis 'Zeevrugt' te lezen. In het midden is Mercurius te zien met in zijn linkerhand een zakje goud en in zijn rechterhand een Mercuriusstaf, omringt met handelswaren. De kraaiende haan staat waarschijnlijk voor zijn waakzaamheid. In de deur is een driemaster opgenomen die duidt op het geld dat Tamme IJsbrandsz verdiende met de rederij en de handel. Wie weet dat hij een deel van dit geld gebruikte om zijn vader van goed eten en drinken te kunnen voorzien in het verbeterhuis…

Voor de wandelaars onder ons is hieronder een kaart van Amsterdam met een aantal plekken opgenomen waar Tamme, IJsbrand en Tamme IJsbrandsz. Beth hun sporen hebben achtergelaten.

Locatie

Noten

[1] Attestatie, 2 oktober 1750.

[2] Registratie, 11 maart 1746.

[3] Machtiging, 9 januari 1753.

[4] DTB Begraven, 5 november 1774.

[5] Kwijtschelding, 12 juli 1729.

[6] Kwijtschelding, 12 juli 1729.

[7] Kwijtschelding, 19 juni 1733.

[8] Kwijtschelding, 8 augustus 1753.

[9] Kwijtschelding, 29 oktober 1761.

Tags

Attestatie18e eeuwStraatlevenHaarlemmerdijkFamilieDronkenschapHuiselijk geweld
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen