Vechten op de Witte Duif

Historische datum December 1619

De eerste keer dat een Europees schip de Hudsonrivier opvoer was in 1609. Toen was het de 'Halve Maen', waarop Henry Hudson kapitein was. Daarom draagt de rivier nu zijn naam. Na de 'Halve Maen' volgden diverse Nederlandse schepen, allemaal op zoek naar bevervellen en andere pelterijen die van de lokale bevolking gekocht konden worden. Een tiental jaren was het seizoensvaart zonder dat er een kolonie werd gesticht: de schepen kwamen aan in het voorjaar en bleven een aantal maanden om te handelen. Daarna vertrokken ze weer naar Europa. Meestal verliep de handel goed. Maar soms niet. Dit is het verhaal van een handelsreis die bijna verkeerd afliep.

Hontom en Eelckens

Op 8 december 1619 vertrok het schip de 'Witte Duijf' vanaf Texel. Aan boord waren Willem Jorisz Hontom als schipper en Jacob Jacobsz Eelckens. Zij hadden de reis al een aantal keer eerder gemaakt en hadden ervaring met de handel. Drie maanden later kwam de 'Witte Duif' aan en werd geprobeerd om te handelen. Maar de Amerikanen die ze tegenkwamen wilden niet handelen. Misschien waren ze bang. Een jaar eerder was er een incident met een Nederlands schip geweest, waarbij schipper Hendrick Christiaensz en een aantal bemanningsleden om het leven was gekomen. Mogelijk waren er ook onder de Inheemse bevolking slachtoffers gevallen.

Het Lage Land

En dus besloten Hontom en Eelckens te vertrekken. Bij het afzeilen van de rivier kwam het schip bij een plaats die het 'lage land' genoemd werd. Daar gingen ze voor anker, om te zien of er alsnog wat te handelen viel. En jawel, er kwamen enkele Inheemsen aan boord die de Nederlanders vroegen om enkele dagen te wachten. Een paar dagen later kwam een inheemse man met bevervellen aan boord. Hontom en Eelckens liet hem bijlen en andere handelswaar zien in een kist die aan dek stond. Maar de man wilde graag dat ze een andere kist uit het ruim zouden halen. Terwijl Eelckens met hem sprak gaf Hontom aan een zestal matrozen de opdracht om met een sloep het anker te gaan uitwerpen. Andere bemanningsleden waren in het ruim bezig of lagen te slapen.

Argwaan

Toen duidelijk werd hoe verspreid de Nederlanders waren kwamen er meer inheemsen aan boord, onder de schijn van vriendschap. Eelckens kreeg argwaan toen de Inheemsen zich bij een kist met messen verzamelden. Snel sloot hij de kist af en liep naar de kajuit om de schipper te hulp te roepen. 'De wilden hebben kwaad in de zin en zijn erop uit ons allemaal van het leven te beroven', riep hij. Al het scheepsvolk werd terug aan boord gehaald. Vervolgens werden de Inheemsen van het schip gejaagd, op vier na die ondervraagd werden om te zien wat er aan de hand was. Uiteindelijk werd er vrede gesloten. De gevangen kwamen vrij in ruil voor enige 'coraelen', waarmee waarschijnlijk wampum, gepolijste en aan elkaar geregen schelpen, werd bedoeld. En toen kon de bemanning van de 'Witte Duif' terugvaren naar Amsterdam. Ze hadden het overleefd.

Jaap Jacobs is historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van Nederlanders in Amerika in de zeventiende en achttiende eeuw.

Tags

17e eeuwNew YorkNieuw Amsterdam
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen