Cardamom, curcuma, campher, catoen, caliatourhout en meer

Notaris Jan Harmsen

Op 5 juli 1797 wordt bij Jan Harmsen een koopcontract getekend voor de levering van enorme hoeveelheden specerijen, hout, koffie, katoen en andere zaken aan een handelscompagnie in Denemarken omdat het vrijwel onmogelijk is de kostbare Indische producten uit Batavia naar Amsterdam te vervoeren. Wat was er aan de hand?

Na oprichting van de Bataafse Republiek in 1795 werd in dat zelfde jaar op 24 december besloten de VOC te nationaliseren. Het ging al langer minder goed met de VOC en nadat de handel gedurende de 4e Engels-Nederlandse oorlog (1780-1784) volledig stil had gelegen, was er een miljoenenschuld opgebouwd. De nieuwe republiek nam schulden, bezit en administratie over en het speciaal daartoe opgericht 'Comité tot de zaken van de Oostindische Handel en Bezittingen' kreeg de opdracht de lopende zaken af te handelen.

De akte die bij Harmsen werd ondertekend maakt deel uit van deze afhandeling van zaken. Gezien de 'volstrekte onmogelijkheid om in de tegenswoordige tijdsomstandigheeden de kostbaare Indische producten van Batavia herwaards over te voeren' is besloten tot verkoop aan de firma De Coninck in Kopenhagen, waarbij deze firma zelf de schepen moet sturen om de handelswaar op te halen. Het gaat onder andere om specerijen: 50.000 pond nootmuskaat 170 stuivers per pond, 350.000 pond kruidnagels 45 stuivers per pond, 1.750.000 pond zwarte en bruine peper 23 stuivers per pond. Verder gaat het om kleurstoffen, zoals het blauwe indigo, en het minder bekende sappanhout en caliatourhout waar rode kleurstoffen uit worden bereid. En dan zijn er nog forse porties koffie en poedersuiker: 4.200.000 pond koffie en 1.000.000 pond poedersuiker. Kortom, een megacontract.


De mannen die hun handtekening onder dit contract zetten namens de verkopende partij waren: Gerardus van Groll, Samuel Iperusz. Wiselius en Bogislaus Frederik von Liebeherr. De twee heren die namens de koper, de firma De Coninck in Copenhagen tekenden, waren Pierre Francois Voute en Jan Jacob Voute junior. Over deze vijf heren is aardig wat te vinden in de Archiefbank en op Wikipedia.

Bijvoorbeeld over Samuel Iperusz. Wiselius (1769-1845). Hij was een bekend advocaat, dichter, toneelschrijver en bovenal overtuigd patriot. In 1795 maakte hij deel uit van het 'Amsterdams Comité Revolutionaire' dat in 1795 het Stadhuis bezette. Niet zo vreemd dus dat hem werd gevraagd deel uit te maken van het comité dat de failliete VOC moest liquideren.

Ook de koper in Kopenhagen, de firma De Coninck, had Nederlandse wortels. Frederic de Coninck (1740-1811) is geboren in Den Haag. Hij vertrok naar Kopenhagen in 1763 en werd daar één van de grootste reders en handelaren met een vloot van niet minder dan 64 schepen. Hij liet in deze periode een statig huis bouwen in Kopenhagen, dat nu nog zijn naam draagt: De Conincks Gård.

Tags

18e eeuwBataafse RevolutieKoloniënAziëhandel
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen