Boze huisbazen, boedels en stinkende secreten op Vlooienburg

Historische datum Zeventiende eeuw | Notaris Daniel Bredan

Op het eiland Vlooienburg in de Amstel (nu: Stopera en Waterlooplein) woonden vanaf de zeventiende eeuw houthandelaren, kooplieden, middenstanders, ambachtslieden, kleine industriëlen en marginalen, van talloze religieuze gezindten en uit alle windstreken. Notariële akten helpen bij de reconstructie van deze eerste multi-etnische buurt van Nederland, tot en met de geurbeleving aan toe.a

Eigenaren en huurders

Mijn postdoconderzoek naar de 'Vlooienburgers' is onderdeel van het NWO-project Diaspora and identity, een samenwerkingsverband van de Universiteit van Amsterdam, Het Joods Historisch Museum en de Gemeente Amsterdam/Monumenten en Archeologie. Centraal in dit multidisciplinaire historisch-archeologische project staan twee in 1981-1982 opgegraven huizenblokken, gelegen tussen de Amstel, Zwanenburgwal en de verdwenen Lange Houthoutstraat en Leprozengracht. Daar zijn indertijd honderd beerputten aangetroffen, inclusief dierlijke en botanische etensresten en huisraad zoals keukengerei, tafelgoed, speelgoed, klisteerspuiten, dobbelstenen en pispotten. Twee archeologen onderzoeken deze vondsten uit de zeventiende en achttiende eeuw en schrijven proefschriften over respectievelijk de materiële cultuur (Marijn Stolk) en voedingspatronen (Jan Bakker) van de bewoners. Mijn historische onderzoek spitst zich toe op hun herkomstplaatsen, beroepen, welstand en andere persoonlijke achtergronden. Van belang voor een koppeling met de archeologische vondsten uit de beerputten zijn hun exacte woonlocatie en hun materiële bezittingen en consumptiepatronen. Daarbij zijn de notariële archieven van groot nut gebleken.

Rond 1795 woonden er bijna 4200 mensen op Vlooienburg, deels in de armoedige gangen op het binnenterrein maar ook in de deftigere huizen langs de Zwanenburgerstraat. Van hen was 82 procent joods (Sefardisch en vooral Asjkenazisch), terwijl onder de resterende twaalf procent 'christelijke bewoners' een sterke katholieke aanwezigheid was, waaraan de Mozes en Aäronkerk nog herinnert. Een meerderheid van de 'Vlooienburgers' verdiende beneden modaal was geen huiseigenaar en is daardoor onzichtbaar in bijvoorbeeld belastingkohieren, transportakten en verpondingskohieren. De notariële archieven gunnen soms een blik op die bewoners, verscholen in goedkope kelder- en gangwoningen. Zoals Jacob Abraham Levi en Rachel Izaacs, een behoeftig Asjkenazisch echtpaar dat in 1760 al achttien jaar in de Lange Houtstraat (nr. 50) blijkt te wonen. Ze bewoonden een kelderwoning waarvoor ze een jaarhuur betaalden van zestig gulden aan de eigenaar, een joodse kantverkoper die zelf het bovenhuis bewoonde. Aan de hand van dergelijke notariële akten zijn bewoners te lokaliseren, maar huurovereenkomsten werden niet consequent vastgelegd bij de notaris. Bij toeval vind je daar bijvoorbeeld weer wel huurconflicten die uitmonden in matpartijen. Zoals een getuigenverslag over een boze huisbaas die in 1766 een huurder van de Leprozengracht bedreigde vanwege een betalingsachterstand. Pal voor de synagoge sloeg hij de trage betaler tot bloedens toe op het hoofd.

Een rechtstreeks koppeling van hoofdbewoners van Vlooienburg aan de onderzochte beerputten is lastig te maken. Zeker in de achttiend eeuw bewoonden verschillende gezinnen één pand, dat ook per verdieping kon zijn gesplitst in een voor- en achtervertrek met afzonderlijke bewoning. Dikwijls deponeerden ook buren hun afval en uitwerpselen in 'secreten' (wc-huisjes), waarvan de afvoer uitkwam op gezamenlijke beerputten. Het notarieel geeft bijzonderheden over dit onwelriekende onderdeel van de bewonersgeschiedenis van Vlooienburg prijs. Zo protesteerde Pedro Lopes Telles, een Sefardische koopman, in 1633 bij zijn huisbazin over zijn stinkende secreet. Ook de bezoekende buren van Lopes Telles getuigden over de stank in zijn huurhuis, die 'niet te harden' was en hen noodzaakte zijn huis te verlaten. Lopes Telles brandde welriekende kruiden om de odeur te verdrijven, anders kon hij niet eens een dokter ontvangen op zijn ziekbed. Hij zou graag zien dat de huisbazin de beerput liet legen en reinigen, maar zij gaf geen krimp: als het huis hem niet aanstond, dan moest haar huurder maar vertrekken.

Rijke en arme boedels

De Amsterdamse notariële archieven bevatten veel meer dan wc-verhalen. Je leest er over burenruzies, overspel, het salaris van een diamantmolendraaister, een Hebreeuwse drukker met een melkschuit, een door een instortende gevel verpletterde buurman, een overdekte kaatsbaan (tennisbaan) annex , de suikerraffinaderij waarin Rembrandt en Saskia tijdelijk woonden, overtreders van de spijswetten en over het reilen en zeilen van middenstanders zoals Waalse textielververs, katholieke timmerlieden en kruideniers, lutherse tappers en joodse hoenderkopers, koffiehuishouders en kaasverkopers. Daarnaast zijn de boedelinventarissen uit het notarieel een dankbare bron voor het onderzoek naar de materiële cultuur op Vlooienburg. Er is een discrepantie tussen wat mensen de moeite van het bewaren en noteren waard vonden en wat ze gesloopt en afgedankt in de beerput wierpen. Boedelbeschrijvingen zijn ook slechts momentopnamen, opgemaakt na tragische gebeurtenissen zoals sterfgevallen en faillissementen. De lijsten met bezittingen verschaffen echter wel inzicht in zaken als consumptie, welstand, religie en de sociale netwerken van de eigenaren.

Talrijk zijn boedelbeschrijvingen van bovenmodale bewoners van Vlooienburg, die immers meer spullen te verdelen hadden. Zoals de rijke nalatenschap van Juda Vega alias Manuel van den Vlaquete, een Sefardische groothandelaar uit de Toscaanse vrijhaven Livorno. Aan het eind van de zeventiende eeuw behoorde hij tot de voornaamste rekeninghouders van de Wisselbank. Zijn totale nalatenschap bedroeg in 1714 bijna 90.000 gulden en zijn sterfhuis in de Zwanenburgerstraat (nr. 9, zie afbeelding) was versierd met prijzige meubels, schilderijen, Portugese vloermatten, spiegels, religieuze voorwerpen zoals een Chanoekakandelaar en een sabbatsbord maar ook miniatuurgoed voor volwassenen en tachtig zilveren speelgoedjes voor het poppenhuis van de kinderen. Aan de andere kant van het spectrum staat de nederige nalatenschap van een christelijke kuiper, uit 1672. Deze 'Daniel' overleed in een huurhuis aan de Zwanenburgwal (nr. 43), waarbij hij zijn gereedschap 'van weinig importantie', een partij duigen, vaatjes en een aftands hakmes achterliet.

Bovengenoemde boedelinventarissen zijn te verbinden met exacte locaties op Vlooienburg binnen de twee huizenblokken van het opgravingsgebied, waarvan beerputvondsten bewaard zijn gebleven. Het vinden van zulke relevante akten is vergelijkbaar met de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Ik heb daarbij veel te danken aan de welwillendheid van andere onderzoekers, die hun aantekeningen over Vlooienburg ter beschikking stelden. Daarnaast hielpen de bestaande toegangen: de online indexen, het fichesysteem van Simon Hart en de regesten (tot 1639) gepubliceerd in de Studia Rosenthaliana. Ten slotte noteer ik als controleur van Velehanden ook alle voor het Vlooienburg-project relevante verwijzingen. Dankzij recente ontwikkelingen op het gebied van Handwritten Text Recognition (HTR) is het nu mogelijk om aanzienlijke aantallen protocollen full text te doorzoeken op lokale toponiemen en persoonsnamen. Hierdoor zal gedetailleerd onderzoek naar personen, huizen en buurten voor toekomstige generaties hopelijk iets minder een monnikenwerk zijn.

Maarten Hell (1970) is historicus, tekstschrijver en (eind)redacteur. In 2017 verscheen zijn proefschrift over de Amsterdamse herberg en momenteel doet hij postdoconderzoek naar de migrantenwijk Vlooienburg binnen het NWO-project Diaspora and identity. In 2020 verscheen hierover bij Walburg Pers (Zutphen): Kirsten van Kempen en Hetty Berg (red.), Waterlooplein – De buurt binnenstebuiten, met bijdragen van alle betrokken onderzoekers.

Meer informatie, contactgegevens, cv en publicaties: maartenhell.wordpress.com

Tags

17e eeuwVlooienburgBoedelinventarisAttestatieJoodse Amsterdammers
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen