Zo´n 70 schilderijen en ´enkele losse prenten´

Notaris Jan Harmsen

In de boedelinventaris van Christiaan van Tarelink (1726-1797) is, na de beschrijving van de inhoud van alle vertrekken van zijn huis aan de Herengracht, een aparte lijst opgenomen met een beschrijving van zijn schilderijen. Het is dan ook een prachtige collectie met werk van een aantal beroemde schilders uit de 17 e eeuw. Jacob van Ruisdael, Melchior de Hondecoeter, Jan van de Capelle, Gabriel Metsu, Ludolf Bakhuizen,… het kan niet op

De inventaris is opgemaakt op 10 maart 1798, een paar maanden na het overlijden van Van Tarelink op 8 november 1797. Eerste erfgenaam van de rijke boedel is zijn nicht Margaratha Maria van Tarelink, dochter van zijn broer Pieter van Tarelink. Zo had hij dat bepaald in een testament dat hij op 23 januari 1792 had laten opmaken voor notaris Cornelis Hottentot de Groot. Zijn vrouw en beide kinderen waren alle drie al eerder overleden. De erfgenamen mogen 'doen en handelen' met de erfenis zoals ze willen, maar de testateur heeft één voorwaarde 'begeerende hij heer testateur egter nogtans dat al 't zelve niet te gelijk Publicq zal moogen werden verkogt maar laatende nietemin aan hun eedele de vrijheid over om 't zelve gedeeltelijk te verkoopen of in andere boedels in te steeken'.

Christiaan van Tarelink had samen met zijn broer Jan een rederij in de walvisvaart en handelde op eigen naam ook in graan en oliezaden. Hij had daarnaast diverse functies zoals 'Directeur van de geöctroieerde Colonie de Berbice', 'Directeur van de Straat Davissche Visscherij' en 'Directeur van de Groenlandsche Visscherij'.(1) Na het rampjaar 1777 gingen meerdere walvisrederijen failliet en zo ook de firma van Jan en Christiaan Tarelink in 1781. Maar Christiaan kon wel blijven wonen in zijn pand aan de 'Herengracht, vier huizen van de Heerenstraat', het huidige nummer 88 (2).

De schilderijen in de inventaris zijn vrij nauwkeurig beschreven en op waarde geschat. Het duurste schilderij is ' een binnehuis met een zittend vrouwtje bij een tafel door Gabriel Metzu'. Daarvan is de waarde maar liefst fl. 800,-. Bij een schilderij dat op fl 600,- werd getaxeerd, toch het op één na duurste schilderij van de lijst, is de naam van de schilder niet opgenomen. Het ging om 'een hoogbergachtig landschap met een waterval en een herder met schaapen op een berg'. Kans dat dit schilderij (als het nog bestaat) kan worden geïdentificeerd is vrijwel nihil.

Maar ook bij de andere schilderijen blijft dat lastig. Een ´natuurlijk gezicht buijten Haarlem over de Bleekerijen en de stad in ´t verschiet door Jacob Ruijdaal´ lijkt misschien eenvoudiger te traceren en we kennen het prachtige werk in het Mauritshuis. Maar van dat schilderij is een andere herkomst bekend en we weten dat Van Ruisdael meerdere vergelijkbare gezichten op Haarlem heeft geschilderd. En wat is er al niet verloren gegaan?

Maar gelukkig kunnen we ons met zo'n gedetailleerde boedelinventaris wel een voorstelling maken van het interieur van het huis aan de Herengracht waar de rijke koopman en regent Christiaan van Tarelink zijn laatste jaren in betrekkelijke eenzaamheid zal hebben gewoond.

(1) 'De Vroedschap van Amsterdam, 1578-1795, J.E. Elias, 1903-1905

(2)'Vier eeuwen Herengracht', uitgave onder auspiciën van het genootschap Amstelodamum, 1976, p. 425

Tags

18e eeuwKunstSchilderkunstBoedelinventaris
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen