Twee onbekende portretten van Jan Lievens

Historische datum 08-11-1669 | Notaris David Doornick

Op 8 november 1669 verschenen echtelieden Timon Veeneman en Helena Wijbrants voor notaris David Doornick om hun testament op te laten maken. Daarin lieten ze vastleggen naar wie hun voornaamste roerende en onroerende goederen gingen na hun dood. Een prominente rol speelt het vastgoed zoals brouwerij 'de Hoijbergh' maar ook de rijke juwelencollectie van Helena springt eruit. Ook worden enkele schilderijen genoemd waarvan één vermelding in het bijzonder opvalt: 'de Conterfaijtsels van hen testateurs geschildert door Jan Lievensz'.[1] Vermoedelijk hebben we hier te maken met een tot op heden onbekende vermelding van twee portretten van de bekende Hollandse meester.

Timon Veeneman (1612-1673) vergaarde met zijn brouwerij 'de Hoijbergh' veel kapitaal. Zoveel dat bij zijn ondertrouw met Helena in 1648 hij in staat was om haar te overstelpen met juwelen, waarvan we de helft in een testament uit 1669 aantreffen onder de vermelding dat deze ter 'verering' bij het huwelijk aan haar waren geschonken. In totaal omvatte de juwelencollectie van Helena toen naast 'een ringh met een groote diamant taeffelsteen', 503 parels van 2 á 3 grein (1 grein is 65 milligram), 230 handparels van 4 grein, een strikketting met 30 diamanten, 95 halsparels á 7 grein en twee pendanten met 52 diamanten. Helena Wijbrants (1628-1721) was een dochter van een uit Antwerpen gevluchte zijdehandelaar Johannes Wijbrants en de Naardense burgemeestersdochter Machteld Pater. Timon was sinds 1655 tot en met zijn dood in 1673 regent van het Nieuwezijds Huiszittenhuis en Helena was van 1673-1721 regentes van het Oude Mannen- en Vrouwengasthuis.[2] De huwelijken van Helena's zus Lucia Wijbrants met de Amsterdamse raad Jan Jacobsz Hinlopen (1665) en de Utrechtse burgemeester Johan van Nellesteyn (1672) onderstreepten de positie die de familie inmiddels innam in de regentenkringen van de Republiek. Het huwelijk van Timon en Helena bleef kinderloos en na het overlijden van Timon kreeg Helena de volledige zeggenschap over de erfenis. Het heeft er alle schijn van dat Helena als weduwe in staat was het kapitaal nog veel verder te laten groeien, iets wat gezien haar bestuurlijke achtergrond als regentes niet echt opmerkelijk is. Na 1673 verschijnt ze veelvuldig in Amsterdamse notariële akten om haar privéhandel in met name leningen vast te leggen en bekend is ook dat ze haar eigen kas- en grootboeken bijhield. In 1721 stierf de inmiddels stokoude Helena. Volgens historicus Kees Zandvliet was zij één van de allerrijkste vrouwen van de Republiek met een vermogen van 846.000 gulden (omgerekend zou dat nu zo'n 9 miljoen euro zijn).[3]

Dat de kunstschilder Jan Lievens het echtpaar heeft geschilderd is niet onwaarschijnlijk. Zowel Timon als Helena werden namelijk ook afgebeeld op groepsportretten in de hoedanigheid van regent en regentes. Timon werd in 1657 geschilderd als regent van het Nieuwezijds Huiszittenhuis door Ferdinand Bol, Helena werd in 1676 afgebeeld als regentes van het Oude Mannen- en Vrouwengasthuis door Adriaen Backer. Op dit laatste schilderij zijn trouwens ook de ring met de grote diamanten tafelsteen, de grote halsparels aan snoer, de kleinere parelkettingen om de polsen en de strikketting prachtig afgebeeld. Zus Lucia Wijbrants werd in de 1666 en 1667 soms met en soms zonder echtgenoot geschilderd door Lodewijk van der Helst, Bartholomeus van der Helst en Gabriël Metsu. Bekend is ook dat Lucia's man Jan Jacobsz Hinlopen tenminste twee Bijbelse werken (één van Lazarus die door Christus wordt gewekt [4] en één waarin Christus in het graf is) van Lievens in zijn bezit had.[5] Het gegeven dat Timon en Helena zichzelf in hun leven hebben laten schilderen door vooraanstaande kunstschilders en dat er via Helena's zus Lucia, waarmee ze erg close was, toegang was tot enkele werken van Lievens en tot een groter netwerk van kunstschilders, maakt het erg aannemelijk dat Timon en Helena zich inderdaad door Lievens hebben laten vereeuwigen.

De vraag dient zich aan waar deze schilderijen zijn gebleven. De akten die kort na het begraven van Helena Wijbrants zijn opgemaakt bevinden zich vrijwel allemaal in de protocollen van de Amsterdamse notaris Rombout van Paddenburg.[6] In de ongeveer 200 pagina's (!) tellende boedelinventaris die de executeurs-testamentair op 27 augustus 1721 lieten opmaken treffen we alle hand- en halsparels en ook de tafelstenen ring die in het testament van vijftig jaar daarvoor al werden genoemd. Ook treffen we daar onder het kopje 'Portraiten en Familie Stucken': 'Twee portraiten het eene zijnde d' H. Timon Veneman en het andere vrouwe Helena Wijbrands'. Aangezien dit de enige portretten van beide echtelieden zijn die genoemd worden, mogen we aannemen dat dit de betreffende portretten van Lievens zullen zijn. Helaas vermeldt Van Paddenburg op één toeschrijving aan de schilder Wouwerman na geen schilders van de stukken die hij heeft geïnventariseerd. Deze praktijk werd vervolgens opgevolgd door andere notarissen, waardoor verklaard kan worden waarom de schilderijen van Timon en Helena in het verleden niet bijzonder de aandacht hebben getrokken: hun maker was onbekend.

Om het spoor van de twee portretten verder te kunnen volgen, is het van belang om ook een blik op de andere schilderijen van naaste familieleden in deze boedel te werpen. Zo treffen we nog aan: twee portretten van Lucia, twee portretten van Hendrik Wijbrants (de al in 1669 overleden oudste broer van Helena), Machteld Pater (de moeder van Helena), nog een portret van Helena zelf en tenslotte 'Twee tekeningen van de Hr. Veeneman en Vrouwe Helena Wijbrands, met swarte lijsjes-'.[7] Op de twee schilderijen en tekeningen van Timon en Helena na, kwamen bijna al deze schilderijen uit de boedel van zus Lucia, die in 1719 al was overleden. Dit blijkt uit de boedelscheiding die op 23 februari 1722 wordt opgemaakt door Lucia's executeurs-testamentair.[8] Helena zal dus al voor het opmaken van de boedelscheiding de schilderijen van haar overleden zus naar haar huis aan de Herengracht hebben meegenomen, iets wat niet onwaarschijnlijk lijkt als er drie jaar liggen tussen het overlijden en de verdeling van de erfenis. Dat de portretten van Timon Veeneman en Helena Wijbrants in 1721 nog bestonden is hoopgevend, maar hierna wordt het lastig om de schilderijen te volgen. Een eerste overzicht van hoe het er voorstaat met de erfenis van Helena is er weer vanaf 1733, wanneer één van de drie executeurs-testamentair, Casparus Commelin, de goederen die zich dan nog onder zijn beheer bevinden, overdraagt aan de andere twee executeurs-testamentair, Carel Martens en Pieter de Meijere. In de zorgvuldig opgestelde lijst met schilderijen en documenten die getransporteerd worden, bevinden zich veel van de schilderijen die in 1721 en 1722 ook al genoemd worden. Opvallend is de toevoeging 'met haar hondje' aan het portret van Lucia Wijbrants, waardoor met zekerheid kan worden gesteld dat het schilderij dat Metsu in 1667 van haar schilderde na haar dood in het bezit van haar zus Helena kwam. Ook de tekeningen van Timon en Helena worden genoemd, alleen de portretten van de twee echtelieden komen niet meer voor in deze lijst, evenals het schilderij van moeder Machteld Pater. Wel wordt er in de akte uit 1733 gesproken over een 'Verkoop Lijst der imboedels, taxatie der Juwelen, Silver en Schilderijen'.[9]

Zouden de twee portretten dan in de periode 1721-1733 verkocht zijn? Via veilingcatalogi, aankondigingen van veilingen in kranten en in notariële akten vinden we vooralsnog geen antwoord op deze vraag. Ook het volgen van andere schilderijen uit de nalatenschap van Helena Wijbrants levert geen resultaat op. Het schilderij dat Metsu van Lucia schilderde moet na 1733 in het bezit zijn gekomen van de bekende kunstverzamelaar Pieter van Winter. In de boedelinventaris die bij Van Winter's dood op 22 maart 1808 werd opgesteld, treffen we inderdaad het schilderij van Lucia aan onder de omschrijving 'Een rijk gekleede dame voor haar toilet, door G. Metsue'.[10] Van de overige schilderijen uit het bezit van Helena is echter geen spoor te bekennen. Ook de mogelijkheid dat de twee portretten via executeur-testamentair Carel Martens (in tegenstelling tot Pieter de Meijere hoogstwaarschijnlijk verre familie van Helena via zijn moeder Aletta Pater (1641-1725)) zijn opgegaan in de rijke Utrechtse kunstcollectie van de familie Martens van Sevenhoven is nagegaan. Er zijn echter geen portretten in deze collectie die zich lenen voor de identificatie van de twee Lievens-portretten. Evenmin kon via het vrij complete familiearchief Martens van Sevenhoven dat berust in het Utrechts Archief bij de erfgenamen van Carel Martens een verwijzing worden gevonden dat de schilderijen zich na 1733 nog in het bezit van familieleden zijn geweest. Naspeuringen in de beelddocumentatie van het RKD boden evenmin uitsluitsel.

Op dit moment is het onbekend of de schilderijen van Lievens nog bestaan. Mogelijk zijn zij verloren gegaan, wellicht zijn zij na 1722 verkocht aan een onbekende partij. Andere mogelijkheden zijn dat ze zich nog in een privécollectie van één van de nazaten van de testateurs bevinden (Pieter de Meijere of Carel Martens). Het is om die reden speculeren hoe de schilderijen eruit hebben gezien, mede omdat de twee tekeningen die in verschillende archiefstukken worden genoemd en die mogelijkerwijs ten grondslag hebben gelegen aan de schilderijen, ook niet getraceerd konden worden. Jan Lievens verbleef van 1644-1653 en 1659-1669 in Amsterdam en zal in deze tijd de portretten hebben gemaakt.[11] Het huwelijk van Timon en Helena in 1648 lijkt een voor de hand liggend moment om de pendanten gemaakt te laten hebben.

[1] Testament opgemaakt op 08-11-1669 bij notaris David Doornick, SAA 5075, inv. nr. 1938.
[2 ]Norbert Middelkoop, Schutters, gildebroeders, regenten en regentessen. Het Amsterdamse corporatiestuk 1525-1850 (Amsterdam 2019).
[3] Kees Zandvliet, De 500 Rijksten van de Republiek: Rijkdom, geloof, macht en cultuur, no. 35 ( online).
[4] Mogelijk dit werk uit 1631: https://rkd.nl/nl/explore/images/102609
[5] Judith van Gent, 'Portretten van Jan Jacobsz Hinlopen en zijn familie door Gabriël Metsu en Bartholomeus van der Helst', Oud-Holland 112, No. 2/3 (1998), p. 134, noot 19.
[6] Gevonden via de Getty Provenance Index, Archival Inventory N-1238. Hetzelfde geldt voor de hierna gevonden akten.
[7] Boedelinventaris opgemaakt van 12-03-1721 tot en met 17-08-1721 bij notaris Rombout van Paddenburg, SAA 5075, inv. nr. 8205.
[8] Boedelscheiding opgemaakt op 23-02-1722 bij notaris Rombout van Paddenburg, SAA 5075, inv. nr. 8206.
[9] Kwitantie opgemaakt op 18-09-1733 bij notaris Adrian Baars, SAA 5075, inv. nr. 8703.
[10] Boedelinventaris opgemaakt op 22-03-1808 bij notaris C.E. Bondt, SAA 5075, inv. nr. 18745 (scan 420).
[11] https://www.vondel.humanities.uva.nl/ecartico/persons/4637

Tags

17e eeuwVrouwenJan LievensHuwelijk18e eeuwSchilderkunst
Deel artikel

     
   Gerelateerde artikelen