Gedwongen in dienst van de Spaanse koning


Schipper Jan Jacobsz Marsch van de Amsterdamse koopvaarder de Margaretha Galeij was op 6 april 1732 ten einde raad. Hij was met zijn schip nietsvermoedend de haven van Alicante binnengelopen en onmiddellijk had de Spaanse bevelhebber daar zijn schip in beslag genomen. Spanje bereidde op dat moment een inval voor in Algerije om de stad Oran te veroveren en had veel schepen nodig om de troepen daarheen te vervoeren. Daarom kon het ook buitenlandse schepen goed gebruiken.

Schipper Marsch werd gedwongen de Margaretha Galeij drie maanden lang in te zetten als troepentransportschip naar Noord-Afrika. Dat leverde een flinke schadepost op voor de eigenaren en de verladers. Daarom ging Marsch na terugkomst uit Spanje met enkele bemanningsleden naar notaris Samuel Wiselius om een scheepsverklaring te laten opmaken. Zo'n verklaring was nodig om de schade bij de Commissarissen van Assurantie en Averij te kunnen claimen als averijgrosse. Wat was er nou eigenlijk gebeurd?

De reis van de Margaretha Galeij zou een gewone handelsreis worden, zoals zoveel schepen in die tijd maakten: vanuit Amsterdam naar de Oostzee, dan met lading naar de Middellandse Zee en vervolgens weer terug naar Amsterdam. Een typisch voorbeeld van de belangrijke positie van Amsterdam als centrum van de internationale handel. Zo vertrok de Margaretha Galeij op 24 juli 1731 geladen met 'diverse koopmanschappen' naar Sint-Petersburg. Na een voorspoedige tocht van drie weken kwam ze aan bij Kronstadt op het eiland Kotlin in de baai voor Sint-Petersburg. Nadat daar de nodige goederen waren gelost, voer de Margaretha Galeij door naar Sint-Petersburg, waar de rest van de lading aan wal werd gebracht. Daarna ging het terug naar Kronstadt waar nieuwe lading – 'diverse goederen en coopmanschappen' – werd ingenomen, deze keer bestemd voor Livorno in Italië. Schipper en bemanning gebruikten de wachttijd in Kronstadt intussen om het schip te kalefateren en gereed te maken voor de lange reis. Op 27 oktober vertrok de Margaretha Galeijnaar Livorno, waar ze na krap drie maanden zonder problemen aankwam. Daar had de vertegenwoordiger van de rederij nieuwe lading geregeld voor Alicante (Spanje) en Amsterdam. Het inladen kostte enige tijd en op 20 maart vertrokken ze uit Livorno. Het schip raakte echter in een zware storm verzeild en moest terugkeren naar Livorno om daar beter weer af te wachten. Pas tien dagen later kon het weer vertrekken.

Op 6 april kwam de Margaretha Galeij aan in de haven van Alicante. Daar begonnen de problemen. Op bevel van de gouverneur prins Del Campo Florido werd het schip in beslag genomen om als transportschip te dienen voor zijn troepen. Prins Del Campo Florido had de leiding over de voorbereiding van een Spaanse expeditie vanuit Alicante naar de Noord-Afrikaanse kust om daar de steden Oran en Mers el-Kebir te veroveren. Spanje had in het begin van de 16 e eeuw een aantal strategische steden en handelsposten in bezit genomen, maar was die begin 1700 weer kwijtgeraakt aan de Algerijnse heersers. De expeditie in 1732 had als doel de zeggenschap over deze steden terug te krijgen. De havenstad Alicante was gekozen als uitvalsbasis voor deze krijgstocht. Een groot leger met manschappen en materiaal werd hier verzameld om per schip naar de Noord-Afrikaanse kust te worden overgebracht. Het transport van zo'n leger vergde natuurlijk een enorme vloot en schipper Jan Jacobsz Marsch kwam – vanuit Spaans oogpunt – precies op het juiste moment aan in Alicante. Protest van de schipper tegen de inbeslagneming mocht niet baten. Als hij niet wilde meewerken, zou Del Campo Florido het schip door zijn soldaten laten overmeesteren. Marsch had geen keus. De kostbare lading werd overgeheveld in daarvoor beschikbaar gestelde lichters en het schip werd ingelijfd bij de invasievloot. Deze vloot omvatte uiteindelijk zo'n 500 600 schepen, voor die tijd een ongehoord groot aantal. De expeditie vertrok op 15 juni en kwam met de nodige vertraging door tegenwind na ruim een week aan bij Oran. Na felle gevechten slaagden de Spanjaarden erin de steden Oran en Mers el-Kebir te veroveren en hun heerschappij daar te herstellen. Omdat een deel van het leger daar als bezettingsmacht moest blijven, kon daarna de omvang van de vloot worden verminderd. De Margaretha Galeij werd daarom op 14 juli uit de Spaanse dienst ontslagen, ongetwijfeld tot opluchting van schipper Marsch en zijn bemanning. Marsch voer terug naar Alicante om zijn lading op te halen. Daar aangekomen moest het schip na het gebruik als troepenschip eerst worden schoongemaakt, opgeknapt en opnieuw ingericht voor het vervoer van goederen, waarna de lading weer uit de lichters kon worden overgenomen. Daarbij constateerden Marsch en zijn bemanning dat veel goederen door de Spanjaarden ruw behandeld en daardoor beschadigd waren. Bovendien was er een 'kas met olij' verdwenen. Alles bij elkaar dus een flinke schadepost. Nadat alle lading goed was gestouwd, vertrok de Margaretha Galeij op 6 augustus naar Amsterdam. Na anderhalve maand kwam Texel in zicht en op 4 oktober 1732 kon in de thuishaven het anker vallen. Schipper en bemanning waren ruim veertien maanden onderweg geweest.

In Amsterdam ging schipper Marsch met stuurman Evert Kuijper, bootsman Cornelis Gabbes en matroos Lourens Helmers op 25 oktober naar de notaris om een verklaring af te leggen. Daarna diende Antonij Waterman, de vertegenwoordiger van de reders, bij de Commissarissen van Assurantie en Averij een verzoek in om de geleden schade van 623 gulden als averijgrosse te behandelen, hetgeen werd toegestaan. De Commissarissen beoordeelden de schadeclaim en verdeelden de kosten naar rato van de waarde over de eigenaren van de lading en het schip. Elk van de 31 verladers moest een bedrag van 2,6 % van de waarde van zijn vervoerde goederen betalen. De ladinglijst met alle aanwezige goederen en hun waarde geeft een goed beeld van de gevarieerde handel tussen Livorno en Amsterdam: vaten wijn, potten olie, anijszaad, planten, gedroogde kastanjes, krenten, kaas, schilderijen en boeken.

Hiermee kwam een einde aan een spannende reis, waarbij een Hollandse koopvaarder een bijzondere (tijdelijke) functie kreeg als Spaans troepentransportschip.

Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen